Volgens Luc Huyse zal het soepele België ook nu de crisis doorspartelen. ?Maar de democratie is geen kat met negen levens?.
...

Volgens Luc Huyse zal het soepele België ook nu de crisis doorspartelen. ?Maar de democratie is geen kat met negen levens?.TUSSEN ALLE verhitte commentaren van de jongste dagen, viel vorige week in het BRTN-programma Terzake de heldere en bedachtzame kijk van de Leuvense politicoloog en socioloog Luc Huyse op. Huyse zei dat de politici de zaak-Dutroux en de affaire-Cools krampachtig volgens de oude modellen proberen te behandelen : door de problemen in een communautaire verpakking of in een SP-CVP-tegenstelling te stoppen. Maar die aanpak stuit nu op weerzin, omdat een nieuw type burger is opgestaan, met als huidige boegbeelden de ouders van de vermoorde meisjes. Mondige mensen, geduchte tegenspelers, die de media als wapen gebruiken. Dé virtuele pressiegroep van de nabije toekomst. Dat alvast de gerechtelijke wereld zich daar niet van bewust is, bleek nog vorige week, toen procureur Michel Bourlet in Luik op het matje geroepen werd. LUC HUYSE : Ik heb al vaker gezegd dat het magistratenkorps aan zelfoverschatting en maatschappelijke blindheid lijdt. Daar hebben we nu weer de ene na de andere demonstratie van gezien. Hoe worden die zo wereldvreemd ? Eén : in feite komen magistraten uit een laag van drie procent van de bevolking, en die moeten oordelen over die andere 97 procent. Twee : nieuwelingen staan onder sterke druk om meteen de schutskleur van het korps aan te nemen. Drie : de topmagistraten worden omringd door een bende hovelingen en ja-knikkers. Dan begrijp je die hautaine trek op het gezicht van mevrouw Thily toen ze zei dat ze Bourlet geconvoceerd had. Een Bourlet die wél goed inspeelt op die nieuwe pressiegroep. Die zou een optreden tegen Bourlet niet aanvaard hebben ? HUYSE : Als minister Stefaan De Clerck niet had ingegrepen na de convocatie van mevrouw Thily, was de nieuwe pressiegroep misschien wel de straat opgegaan. Die virtuele pressiegroep kon je het sterkst aanvoelen op de dag van de begrafenis van Julie en Mélissa. Dat is geen vage, zwijgzame publieke opinie zoals vroeger. Nee, het zijn concrete, mondige, onderlegde mensen die zich omringen met advocaten, die petities lanceren, die het zwijgen doorbreken en zelfs over opstand en revolte spreken. Dat zijn niet alleen de ouders van de verdwenen kinderen, maar ook de nabestaanden van de tien vermoorde para's, de gezinnen van de slachtoffers van de Bende van Nijvel en morgen misschien de honderden families van verkeersdoden ? Dat is een totaal ander type burger. Maar ook een totaal nieuw type mobilisatie dan wat de vakbonden of de vredesbeweging vroeger deden. Déze mobilisatie kan alle kanten uit : ze kan ook ontsporen in populisme en Vlaams Blok-kreten. Maar dat denk ik niet. Kijk naar de petitie van de VZW Marc et Corinne : die was evenwichtig en schreeuwde niet meteen om de doodstraf. Die virtuele pressiegroep heeft een alliantie aangegaan met de media. Vroeger had je het substraat van de wijk en de fabriek : dat is nu het net van bekabeling geworden, de nieuwe biotoop. De politicus die echt in contact kan treden met die alliantie, kan de stap zetten naar de 21ste eeuw. Sommige politici slaan in een kramp. Andere zijn ontmoedigd : ze hebben net geleerd hoe met de camera te praten, en moeten nu met een nieuwe burger achter die camera leren omgaan. Maar hoe dan ook zal een type politicus overleven. Het oude type politicus, de sfinxen van de jaren zestig à la Gaston Eyskens, zouden daar natuurlijk geen partij meer voor zijn. Kan de burger zich nu onafhankelijker opstellen omdat hij minder voordelen benoemingen, jobs en dergelijke van het Belgische systeem van cliëntelisme heeft ? Hij ziet nu alleen nog de nadelen : schandalen, favoritisme... HUYSE : Ja, veel mensen beseffen