Fortis is niet meer. In vier dagen tijd werd de bank- en verzekeringsgroep vorige week in stukken gehakt, en vervolgens gingen Den Haag en Parijs ermee aan de haal. Naar schatting 56 miljard euro beurswaarde is in rook opgegaan. Een bitter einde voor de grootste bank en belangrijkste privéwerkgever van dit land. De verantwoordelijkheid van voormalig Fortisvoorzitter Maurice Lippens is verpletterend, want de totaal mislukte megalomane overname van ABN Amro deed de groep de das om - of beter gezegd: de strop. Vandaag kampt Lippens naar verluidt met 'ernstige gezondheidsproblemen'.
...

Fortis is niet meer. In vier dagen tijd werd de bank- en verzekeringsgroep vorige week in stukken gehakt, en vervolgens gingen Den Haag en Parijs ermee aan de haal. Naar schatting 56 miljard euro beurswaarde is in rook opgegaan. Een bitter einde voor de grootste bank en belangrijkste privéwerkgever van dit land. De verantwoordelijkheid van voormalig Fortisvoorzitter Maurice Lippens is verpletterend, want de totaal mislukte megalomane overname van ABN Amro deed de groep de das om - of beter gezegd: de strop. Vandaag kampt Lippens naar verluidt met 'ernstige gezondheidsproblemen'. Het kan snel gaan in de financiële wereld. Een week geleden werd de gedeeltelijke nationalisering van Fortis door België, Nederland en Luxemburg nog voorgesteld als de redding. De Nederlandse, Belgische en Luxemburgse politici zochten lachend en handjes schuddend de camera's: kijk eens hoe goed we kunnen samenwerken. Enkele dagen later al haalden nationalistische gevoelens de overhand: vorige week donderdag kwam er na de beurssluiting de mededeling dat de Nederlandse overheid Fortis Bank Nederland, ABN Amro en Fortis Verzekeringen Nederland kocht voor 16,8 miljard euro en dus uit de Fortis-groep wegtrok. Daarmee werd Fortis meteen gereduceerd tot een regionaal bankje. Nederland betaalt Fortis 16,8 miljard voor de overname. Dat is volgens de meeste noorderburen een koopje: Fortis moest voor zijn deel van ABN Amro vorig jaar immers 24 miljard euro afdokken. En Nederland haalt nu nog veel meer binnen, want in de koop zitten ook de belangrijke verzekeringsactiviteiten van Fortis in Nederland, waaronder het voormalige Amev. In Nederland werd de overname dan ook op gejuich onthaald. Niet alleen om de prijs, maar ook omdat grote percelen van het Nederlandse banklandschap opnieuw in Nederlandse handen kwamen. Nederland had al eerder geprobeerd om Fortis en vooral ABN Amro, waar 30.000 mensen werken, weer onder controle te krijgen. Daartoe was eerst de Rabobank gevraagd om met kapitaal over de brug te komen, maar die weigerde. Daarna werd bij ING gepolst om ABN Amro over te nemen, maar ook dat ging niet door. Dan deed de Nederlandse overheid maar zelf de stap. Deze Nederlandse nationalisatie was eigenlijk onvermijdelijk, want na het Benelux-akkoord bleef er onduidelijkheid over ABN Amro: dat zou worden verkocht, maar een koper ontbrak. Dat bracht ABN Amro in moeilijkheden, want zowel zakelijke als particuliere klanten dreigden er hun geld weg te halen. Zonder ingreep van de Nederlandse overheid zou ABN Amro zijn leeggelopen. In België heerste er verbolgenheid over de eigengereide Nederlandse ingreep. De altijd ernstige zakenkrant De Tijd had het over 'een hold-up' door de Nederlanders. Professor Paul De Grauwe (K.U.Leuven) stelde dat de Nederlanders in ieder geval profiteerden van de situatie: 'Ze wilden hun belangrijkste bank weer in handen krijgen. Er was ongenoegen bij de Nederlanders dat de Belgen een belangrijk deel van de Nederlandse bankensector controleerden. Men heeft daar toch een nationalistische reactie gehad.' Premier Yves Leterme zag dat enigszins anders: 'Het was tijd om krachtige beslissingen te nemen, samen met de Nederlandse staat', zei hij. 'Fortis kan zich volgende week volledig herstellen. Het bedrijf heeft nu een rooskleuriger toekomst voor de klanten en de werknemers.' Nederlandse verantwoordelijken gaven een andere lezing van dezelfde operatie. De Nederlandse minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) verklaarde meteen na de overname: 'De realiteit is dat België met het slechtere deel blijft zitten. De gezonde delen in Nederland zijn nu vrij van besmettingsgevaar.' De voorzitter van De Nederlandsche Bank, Nout Wellink, zou later toegeven dat hij 'het anders geformuleerd zou hebben' dan minister Bos, maar opvallend was dat hij Bos niet tegensprak. In ons land was iedereen ziedend om die verklaring, die de onzekerheid over wat restte van het beursgenoteerde Fortis opnieuw deed toenemen. De Fortis-top in Brussel ontkende de uitspraken van Bos met klem en Leterme probeerde te blussen: 'Het is wel zo dat er in België problemen waren,' aldus de premier, 'maar in Nederland waren die er ook.' Het doorknippen van de banden met Nederland bestempelde hij als 'een win-winsituatie voor beide landen'. Toch werd er het afgelopen weekend in Brussel weer koortsachtig vergaderd over de toekomst van Fortis. Er waren twee mogelijkheden: Fortis helemaal nationaliseren of de bank-verzekeraar verkopen aan een buitenlandse groep. 