De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.
...

De Kroonraad van Knack bestaat uit Mark Eyskens, Paul Muys, Jacques Rogge, Erik Suy, Monika Van Paemel en Etienne Vermeersch.Mijnheer Rogge, de binnenlandse politiek wordt beheerst door de zaak-Dassault en de crisis bij de PS. Is de regering in gevaar ? JACQUES ROGGE : Ik vermoed van niet. Er zijn te veel redenen om de regering in het zadel te houden. De intrede in de Europese Monetaire Unie is te belangrijk, en dus moet voor alles het begrotingstekort onder controle worden gehouden. Een regeringscrisis zou dat doen ontsporen. Bovendien blijft het voor de andere partijen gevaarlijk om zich verontwaardigd op te stellen. In verband met al dan niet geoorloofde partijfinanciering in het verleden, hebben ze allemaal boter op het hoofd. Dassault, Agusta, de smeerpijp, de milieuboxen, de obussen... Er zijn voorbeelden genoeg. Deze crisis kan wel de PS intern verder uithollen. ROGGE : De machtspositie van de PS was goed georganiseerd, te vergelijken met die van communistische partijen in Oost-Europa. Je kon in Wallonië niets bereiken zonder de steun van de PS. En dat in alle geledingen van de maatschappij : om een job te krijgen, een benoeming of een bevordering, een overheidsbestelling, steun voor culturele of sportieve organisaties... : overal had de PS een grote en vaak beslissende invloed. Die macht steunde op een netwerk van dienstverlening en cliëntelisme. Dat kan alleen in een periode waarin geld te verdelen is. En aangezien dat steeds minder het geval is, gaat de PS achteruit. De financiële bron van het Waalse Gewest is te lang gebaseerd geweest op de zware industrie, en die is in verval. Vandaar de ?Mars voor Werk? bij Forges de Clabecq. Is dat een verloren strijd ? ROGGE : In die sector vrees ik van wel, zeker op lange termijn. Wallonië maakt mee wat Vlaanderen vijftien jaar geleden heeft gekend met de steenkoolmijnen en de scheepsbouw. Dat proces is minder pijnlijk verlopen omdat Vlaanderen meer gediversifieerd was, meer KMO's had, en voor zijn inkomsten niet afhankelijk was van die zware industrie, waar Wallonië meer dan anderhalve eeuw op geleefd heeft. Het staal kan nog min of meer overleven met gesofistikeerde producten. Cockerill Sambre en Fafer lijken nog goed te draaien. Maar bedrijven die niet gemoderniseerd hebben, worden afgestoten. Wallonië was te monodisciplinair en heeft niet tijdig ingezien dat het moest veranderen. Het politieke apparaat in Wallonië had dat wel al begrepen, maar heeft pas nu de navelstreng willen doorknippen. De argumenten daartoe worden hen van buitenuit aangereikt. De Europese Commissie verbiedt subsidies en de banken geven geen krediet meer. Dat verschaft de overheid een alibi om te doen wat ze al lang had moeten doen. Het drama is dat het leger laaggeschoolde werklozen blijft aangroeien. De ?Mars voor Werk? was een opvallende alarmkreet. Ook andere landen kennen dit fenomeen, en alle sociale miserie er omheen. Denk maar aan de scheepsbouw in Noord-Europa. Vorige week zijn stukken uit de beruchte schriftjes van Leo Delcroix in de pers gepubliceerd. Als ze één ding aantonen, dan is het wel de macht van een partijsecretaris. ROGGE : Ik ben voorzichtig met de interpretatie van inderhaast neergekrabbelde notities en kan me niet uitspreken over de concrete inhoud van die schriftjes. Maar het is evident dat de secretaris van een politieke partij in ons land een cruciale rol speelt in tal van zaken waarmee hij zich niet bezig zou mogen houden. Daarmee zitten we bij het fenomeen van de particratie, wat merkwaardig genoeg nauwelijks aan bod komt in de bespiegelingen over een nieuwe politieke cultuur. Men spreekt over decumul en stopzetten van dienstbetoon voor de individuele parlementairen, maar er wordt niet getornd aan de macht van de partijen. In andere