Op 11 april 1611 ondertekende Pietro Pauolo Rubens een kwijtbrief voor ontvangst van zijn eerste loon als hofschilder van de aartshertogen. Het stuk is in het Frans, de taal van het Hof. Andere brieven en verzoeken schreef hij in het Nederlands of in het Italiaans, de cultuurtaal van zijn tijd. Het zegt iets over de mens Rubens en over zijn tijd, meer dan over zijn kunstwerken. Een aantal documenten van en omtrent Rubens liggen nu te kijk in het Algemeen Rijksarchief i...

Op 11 april 1611 ondertekende Pietro Pauolo Rubens een kwijtbrief voor ontvangst van zijn eerste loon als hofschilder van de aartshertogen. Het stuk is in het Frans, de taal van het Hof. Andere brieven en verzoeken schreef hij in het Nederlands of in het Italiaans, de cultuurtaal van zijn tijd. Het zegt iets over de mens Rubens en over zijn tijd, meer dan over zijn kunstwerken. Een aantal documenten van en omtrent Rubens liggen nu te kijk in het Algemeen Rijksarchief in Brussel, dat daarmee het belang van het archiefonderzoek voor de kunstgeschiedenis wil toelichten. Tijdgenoten zoals Jan Brueghel de Oude, Antoon van Dyck en Gaspar de Crayer komen eveneens aan bod. Het archiefmateriaal is vaak het enige wat rest van wat eens schitterende kunstwerken waren. Dat geldt bijvoorbeeld voor de twee buitenverblijven in renaissancestijl, die landvoogdes Maria van Hongarije tussen 1545 en 1549 liet bouwen in Binche en in Mariemont. Al in 1554 werden beide fraaie kastelen door Franse troepen in brand gestoken. Enkele prenten van de interieurs en enkele documenten over architect Jacques du Broeucq vormen de laatste getuigen. Over de kruisbestuiving tussen Italië en de Nederlanden gaat bijvoorbeeld het privilegie dat Filips II in 1576 toekent aan Iacomo Pasquetti om in Antwerpen glas te maken "à la façon de Venise". Een paar glazen zijn er ook te zien. Zij zijn van wit glas, maar de vorm is die van een traditionele "Berkemeier". Wel werden de "noppen" op de voet vervangen door Italianiserende renaissancemotieven. In een tweede tentoonstelling wordt een debat geopend omtrent de datering van kunstvoorwerpen, een heikel onderwerp als men zich de discussie over de "Kist van Oxford" herinnert. Die kist is versierd met taferelen van de Guldensporenslag en zou door een "ooggetuige" vervaardigd zijn. Het hout dateert wel uit die tijd, maar dat zegt niets over het houtsnijwerk. De kist dook pas in 1905 op. Zou De leeuw van Vlaanderen (1838) van Hendrik Conscience daar voor iets tussen zitten? Ook de "Kist van Ieper" is zo'n problematisch geval. Hoe middeleeuwse koffers er echt uitzagen, wordt met een aantal voorbeelden aangetoond. Ook worden Mechelse, Brusselse en Antwerpse retabelfragmenten en losse beelden aan de hand van hun merktekens geïdentificeerd. Het belang van archieven voor de kunstgeschiedenis (2 delen). In het Algemeen Rijksarchief in Brussel. Tot 24/12.Paul Dossche