'De premier en de hele regering stellen alles in het werk om in de zwaarste financiële crisis sinds de Tweede Wereldoorlog het voortbestaan van de grote financiële instellingen te verdedigen', zo heette het officieel. Zondagavond bleek dat het Franse BNP Paribas zijn slag had thuisgehaald. De Franse bankgigant, die tot nu toe vrij ongeschonden uit de kredietcrisis kwam, krijgt 75 procent van Fortis Bank België en kan de hand leggen op de Belgische verzekeringstak. Aan de koop komt geen cash te pas, BNP Paribas betaalt in aandelen. Zo verwerft de Belgische overheid bijna 12 procent in BNP Paribas. Met deze operatie haalt minister van Financiën Didier Reynders (MR) uiteindelijk zijn slag thuis: hij was al langer pleitbezorger voor BNP Paribas, dat trouwens goede relaties onderhoudt met de Waalse zakenman Albert Frère. Na afloop verklaarde Reynders: 'Het geld van de spaarders blijft voor honderd procent gegarandeerd en ook het personeel is beschermd.' Dat laatste wordt toch bang afwachten: BNP Paribas heeft geen kantorennet in ons land, dus daar zal de schade wel meevallen, maar het leidt geen twijfel dat er vroeg of laat ontslagen zullen volgen op de centrale diensten, in marktenzalen, het vermogensbeheer en zo verder. Heel opmerkelijk en totaal onderbelicht gebleven in dit verhaal: de uiterst risicovolle, zogenaamd 'gestructureerde' producten van Fortis maken geen deel uit van de overeenkomst. Zij worden ondergebracht in een aparte vennootschap, en het beursgenoteerde Fortis Holding krijgt daar 60 procent in, de Belgische overheid 24 procent en BNP Paribas 10 procent. Met andere woorden: de Belgische overheid en vooral de beleggers blijven zitten met de probleemkredieten, die gewaardeerd worden op 10,4 miljard euro. Daar mogen nog klappen verwacht worden. Tijdens het weekend kwam ook Dexia opnieuw in de vuurlinie te liggen. Vorige week maandag was er bij Dexia nog een kapitaalverhoging van 6,4 miljard doorgevoerd door België, Frankrijk en Luxemburg. Maar meteen kreeg Frankrijk een grotere greep op Dexia en dat bleek al snel: topman Axel Miller moest opstappen en verwacht wordt dat onze zuiderburen daar nu een Fransman zullen posteren. Het is duidelijk dat het machtscentrum bij Dexia naar Parijs is verschoven. Zondagmiddag wakkerde premier Leterme het wantrouwen in Dexia opnieuw aan toen hij verklaarde: 'Dexia is een zeer solvabele bank, maar ondergaat ook de effecten van de internationale crisis.' Al snel bleek dat Dexia onder druk stond, omdat er geen redding leek te komen voor de Hypo Real Estate, de op een na grootste vastgoedfinancier van Duitsland. Dexia zou bij een faillissement voor 200 tot 300 miljoen euro kunnen verliezen. Dexia zelf liet weten dat het in staat was om 'het hoofd te bieden aan de verslechterende omgevingsvoorwaarden die waargenomen worden op de financiële markten'. De regering zei het dossier op de voet te volgen. Maandag verloor het aandeel Dexia 20 procent op de beurs en werd een nieuwe regeringsingreep haast onvermijdelijk. Terwijl in Brussel gestreden werd om het voortbestaan van Fortis en Dexia, kwam in Parijs een minitop bijeen met Frankrijk, Duitsland, Italië en het Verenigd Koninkrijk. De bedoeling was om er een gezamenlijk noodfonds op te richten, maar daar kwam niets van terecht. De Duitse bondskanselier Angela Merkel formuleerde het na afloop zo: 'Elk land moet op nationaal vlak zijn verantwoordelijkheid nemen in de bankcrisis zonder de belangen van de andere Europese lidstaten daarbij te schaden.' Zoals ook al uit het Fortis- en Dexia-verhaal bleek: het is vandaag ieder voor zich. En België verliest tot nu toe daarbij het meest. De enige grootbank in Belgische handen die ons nog rest is KBC. Meer dan ooit kan het uitpakken met de slogan: 'Beter bij de bank van hier.' DOOR EWALD PIRONET