Het grote verdriet over de dood van koning Hassan II is misschien moeilijk te begrijpen, maar het zal niet geveinsd geweest zijn. Duizenden mensen stonden uren in de julizon op het traject van de begrafenisstoet, vorige zondag in Rabat, en zorgden voor uitzinnige rouwtaferelen.
...

Het grote verdriet over de dood van koning Hassan II is misschien moeilijk te begrijpen, maar het zal niet geveinsd geweest zijn. Duizenden mensen stonden uren in de julizon op het traject van de begrafenisstoet, vorige zondag in Rabat, en zorgden voor uitzinnige rouwtaferelen. Hassan II, geboren in 1929, koning in 1961, 38 jaar op de troon, overleed op vrijdag 23 juli, 70 jaar oud. Zijn zoon, Sidi Mohammed, 36, besteeg een paar uur later de troon als Mohammed VI. Men weet niet wat de wereld, wat de Marokkanen, van hem moeten verwachten, maar de schaduw van zijn vader zal lang zijn. Hassan was Mohammed V opgevolgd in de periode van de dekolonisatie, toen zijn land nog maar net onafhankelijk was geworden. Lange tijd regeerde hij met ijzeren hand, met een grondwet die in 1962 op zijn maat gesneden was. In die moeilijke tijd voor de Maghreb was het voor Hassan geen peulenschil om zich te handhaven op de Marokkaanse troon. Er werden twee militaire staatsgrepen tegen hem gepleegd - op 10 juli en 16 augustus 1971 -, die hij allebei overleefde. Zo kreeg hij de naam "la Baraka": geluk, of de zegen van God. Dat kon, want als afstammeling van de profeet Mohammed was Hassan niet alleen koning, maar ook geestelijk leider van zijn volk - een functie die hij zeer ernstig opnam en gebruikte in de strijd tegen de islamfundamentalisten. Dat belette hem niet uitgebreid en langdurig wraak te nemen op de coupplegers, ook op de weduwe en de kinderen van generaal Oufkir, de minister van Defensie die achter de laatste poging zat. De gevangenissen in de Sahara werden berucht, waaronder die van Tazmamart, waar coupplegers, maoïsten en andere opposanten jarenlang verkommerden in mensonwaardige omstandigheden. INTERNATIONAAL AANVAARDZijn autoritaire regeerstijl en zijn geringe belangstelling voor de rechten van de mens wist Hassan af te kopen op internationaal vlak. Hij behield een goede relatie met Frankrijk, de oude metropool, en koos bij internationale geschillen steevast de westerse kant. Hij was niet te beroerd om troepen te sturen om Mobutu Sese Seko bij te staan in Zaïre. Hij zorgde ervoor nooit in het zog van Moskou terecht te komen, en had dan ook niet of nauwelijks te lijden van de ineenstorting van het sovjetimperium. Hij speelde een belangrijke rol als bemiddelaar in het Arabisch-Israëlisch conflict, had een goede relatie met de in Marokko overblijvende joodse gemeenschap, en droeg het zijne bij tot de dialoog tussen Israëli's en Palestijnen, die uiteindelijk naar Madrid en Oslo zou leiden. Op de begrafenis was het dan ook een dringen van staatshoofden rond de doodskist: Bill Clinton en Hillary, de Egyptenaar Hosni Moebarak, de Jordaniër Abdallah en de Palestijn Yasser Arafat spraken daar met de nieuwe Israëlische premier Ehud Barak. De Syriër Hafez el Assad, hoewel aangekondigd, ontbrak. Alles wijst erop dat Rabat een zenuwcentrum voor het vredesproces in het Midden-Oosten kan blijven. Het dossier waar Hassan II zijn troon mee op het spel zette, was dat van de Westelijke Sahara. Die Spaanse kolonie moest in 1975 gedekoloniseerd en - dus - onafhankelijk worden, maar Hassan eiste haar op en organiseerde de "Marche verte" ernaartoe. Met de "groene mars" slaagde de koning erin zijn hele bevolking, oppositie inbegrepen, als één man achter zijn troon te scharen. Ook al leidde het tot een oorlog en zouden de onafhankelijkheidsstrijders van het Polisario-front, die hulp kregen van Algerije, de Marokkaanse troepen nog jaren sarren. Al jaren zit het dossier van de Westelijke Sahara bij de Verenigde Naties, al jaren moet er een referendum gehouden worden. De laatste keer moest dat einde 1998, nu weer in juli 2000. Maar intussen had de zieke Hassan nog twee dingen voor elkaar gebracht: een "democratiseringsproces" voor zijn economisch en sociaal zwaar zieke land, dat een nieuwe coalitieregering kreeg onder premier Abderrahman Youssoufi, een socialist die Hassan ooit nog had laten opsluiten. En een toenadering tot buurland en rivaal Algerije. Van de nieuwe Algerijnse president Abdelaziz Bouteflika zei Hassan in een van zijn laatste interviews niets dan goeds te verwachten. Als Mohammed VI voortloopt binnen de krijtlijnen van de oude Hassan - in plaats van naar de jonge Hassan terug te keren - kan de regio nog een boeiende tijd beleven. Sus van Elzen