In de dagen na de vernietiging van het World Trade Center was het moeilijk in het rampgebied rond te lopen zonder Rudy Giuliani tegen te komen. Zoals het een burgervader betaamt, nam hij voortdurend poolshoogte. Brandweer, politie, militairen en vrijwilligers sprak hij moed in. Hij deelde complimenten uit, en hield via de lokale omroepen de bevolking op de hoogte. In heldere taal liet hij geen enkele twijfel bestaan over de omvang van de ramp, maar tegelijk kwam hij naar voren als strijdbaar en onverzettelijk. Vanaf de eerste uren was het duidelijk dat Rudy Giuliani de touwtjes in handen had en wist wat hij deed.
...

In de dagen na de vernietiging van het World Trade Center was het moeilijk in het rampgebied rond te lopen zonder Rudy Giuliani tegen te komen. Zoals het een burgervader betaamt, nam hij voortdurend poolshoogte. Brandweer, politie, militairen en vrijwilligers sprak hij moed in. Hij deelde complimenten uit, en hield via de lokale omroepen de bevolking op de hoogte. In heldere taal liet hij geen enkele twijfel bestaan over de omvang van de ramp, maar tegelijk kwam hij naar voren als strijdbaar en onverzettelijk. Vanaf de eerste uren was het duidelijk dat Rudy Giuliani de touwtjes in handen had en wist wat hij deed.Van 's morgens heel vroeg tot 's avonds heel laat was hij in de weer, schijnbaar overal tegelijk. Hij was zakelijk en toonde compassie. Hij was eerlijk toen de pers op de eerste dag informeerde naar de kans op het vinden van overlevenden: 'We moeten niet denken dat het snel zal gebeuren of makkelijk zal zijn.' Hij toonde een therapeutische nuchterheid toen hij zijn stadsgenoten aanspoorde vooral te gaan winkelen of buiten de deur te gaan eten, al was het maar om de aanstichters van het kwaad te laten zien dat New York niet verslagen was. En hij was streng. Toen bleek dat alle commotie over de aanhouding van tien potentiële terroristen overbodig was omdat de pers iets te hard van stapel was gelopen, veegde hij het plaatselijk journaille de mantel uit. Toen burgers meldden dat ze telefoontjes kregen van liefdadigheidsorganisaties die om geld vroegen, zei hij onomwonden: 'Als we de daders pakken, zullen we ons uiterste best doen ze in de gevangenis te stoppen.' Dat was de burgemeester die New York op dat moment nodig had, en de reacties waren onverdeeld positief. Zelfs The New York Times, nooit te beroerd om de burgemeester van kritisch commentaar te voorzien, was in de berichtgeving en in een hoofdartikel een en al lof. Rudy Giuliani (57) kon dit heel goed gebruiken. In november wordt zijn opvolger gekozen, en het afgelopen jaar was bepaald niet zijn beste. Hij moest de strijd om de Senaat opgeven wegens prostaatkanker. En de meeste koppen in de plaatselijke kranten gingen over zijn nieuwe vriendin en de hooglopende ruzie met zijn echtgenote over de afwikkeling van het huwelijk. Zelfs de vraag of zijn vriendin de toegang tot de ambtswoning ontzegd kon worden, was onderwerp van openbare discussie.NIET SCHUIN OVERSTEKENDat deze kleinzoon van Italiaanse immigranten in 1997 makkelijk werd herkozen, was voor niemand een verrassing. Onder zijn leiding was de stad er zienderogen op vooruitgegaan. Deels zijns ondanks, omdat hij niet zoveel invloed had op de economische groei in het algemeen en de daarmee gepaard gaande voorspoed op Wall Street in het bijzonder. Dat leverde de stad miljarden extra dollars aan belastinginkomsten op. Maar hij heeft de groei wel geholpen met drastische belastingverlagingen die nieuwe bedrijven aantrokken en de stad betaalbaarder maakten voor toeristen, die op hun beurt in recordaantallen de stad bezochten en de kassa's deden rinkelen. Voor de spectaculaire daling van de criminaliteit geldt hetzelfde. De verbetering deed zich voor in het hele land en zelfs in de meest problematische steden, en dat werd vooral verklaard door een afname van het aantal oudere tieners en jonge twintigers, de bevolkingsgroep die altijd goed vertegenwoordigd is in de statistieken. Los daarvan maakte Giuliani duidelijk dat crimineel en asociaal gedrag niet langer werd geaccepteerd. Hij werd het symbool van de zero tolerance-politiek, die ook tegen kleine criminaliteit streng optreedt. Hij achtte porno een ongewenst fenomeen in de binnenstad en zowaar, Times Square - jarenlang het symbool van alles wat mis was met New York - veranderde in een plek voor het hele gezin