landen, bijvoorbeeld de Verenigde Staten, is die veel kleiner. De fundamentele optie van een nieuwe politieke cultuur moet zijn om de volksvertegenwoordigers onafhankelijker te maken van de invloed van hun partij. Invloed, die meestal wordt verwoord door één of twee mensen die de synthese zijn van de verschillende strekkingen. Dat geeft deze mensen een enorme macht die hen niet toekomt. Maar is het wel mogelijk om dat te veranderen ? In het Vlaams parlement heeft de meerderheid één stem op overschot. Wie niet stemt zoals de voorzitter wil, vliegt eruit. ROGGE : Dat illustreert hoe de volksvertegenwoordiging op dit moment onder voogdij van de partij staat. Want de partij beslist of een parlementair al dan niet herkozen wordt. Een nieuwe politieke cultuur is enkel mogelijk als we het kiessysteem hervormen, anders zal het einddoel nooit worden bereikt. Met ons systeem van kopstemmen bepaalt de rangschikking op de lijst wie verkozen wordt. Zelfs wie veel voorkeurstemmen heeft, wordt zelden verkozen als hij niet op een verkiesbare plaats staat. Dat is natuurlijk een dodelijk wapen in handen van het partijbestuur. In veel landen worden de kandidaten alfabetisch gerangschikt en het aantal voorkeurstemmen bepaalt wie verkozen wordt. De Bendecommissie Bis is met haar werkzaamheden gestart. De opmerkelijkste uitspraak kwam van onderzoeksrechter Jean-Claude Lacrois, die beweert dat we vóór de zomervakantie de namen van enkele daders krijgen. ROGGE : Ik hoop dat hij gelijk krijgt, maar ik vind het een onvoorzichtige uitspraak. Als hij sterke aanwijzingen heeft, had hij dat beter achter gesloten deuren verklaard. De sport heeft me geleerd : eerst uitslagen voorleggen en dan praten. Als Lacrois gelijk heeft en binnen een paar maanden met de oplossing komt, dan is deze commissie nutteloos geweest. Tenzij om aan te tonen waar fouten in het onderzoek zijn gebeurd. Maar dat is al lang geweten, onder meer door de conclusies van de eerste Bendecommissie. Die zijn al bijgevoegd in het lijvige dossier over de slechte werking van onze justitie. De financiële pers heeft gewag gemaakt van scenario's om Sabena op te doeken. Verdwijnt onze nationale luchtvaartmaatschappij ? ROGGE : Er is geen rook zonder vuur. Paul Reutlinger heeft gesproken over een plan om het verlies op de investering van Swissair in Sabena in één keer af te schrijven. Met andere woorden : hij houdt rekening met een faillissement. Naar het personeel toe was dat een sterk signaal. Reutlinger heeft het handig gebruikt in zijn overleg met de vakbonden, waardoor hij een akkoord heeft afgedwongen. Maar dat heeft het probleem niet opgelost. De staat heeft nog wel 50,1 procent van de aandelen, maar in feite is Sabena een privé-maatschappij geworden en moet dus renderen. Functioneren op de manier van vroeger is niet langer mogelijk. Dat wil niet zeggen dat Sabena helemaal verdwijnt. De vliegmarkt is groot genoeg om vele en ook kleinere maatschappijen te herbergen. Alleen moet vanaf nu alles in het teken van de economische efficiëntie worden gesteld. Het is een kwestie van vliegbezetting aan de ene kant, en van kosten aan de andere. Het ene moet omhoog, het andere omlaag. Bepaalde afdelingen en reisroutes zullen worden verkocht, en er zal gesaneerd worden. Vakbonden of geen vakbonden. In het buitenland stonden de volksprotesten in Servië, Albanië en Bulgarije ook vorige week in het nieuws. Is er een parallel tussen die drie ? ROGGE : De gemene factor is de economische crisis. Met een nuance voor Belgrado, waar de nationalistische gevoelens tegen het Dayton-akkoord meespelen. Maar uiteindelijk is de belangrijkste basis van het ongenoegen ook in Servië de instorting van de economie. Acht jaar na de val van de Muur is het communisme nog altijd niet overleden. Het sterft langzaam uit, maar de doodstrijd is lang. De mensen, de netwerken