De Amerikaanse magazines Time en Newsweek - en in mindere mate de Britse zondagskranten - pakten vorige week naar goede gewoonte uit met een nauwkeurige analyse van de nakende oorlog in Irak. 'TEGENAANVAL' kopte Newsweek boven de in duivelse vlammen gebedde snorrenkop van Saddam Hoessein. De ondertitel maakte duidelijk welke elementen daarbij aan de orde zullen zijn: biologische wapens en stadsoorlogvoering.
...

De Amerikaanse magazines Time en Newsweek - en in mindere mate de Britse zondagskranten - pakten vorige week naar goede gewoonte uit met een nauwkeurige analyse van de nakende oorlog in Irak. 'TEGENAANVAL' kopte Newsweek boven de in duivelse vlammen gebedde snorrenkop van Saddam Hoessein. De ondertitel maakte duidelijk welke elementen daarbij aan de orde zullen zijn: biologische wapens en stadsoorlogvoering. De bladen gaven een lange opsomming van de gevaren die de 250.000 Amerikaanse (en desgevallend de 25.000 Britse) soldaten te wachten staan als ze Irak binnenvallen. Saddam zal alles in het werk stellen om van de inval een 'nachtmerrie' te maken, om de oorlog zo lang te rekken dat de druk op de Amerikaanse president George W. Bush om zijn aanval af te blazen ondraaglijk groot wordt. Hij zal de opmars remmen door olievelden in brand te steken en de alluviale vlakten van de rivieren Tigris en Eufraat onder water te laten lopen. Vooral de steden - in het bijzonder de hoofdstad Bagdad en Saddams geboortestad Tikrit - zullen tot de laatste man verdedigd worden. Saddam zal van Bagdad een 'Mesopotamisch Stalingrad' maken - een referentie naar de Russische stad waar in de Tweede Wereldoorlog een miljoen Duitsers en Russen omkwamen. De Iraakse leider heeft al zijn burgers, van wie er velen wapens gekocht hebben, opgeroepen te vechten tot de dood. Hij zal elitesoldaten Amerikaanse uniformen laten aantrekken, niet alleen om de Amerikanen te verrassen, maar ook om zich tegen de eigen burgers te keren, voor de camera's van de Arabische zender Al-Jazeera die zo de internationale publieke opinie zal confronteren met 'Amerikaanse' wreedheden. Hij zal zijn tanks, zijn artillerie en zijn luchtafweergeschut langs hospitalen, moskeeën en scholen opstellen om vreselijke beelden van massaslachtingen onder onschuldige burgers te genereren. Hij zal westerse aanwezigen - journalisten, hulpverleners en diplomaten - als levend schild bij kwetsbare installaties gevangen houden. In witte 'lijkwaden' gehulde zelfmoordcommando's zullen oprukkende soldaten opblazen. De 60.000 Republikeinse Wachten, en vooral de 15.000 man sterke eenheid uit Saddams stam, zullen strijden tot de laatste snik. De 5000 moordenaars en bandieten van de gehate veiligheidsdiensten zullen niets te verliezen hebben - als ze de val van Saddam overleven, zullen ze door het woedende volk worden gelyncht. In de steden zullen straatgevechten onvermijdelijk zijn, en Bagdad is een uitgestrekte stad met veel steegjes. Helikopters zijn er kwetsbaar voor vanop de grond afgevuurde granaten. De Amerikanen zouden huis-aan-huisgevechten willen vermijden, omdat ze daarbij een deel van hun technologische superioriteit verliezen. Voorts zou Saddam nog over Scud-raketten beschikken, en over onbemande vliegtuigjes, waarmee hij de Amerikaanse kampen in de woestijn van Koeweit met biologische en chemische wapens zal bestoken. Gifgassen zullen paniek zaaien in de logistieke troepen, wat de opmars van de vechters in de eerste linies zou remmen. Nogal wat 'spionnen' gaan ervan uit dat Saddam in zijn val Bagdad mee zal slepen, 'in een helse, groene biochemische paddestoelwolk'. Hij zou over de 'demonische verbeelding' beschikken om zo'n apocalyptisch visioen te concretiseren. Dat zou zijn manier zijn om zich van een opvallende plaats in de geschiedenisboeken te verzekeren. Ondertussen zullen overal in de wereld Iraakse agenten in actie komen. Het Amerikaanse ministerie van Defensie zou al informatie hebben gekregen over vrouwelijke agenten die vanuit Canada de Verenigde Staten penetreren, onder meer met botulinegif om het Amerikaanse water te vergiftigen. Er werden al 'verdachte elementen' ontslagen uit bedrijven die water en voedsel leveren aan het Amerikaanse leger. Ook zijn er dramatische aanvallen met massavernietigingswapens te verwachten, deels uitbesteed aan terroristische groepen als al-Qaeda. Als laatste meesterzet in zijn streven om herinnerd te worden als een