nu dat het sinterklaas-systeem, de amigocratie, geen toekomst meer heeft, en ik denk dat dat voor velen ergens ook bevrijdend werkt. Anderzijds wordt een zekere politieke onverschilligheid bij mensen door de politici zelf veroorzaakt. Ik merk een enorme interesse en kennis bij veel burgers, maar die wordt gewoon niet meer politiek benut door de politici. Volgens computerspecialisten gebruik ik maar vijf procent van de mogelijkheden van mijn pc ; zo spreken politici ook maar vijf procent van de mogelijkheden van de mensen aan. Vorig jaar zei u dat Agusta een buitenkans was om een nieuw vertrouwen in politiek en gerecht te creëren. Nu lijkt Agusta al zolang geleden. Gaat men na deze crisis weer gewoon over tot de orde van de dag ? HUYSE : Nu niet meer, denk ik. Dit is gevaarlijke materie. De mensen voelen instinctief aan dat het misgaat met cruciale instellingen van de democratie. De democratie berust op twee pijlers : legitimiteit en slagkracht. Ik heb het gevoel dat we zo gefixeerd zijn geweest op die tweede pijler, die je makkelijker in cijfers kan vatten gesymboliseerd door de Maastrichtnorm dat we intussen vergeten dat er een corrosie bezig is van de eerste pijler : de legitimiteit, het vertrouwen. En dat legitimiteitsprobleem is de échte kloof. Ik hoop dat het een cyclische beweging blijkt te zijn zoals in het verleden : dat we het punt hebben bereikt dat te veel aandacht aan de markt en het geld wordt besteed, en dus automatisch minder aan ethiek, en dat de slinger nu teruggaat. De toespraak van premier Dehaene in de Kamer wees daarop. We hebben de afbraak van die tweede pijler onvoldoende zien aankomen. Er waren toch tekens aan de wand. De jongste vijf jaar is er minder gestaakt in de economische dan in de maatschappelijke sector : de witte woede, de onderwijsstakingen, zelfs acties van magistraten... En hoe reageerde men op de acties in de sociale sector en in het onderwijs ? Men probeerde dat ongenoegen te verlonen, uit te drukken in loonkwesties, kortom weer in termen van slagkracht. Maar de diagnose en medicatie moeten toch verschillend zijn. De crisis van vandaag kan men niet meer te lijf gaan met het crisismanagement van Hertoginnedal. Toch zat de zwijgzame premier tijdens deze crisis weer de hele tijd op conclaaf in het kasteel ? HUYSE : De premier zwijgt. Maar minister De Clerck compenseert dat wat. En ik ben geen royalist, maar ik vond de interventie van de koning wél een medicatie in die andere richting. Hier sprak iemand met redelijk ongeschonden vertrouwen, maar toch werd ook die toespraak meteen weer in de conflicten van de politique politicienne getrokken. De politieke agenda is weggegroeid van de publieksagenda, terwijl die in de jaren vijftig wel nog in de pas liepen. Paradoxaal genoeg zit het Hof nu dichter bij de publieksagenda dan de politici. Die publieksagenda bevat problemen van een ander type, waar precies de standaardprocedures van politici nauwelijks vat op hebben. Volgens u staat die nieuwe burger ook voor een nieuwe burgerzin. Maar kan het niet ook negatief werken ? Wat die nieuwe burgers vooral delen, is het ?genoeg is genoeg?-gevoel, en dat is toch ook de kweekbodem voor extreme partijen ? HUYSE : Het politiek systeem is een ziek lichaam, en zelfs bij het begin van een nieuwe kuur of medicatie, voelt een lichaam zich in eerste instantie nog wat zieker worden. Het komt er nu vooral op aan snel een stuk van de legitimiteit te herwinnen. Maar ik zie nog niet wie dat gaat doen. Veel hangt af van de reacties van de traditionele partijen. Als ze de nieuwe mogelijkheden niet ontginnen, laten ze het terrein braak voor de extreme partijen. Maar ik ben er nogal gerust in. Ik hoor veel rijpheid in de woorden van die nieuwe burgers. Stemt het niet bitter of cynisch dat u al twintig jaar de problemen aanklaagt en dat intussen, onder uw