met een winkel van Disney om de hoek. Giuliani bracht meer politie op straat en stuurde New Yorks 'finest' ook naar wijken die min of meer waren opgegeven, zoals de South Bronx en East New York. Uitgebrande gebouwen maakten plaats voor nieuwbouw. Graffiti, het symbool van bestuurlijke onmacht, werd agressief aangepakt. Goedbedoeld maar onuitvoerbaar bleek een verbod op overbodig claxonneren, terwijl een verbod op het schuin oversteken van de straat weer aangaf dat Giuliani niet altijd in de gaten heeft wanneer goede bedoelingen overgaan in betutteling. Van tijd tot tijd was hij een kinderachtige man met te lange tenen. Vier jaar geleden ontstak hij in woede over een humoristische reclame van New York Magazine. De advertentie op stadsbussen verwees naar 's mans gewoonte de verbeteringen in New York op zijn conto te schrijven, en volgens de reclametekst was het blad 'waarschijnlijk het enige goede in New York waarvoor Rudy niet de verantwoordelijkheid heeft opgeëist'. Schande, vond de burgemeester, en hij gaf de busdienst opdracht het reclamewerk meteen te verwijderen omdat zijn naam zonder toestemming was gebruikt voor een commercieel project. Het blad stapte naar de rechter en kreeg toestemming de reclame weer op te hangen. Dat protest was niet alleen kinderachtig, maar ook dom, en in die zin tekenend voor een man die soms emoties boven analyse stelt: dankzij Giuliani's lange tenen was de advertentie te zien op alle lokale omroepen en in de kranten. Je zou denken dat iemand leert van zo'n ervaring, maar het tegendeel bleek het geval toen het Brooklyn Museum of Art een schilderij met de maagd Maria tentoonstelde waarvoor de kunstenaar uitwerpselen had gebruikt van een olifant. Wat de bedoeling daarvan was, kon Giuliani niks schelen. Voor de camera's ging hij tekeer tegen deze entartete Kunst; hij begreep wel dat hij het maken van zulke afbeeldingen niet kon verbieden (wat hem leek te spijten) maar op zijn minst kon hij de subsidies voor het museum stopzetten. Daar gaat de burgemeester niet over. Het museum won een rechtszaak over de subsidie, en voor de ingang stonden ineens lange rijen. De burgemeester schoot tekort in zijn contacten met de zwarte gemeenschap. De combinatie van een streng politiebeleid en een oververtegenwoordiging van zwarten in de criminaliteitsstatistieken leidde tot een agressieve aanpak. Het schiep een klimaat waarin agenten soms meer dan nodig de revolver trokken en makkelijker buiten hun boekje gingen. De burgemeester had de woede hierover nog kunnen beperken door boven de partijen te gaan staan, maar steeds weer stelde hij zich vierkant op achter het politiekorps, wat de indruk wekte dat het welzijn van sommige burgers hem minder kon schelen. Na zijn herverkiezing in 1997 werd gesuggereerd dat hij ooit nog hoge ogen kon gooien in de Republikeinse partij. Misschien was zelfs het Witte Huis haalbaar. Dat nu lijkt onwaarschijnlijk, gezien het ontbreken van enige diplomatieke gaven. Een regeringsleider, en zeker de Amerikaanse, moet de handen kunnen schudden van politici die ideologisch ver van hem afstaan. Giuliani heeft al bewezen daartoe niet in staat te zijn toen hij een paar jaar geleden PLO-leider Yasser Arafat bijna de stad uitjoeg omdat hij niks te maken wilde hebben met 'terroristen'. Politiek is hij niet makkelijk te plaatsen. Giuliani is wel Republikein maar een onafhankelijke. Enerzijds is hij voorstander van belastingverlaging, de doodstraf en privatisering, en anderzijds van het recht op abortus, strengere vuurwapenwetten, gelijke rechten voor homoseksuelen, en versoepeling van het immigratiebeleid. Tijdens de voorlaatste strijd om het gouverneurschap van de staat New York steunde hij tot ieders verrassing de Democratische kandidaat Mario Cuomo. De Republikein George Pataki won, en na een kille beginperiode konden George en Rudy het prima met elkaar vinden. Dat bleek een groot voordeel na de aanslag op het WTC. Het overleg was er meteen, het was efficiënt, en voor zover nu bekend, zonder voor de hand liggende competentiekwesties: het WTC viel bestuurlijk onder Pataki, maar lag in Giuliani's stad. Rudy Giuliani heeft nog een paar maanden te gaan. Die kan hij gebruiken om de aangeslagen burgers moed in te spreken, en om een stad overeind te helpen die een dreun kreeg te verwerken waarvan de langetermijngevolgen nog niet zijn te overzien.Jim Schilder