Arabische held die met succes tegen christenhonden vocht, zou Saddam mensen als biologisch wapen naar het Westen kunnen sturen. Geheim agenten die het pokkenvirus ingespoten kregen, zouden zich in hun langzame stervensproces op rockconcerten en sportmanifestaties, en in drukke winkelstraten ophouden, om zoveel mogelijk vijanden te besmetten. Deze doemscenario's gaan uit van een aantal onzekerheden waar kritische analisten, die helaas veel minder aan bod komen in de media, steevast op hameren. Om te beginnen, nemen ze aan dat het gewone Iraakse leger en de bewapende Iraakse burgers zich massaal tegen de Amerikanen zullen verzetten. Terwijl ze zich in 1991, tijdens operatie Desert Storm, massaal overgaven. Het is ook niet zeker dat de Irakezen eventuele orders zullen uitvoeren om 'hun' oliebronnen - hun hoop op een leefbare toekomst - in brand te steken. Sommige waarnemers catalogiseren Saddam zonder de dreiging van massavernietigingswapens als niet meer dan een lokale krijgsheer, en zeker niet als een man die in zijn eentje het grootste deel van de andere zes miljard mensen op aarde in zijn ban zou houden. Ze menen ook dat de kans klein is dat Saddam over voldoende grote hoeveelheden chemische en biologische wapens beschikt om een verschil te maken. Liefst 95 procent van zijn wapenarsenaal zou zijn vernietigd - een getal dat regelmatig gecounterd wordt met de stelling dat niemand kan weten hoe groot de proportie vernietigde wapens is, omdat niemand weet hoe groot het totale arsenaal was. Er woedt een vinnig debat over de vraag naar de efficiëntie van de wapeninspecteurs die Saddams massavernietigingswapens moeten opsporen en vernietigen. In de omgeving van president Bush is met grote regelmaat benadrukt dat de wapeninspecteurs nooit kunnen garanderen dat Saddam niet over massavernietigingswapens beschikt. En er zijn de vijfhonderd granaten met mosterdgas, de honderden tonnen scheikundige producten voor de aanmaak van het zenuwgas VX, de speciale bommen en koppen om biologische en chemische wapens af te schieten, die geregistreerd waren, maar nooit teruggevonden zijn. Het is een wat bizar debat. Als Saddam over efficiënte biologische en chemische wapens zou hebben beschikt, zou hij ze in 1991 zeker hebben gebruikt. Nu schoot hij alleen wat gammele Scud-raketten met conventionele koppen op Saudi-Arabië en Israël af, liet hij olie in de Perzische Golf lopen en zette hij zevenhonderd oliebronnen in Koeweit in brand. Verder deed zijn leger niets opvallends, behalve het bezetten en plunderen van Koeweit. Het is onduidelijk hoeveel Irakezen er tijdens de vorige Golfoorlog stierven. De schattingen variëren tussen 5000 en 15.000 burgers, en van 25.000 tot 50.000 soldaten. Het waren er in ieder geval véél meer dan de 146 dode Amerikanen (en het handvol dode Britten), van wie een kwart dan nog viel onder 'bevriend vuur' en een klein kwart in een geslaagde Scud-aanval op een Amerikaanse basis in Saudi-Arabië. Na de fameuze 'tankslag' van Rumaylah in de woestijn van Koeweit bleven zeshonderd Iraakse tanks en militaire voertuigen als schroot achter, terwijl amper één Amerikaanse tank beschadigd werd door de ontploffing van een al uitgeschakelde Iraakse tank waar hij toevallig langs reed. De beelden van haveloze Iraakse soldaten die zich overgaven vanaf de eerste seconde van de strijd, de wetenschap dat de Iraakse luchtmacht omzeggens zonder een schot te lossen uitweek naar vliegvelden in Iran, de informatie dat de zo gevreesde Republikeinse Wacht als eerste van het strijdtoneel wegvluchtte, strookten absoluut niet met de sfeer van de 'Moeder van Alle Oorlogen' die Saddam had gecreëerd, noch met de paranoïde voorspellingen die westerse propagandamachines hadden gelanceerd. Ook in de aanloop naar de vorige Golfoorlog hadden Amerikaanse en Britse media doemscenario's beschreven, waarvan de vorige week gepresenteerde actieplannen voor de nieuwe oorlog een gespierde doorslag waren. Toen hadden ze covers met gasmaskers gemaakt onder de kop: 'ZIJN WE HIER KLAAR VOOR?' Toen was er eindeloos doorgeboomd over het één miljoen soldaten sterke Iraakse leger (het op drie na grootste ter wereld) dat veel oorlogservaring had en dat bereid was voor zijn leider te sterven - piloten zouden zich met hun oude Mig-jachtbommenwerpers als kamikazes op de Amerikanen storten. Toen was er scherp gesteld op Saddams veiligheidsdiensten die