ogen, de verrotting van binnenuit gewoon doorging ? HUYSE : Men zegt nogal eens schamper dat sociologen erg sterk zijn in het voorspellen van het verleden. Maar als er één punt is waar wij alvast de toekomst hebben voorspeld, is het wel de ziekte van het gerechtelijk systeem, al van begin jaren zeventig. Er is gewoon een constante verwaarlozing geweest, en daar zijn conjuncturele en structurele redenen voor. Ten eerste is het gerecht, ten behoeve van de repressie, tussen 1945 en 1950, enorm opgeblazen : er zijn zeshonderd nieuwe benoemingen van magistraten gedaan. Al in de jaren vijftig kwam daar verzet tegen, en dat heeft tot de verwaarlozing geleid. Ten tweede komt in België een thema maar op de politieke agenda, als iemand een vuist of veel lawaai maakt. En dat gebeurde nooit in justitie : er waren geen pressiegroepen, geen zwartboeken met aanklachten, geen acties... De magistratuur was La Grande Muette. Des te harder valt het nu op dat magistraten en politiediensten met scherp op elkaar schieten ? Nu wordt er niet meer gezwegen ? HUYSE : Enerzijds kent het gerecht natuurlijk een opstapeling van problemen. Mag ik u er trouwens op wijzen dat het gerecht ook overbevraagd wordt ? Ik heb het nagekeken en magistraten moeten, behalve hun gewone werk, ook in 250 commissies zetelen. Van commissies voor de rijbewijzen, tot commissies voor de filmkeuring. Een Franse ex-minister noemde het gerecht een super-sociaal assistent. Moeten we niet eens aan lekenrechters gaan denken ? Anderzijds denk ik dat de problemen van het gerecht nu gewoon ook meer zichtbaar zijn dan vroeger. En dat komt door de media. De jongste twee maanden was er al meer media-aandacht voor justitie dan in de twintig jaar die eraan voorafgingen. De media gaan nu hard tegen justitie en politiek aan. Denkt u dat de media, die vroeger politiek gebonden waren, nu bijna een anti-politieke kracht geworden zijn ? HUYSE : Dat speelt zeker mee. Er is een soort ontgrendeling geweest het is nog niet zolang geleden dat kranten door politieke figuren geleid werden en dat brengt mee dat men vrijer, autonomer kan werken. Ten tweede is de kwaliteit van het journalistieke gilde wel verbeterd, er is een professionalizering gevolgd, die maakt dat men wat dieper graaft en hardnekkiger aan het been van een politicus gaat knagen, als een pitbull soms. Anderzijds heeft dat ook minder aantrekkelijke gevolgen. Het feit dat je in de media een veel groter, dissonant koor van stemmen hoort, leidt tot verwarring bij de bevolking, tot apathie of vlucht uit de politiek. Vroeger werden alle signalen door de zuilen in dezelfde richting geduid. Bovendien is er nu de tendens om minder de inhoud te belichten, dan de strategie, het conflict. De berichtgeving gaat over winnaars en verliezers, over de arena van de politiek, zelfs in regelrechte oorlogstaal. Dat vind ik nefast. Het leidt bij de burger tot cynisme in de plaats van gezond scepticisme. Er is natuurlijk de commerciële druk : men moet de aandacht van de kijker of de lezer vasthouden, en dat kan beter vanuit het arena-perspectief dan vanuit een inhoudelijke benadering. Anderzijds moeten de journalisten ermee stoppen zichzelf als passieve doorgeefluiken te definiëren, als antennes die alleen maar capteren wat er in de samenleving gebeurt en dat doorstralen. Niet alleen voegen zij veel decibels toe aan de geluiden van de samenleving, maar bovendien is hun duiding of kadrering in wezen een politieke activiteit. En daar is verantwoordelijkheid voor nodig. Journalisten zijn de facto politici geworden, door de ontwikkeling van het medium, maar ook doordat ze een quasi-monopolie op de politieke berichtgeving hebben gekregen. Vroeger werd politiek doorgegeven via meetings, volkshuizen, partijbladen, zelfs de preekstoel. Nu loopt 95 procent van de politieke informatie via de journalist. Het