en de mentaliteit van het oude systeem bestaan nog altijd. Politici, ambtenaren, politiemensen, artsen, universiteitsprofessoren... ze zijn allemaal gevormd door zeventig jaar communisme, en die reflexen worden niet in één keer uitgewist. Ze praten allemaal over een markteconomie, maar ze weten niet hoe die werkt en ze zijn niet bereid de nodige stappen te zetten. Landen waar men dat wel heeft gedaan, zoals Hongarije en Tsjechië, staan veel verder. De nieuwe Bulgaarse president Petar Stojanov is in Brussel om hulp komen bedelen, maar hij kreeg nul op het rekest. ROGGE : Het is een aspect van de ontwikkeling van Europa dat mij verontrust. Na de val van de Muur heeft men bijzonder snel financiële en economische hulp geboden aan Rusland. En dit omdat Rusland een al te destabiliserende factor zou geweest zijn indien er een economische chaos uitbrak. Met hun leger en hun kernarsenaal blijven de Russen nog altijd een potentiële grootmacht die in toom moet worden gehouden. De rest van Centraal-Eruopa is daarbij wat vergeten. Bij gebrek aan middelen of bij gebrek aan visie, dat laat ik in het midden. Ik denk dat er een mini-Marshallplan nodig is, eventueel met hulp van de Verenigde Staten. Er gaat op het eerste gezicht minder dreiging uit van Bulgarije en Albanië dan van Rusland, maar helemaal ongevaarlijk zijn die landen niet. Het belang van de toestand in Albanië, bijvoorbeeld, wordt onderschat. Niet zozeer om wat er intern gebeurt, want het is maar een kleine populatie. Maar Albanië kan wel twee andere staten in een conflict meesleuren. In Kosovo maken ze 95 procent van de bevolking uit. Een opstand daar zou tot een nieuwe oorlog in Servië kunnen leiden. En in Albanië zelf is er een Griekse minderheid die voor problemen kan zorgen. In Rome hebben de ministers van Buitenlandse Zaken van Italië, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en Spanje overlegd met hun Turkse collega Tansu Çiller. In meerdere opzichten was het een merkwaardige bijeenkomst. ROGGE : Voor zover nodig is nog maar eens aangetoond dat de Europese Unie politiek niet bestaat en naar mijn mening ook nooit zal bestaan. Dit soort onderhandelingen wordt normaal gezien gevoerd door de trojka van de huidige, de vorige en de volgende voorzitter. Die trojka is nadrukkelijk genegeerd door de grotere landen, die niet wensten dat het Europese standpunt zou geparalyseerd worden door Griekenland. Nu, de vijf hebben Turkije duidelijk gemaakt dat de samenwerking met, en zeker een mogelijke toetreding tot de Europese Unie afhankelijk is van een inschikkelijke Turkse houding inzake Cyprus, de eilanden in de Egeïsche Zee, de mensenrechten, de Koerden en zo meer. Ze zijn ook een beetje wantrouwig tegen de islamitische regeringspartij, al stelt die zich voorlopig zeer gematigd op. De Amerikanen zijn veel meer gebrand op nauwere relaties met Ankara, omdat Turkije de oostelijke Navo-arm uitmaakt, een sterk leger heeft, en de Amerikanen goed gezind is. Beter misschien dan de Grieken, die onder Papandreou al eens moeilijk durfden doen over Amerikaanse basissen in hun land. In Algerije zijn zoals elke week weer tientallen mensen omgebracht, onder wie de belangrijkste vakbondsleider. De regering krijgt geen greep op de terreur. ROGGE : De regering heeft geen legitimiteit want ze heeft de verkiezingen geannuleerd toen ze dreigde te verliezen. En het Fis verliest alle krediet door de moordpartijen die nu al jaren duren en waarbij op beestachtige wijze onschuldige mensen worden afgemaakt. Je kan alleen maar hopen dat een gematigde groep tussen die twee in een oplossing vindt, maar ik ben pessimistisch. Ik blijf bij wat ik al eerder heb gezegd : Algerije moet opnieuw vrije verkiezingen houden. Als het Fis die wint, is dat de vrije beslissing van het Algerijnse volk en moeten we dat respecteren. Koen Meulenaere