van zijn land 'één grote militaire machine' hadden gemaakt. De gesofisticeerde Iraakse luchtafweer was beschreven, de krachtige T-72 tanks van Russische makelij, de superieure Zuid-Afrikaanse G-5 kanonnen, de moeilijk opspoorbare magnetische mijnen, de honderden uiterst gevaarlijke Scud-raketten (' dangerous dinosaurs'). Er waren voorspellingen gemaakt over meer dan honderd Amerikaanse gevechtstoestellen die uit de lucht zouden worden geschoten, over duizenden Amerikaanse soldaten die zich in de Iraakse woestijn te pletter zouden lopen op een onneembaar bastion van tanks en kanonnen met gifgasgranaten, een moderne Maginot-linie met tien meter hoge zandwallen, massa's tankvallen, grachten vol olie om in brand te schieten, honderden kilometers vlijmscherpe prikkeldraad, minstens een half miljoen mijnen. Er was een beeld geschetst van een langdurige, bloedige loopgravenoorlog. Vrachtvliegtuigen zouden vol lijkenzakken naar de VS moeten vliegen. De snelheid waarmee in 1991 (de helft van) de klus geklaard werd, stond in geen enkele verhouding tot de dramatische waarschuwingen waarmee de publieke opinie maandenlang was bestookt. Een wekenlange barrage vanuit de lucht had de Iraakse troepen murw geslagen, een slimme omtrekkende beweging had hun verdediging omzeild - de grondoorlog werd na honderd uren afgeblazen. Het contrast tussen voorspelling en realiteit was zo scherp dat wetenschappers en analisten op zoek gingen naar aanwijzingen dat de kluit op grote schaal belazerd werd. Ze konden een aantal opvallende illustraties uit de rapporten opduiken. Zo stelden Amerikaanse woordvoerders in de aanloop naar de oorlog dat geheime satellietbeelden hadden uitgewezen dat een kwart miljoen Irakezen en vijftienhonderd tanks ingegraven waren op de grens tussen Koeweit en Saudi-Arabië. Dat bleek valse informatie te zijn, zoals aangetoond kon worden middels commerciële satellietbeelden uit Rusland: er was geen Iraakse troepenopbouw langs de grens. Achteraf bleken er ook slechts een goede 150.000 Iraakse soldaten te zijn geweest, een stuk minder dan de 600.000 waarmee de Amerikanen altijd schermden. De Amerikanen moeten ook hebben geweten dat het Iraakse wapenarsenaal minder indrukwekkend was dan ze beweerden. Van luchtfoto's waarop ze zeven Scud-lanceerders aan het publiek toonden, wisten ze dat het in feite om beelden van gewone tankwagens ging. Er werd duchtig op het gemoed van de mensen gewerkt, onder meer met het fictieve verhaal over Iraakse soldaten die Koeweitse couveusebaby's aan hun bajonet regen. Een 'nieuwsfeit' dat voor rekening van de Koeweitse regering, en met in de hoofdrol de dochter van de Koeweitse ambassadeur in Washington, gefabrikeerd en verkocht werd door het public-relationsbedrijf Hill & Knowlton, en dat losjes gemodelleerd was op verhalen uit de twee wereldoorlogen over Duitsers die onder meer in België baby's en nonnen aan hun bajonet spietsten. Analisten stellen dat in principe intelligence de politiek zou moeten sturen, maar dat in de praktijk intelligence steeds vaker aangepast wordt aan de politiek. Intelligence is een deel van de propaganda geworden. De grote focus op slimme bommen in 1991 maskeerde het feit dat slechts 7 procent van de bommen op een of andere manier geleid werd, en dat er verhoudingsgewijs zwaarder gebombardeerd werd dan in de hoogdagen van de tapijtbombardementen op Vietnam. Het is vreemd hoe mak de meeste Amerikaanse media zich ook nu weer voor de propagandakar laten spannen. Ze gaan moeiteloos mee in het officiële discours. Kritische mediastemmen worden zelden gehoord, want die worden geweerd uit de nieuwszalen waar de oorlogsvoorbereidingen worden toegelicht. Een groot nadeel van nieuws waarover bericht wordt terwijl het zich voordoet: wie kritisch is, wordt blind gemaakt en hinkt achter de feiten aan. Kritische stemmen worden versmacht in het overwicht aan drama. En het historisch geheugen van mensen is kort. De zwakke Iraakse prestatie in de vorige Golfoorlog is al lang vergeten. Daarom kunnen Amerikaanse politici nu via hun media de mensen weer probleemloos schrik aanjagen, en is de modale Amerikaan aan het hamsteren, en tape aan het inslaan om zijn ramen af te plakken in anticipatie op terroristische aanvallen. Het is niet Saddam Hoessein die de wereld bang maakt. Het zijn de Amerikanen die Saddam misbruiken om ons de stuipen op het lijf te jagen. Dirk Draulans