gerecht moet de sprong van de 19de naar de 21ste eeuw doen, zegt men. Over vier jaar begint die 21ste eeuw al : is de nieuwe justitie dan klaar ? HUYSE : Nee, dat duurt zeker twee generaties. Het verschijnsel van de politieke benoemingen is nog lang niet dood. Het is over zijn climax heen, maar de automatismen bij politici kan je niet van vandaag op morgen uitschakelen. Een mammoettanker kan je ook niet in een handomdraai doen zwenken. Wat ik over politisering hoor, is niet bemoedigend. Vandaag stond in de krant dat de VLD voor Marc Bossuyt een extra zetel in het Arbitragehof eist op basis van het aloude stelsel- D'Hondt ! Dan zegt men wel : dat is toch een semi-politiek orgaan. Maar zo blijven we bezig. Ook in de diplomatie werkt de politisering nog volop door. Ik heb onlangs op Buitenlandse Zaken gezien hoe een geografisch gebied, dat al jaren socialistisch terrein was voor de benoeming van diplomatiek personeel, ook nu nog volgens de oude verkaveling werd bezet. U hebt vroeger de verzuiling en ontzuiling van België beschreven. Zitten we nu niet met kleinere clans, die geen grote achterban meer verzorgen, maar die een soort ?old boys-network? vormen en alleen nog de sleutelposten van de macht verdelen ? HUYSE : In het politieke leven heb je het niveau van het zichtbare, en daarachter de tweede linie, die een stille kracht is in het bestel. Die was er vroeger ook al : figuren zoals een Ganshof van der Meersch : tussen '45 en '55 de ongekroonde koning van België, doordat hij op de belangrijke stoelen zat, maar dan wel in de achterkamer. Nieuw is dat dus niet, maar de samenstelling van de achterkamer is veranderd. Vroeger was er het ideologische bindweefsel, zeker in katholieke kringen, nu is de verhouding instrumenteler : zuivere ruilhandel. En om nog eens op de media terug te komen : zij belichten bijna continu de eerste lijn, maar zelden of nooit de tweede. Die tweede linie heeft, in tegenstelling tot de politici, ook geen behoefte aan schijnwerpers. Maar het levert een vertekend beeld op, want die parallelle besluitvorming overvleugelt soms de politieke besluitvorming. De buitenlandse pers is vernietigend voor België. Zelfs Le Monde waarschuwt ervoor dat België een gevaarlijk ?vacuüm? vormt in het hart van Europa ? HUYSE : Het is niet de eerste keer dat men België als de zieke man van Europa beschrijft. Ik ga de ernst van de crisis niet minimaliseren, maar onze ziekten worden toch ook voor een stuk gecompenseerd door onze improvisatietalenten, door ons groot aanpassingsvermogen. Wij zijn geen Prinzipienreiter, we leggen de lat maar zo hoog dat we er onderdoor kunnen. Maar we hebben een enorme overlevingskunst. Het was misschien niet altijd proper en heldhaftig, maar we hebben sinds de Tweede Wereldoorlog wel veel zware crisismomenten vrij goed doorsparteld. Volgens sommige Belgische kranten is het regime in crisis. Heerst er nu een noodtoestand ? HUYSE : Op de radio werd gezegd dat België erger was dan Zuid-Italië. Ik ben het daar niet mee eens. Ik heb een hekel aan dramatische termen, het is een gevaarlijke woordinflatie. Wanneer men altijd voorbarig ?brand !? roept, komt niemand meer blussen als het echt brandt. Maar anderzijds moet je ook niet te optimistisch met het instituut democratie omgaan. Het is geen kat met negen levens. Het blijft een tere plant. In de wereld neemt het aantal democratieën niet toe : het blijft maar dertig procent van de naties. Chris De Stoop Luc Huyse : Het verschijnsel van de politieke benoemingen is nog lang niet dood. Luc Huyse over justitieminister Stefaan De Clerck (hier in de Kamer- commissie) : Zonder zijn tussenkomst was de nieuwe pressiegroep de straat opgegaan. Luc Huyse over procureur Michel Bourlet : In het wereldvreemde magistratenkorps speelt hij wél goed in op de pressiegroepen. Anne Thily : de schutskleur van het korps.