Of Knack Roeselare, of Noliko Maaseik wint de Belgische volleybalbeker - daar is gisteravond al over beslist in de terugwedstrijd van de halve finale die ze onderling uitvochten. En of Roeselare of Maaseik wordt straks landskampioen, de finale van de playoffs wordt in volleyballand nu al aangekondigd als de schok der giganten.
...

Of Knack Roeselare, of Noliko Maaseik wint de Belgische volleybalbeker - daar is gisteravond al over beslist in de terugwedstrijd van de halve finale die ze onderling uitvochten. En of Roeselare of Maaseik wordt straks landskampioen, de finale van de playoffs wordt in volleyballand nu al aangekondigd als de schok der giganten. Beide clubs torenen in België hoog boven de tegenstand uit. Beide clubs nestelen zich nu ook bij de absolute Europese top. Ze spelen de komende dagen de Final Four van de Confederale Beker, Europabeker 3 (Roeselare, 6 en 7 maart in het Italiaanse Macerata), en van de Champions League (Maaseik, 13 en 14 maart in het Spaanse Elejido, nabij Almeria). Voor Roeselare is het de vierde Europese eindronde in het bestaan van de club. In '91 en '95 werd de eindbeurt bij de bekerwinnaars gehaald, vorig seizoen wonnen de West-Vlamingen zilver in de Confederale beker, na 3-0 verlies tegen thuisclub Treviso. Maaseik verschijnt voor de tweede keer op afspraak. De Limburgers verloren in '97 in Wenen de finale van de Champions League tegen Modena met 3-0. Het is wel een primeur voor het Belgische volleybal dat twee clubs in hetzelfde jaar naar de eindronde van een Europese beker trekken. Overigens haalde voor het eerst ook bij de vrouwen een Belgische club de Final Four, Herentals in de Confederale Beker. Daar mag evenwel niet uit worden geconcludeerd dat de Belgische volleyballers nu plots hun plaats aan de internationale top hebben. Daarvoor is het aandeel van de buitenlanders, vijf bij beide clubs, in de successen te groot. Het verklaart trouwens ook voor een groot deel het contrast tussen de prestaties van beide clubs en het droevige peil van de nationale ploeg, alweer kansloos voor het EK. Het strekt evenwel beide clubs niet weinig tot eer dat ze zich met weinig middelen naast de Europese top hebben kunnen hijsen. Ter vergelijking: Treviso, Macerata en Palermo, de drie Italiaanse clubs in beide eindronden, werken met een jaarbudget tussen 110 en 150 miljoen frank. Maaseik komt na een jarenlange geduldige opbouw aan 40 miljoen en Roeselare aan 32.EEN GOEDE DAG EN WAT GELUKMaaseik heeft nog enige voorsprong, niet alleen budgettair, vooral structureel-organisatorisch, met secretaris Marc Vermeulen, de Regioclub-verantwoordelijke Jos Rutten, en een algemeen manager, René Corstjens, fulltime in dienst. "Op dit niveau een noodzaak", meent de vroegere leraar L.O., speler en trainer. "Bij ons is behalve spelers en trainer iedereen hobbyist, handelt bijvoorbeeld voorzitter Edwin Blauwblomme tussen zijn werkuren zelf elke transfer af", monkelt Filip Dekiere, ook manager, maar bij Knack wordt dat gecombineerd met een fulltime job als bediende bij de RVA. In Roeselare noemen ze het tot voor kort ongenaakbare Maaseik - vier keer na elkaar landskampioen, de vorige twee jaar ook nog bekerwinnaar - graag hautain. "Ze kunnen alles beter, zijn bijvoorbeeld nog steeds pisnijdig omdat wij Ron Zwerver konden binnenhalen." Corstjens ontkent niet: "De titel zou dit jaar stukken zoeter smaken." Dekiere is al van in '82 verbonden aan Knack, maakte de zotte jaren tachtig mee, zag van dichtbij hoe de meeste Belgische clubs èn Knack in hun wanhopige pogingen om aan de top te komen/te blijven aan grootheidswaanzin ten onder ging. "Men spiegelde de spelers lonen voor die toch niet konden worden betaald, men sprak over budgetten van dertig miljoen terwijl men maar tien miljoen had." Ook Knack geraakte na de bekerfinale van '91 in heel slechte papieren, torste bij benadering een schuldenlast van twintig miljoen frank. In november '93 volgde uiteindelijk een vereffening en een bestuurlijke schoonmaak. "De club was op sterven na dood", bevestigt Dekiere. Met Marc Spaenjers werd gekozen voor een coach die de langetermijnvisie van de nieuwe voorzitter Blauwblomme kon invullen en klom de club snel uit het diepe dal, met meteen bekerwinst in '94 en daaropvolgend een Europese finale. In '97 ruilde Spaenjers de club voor de nationale ploeg. Onder zijn opvolger Dominique Baeyens grepen de blauwwitten vorig seizoen in een zinderende finale tegen Maaseik maar net naast de machtswissel. Dit jaar moet het werk worden afgemaakt, niet met een ploeg van vooral zelf opgeleide Belgische talenten zoals was gepland, maar met een ploeg met een Bosnische tweede set-up Josipovic, de Nederlanders Ron Zwerver, Albert Cristina en Martin van der Horst en de Nigeriaan Shittu. "Op een bepaald moment primeren toch de resultaten van de eerste ploeg boven de jeugdopleiding, al wordt die draad zeker weer opgepikt", legt Dekiere uit. "Maar het verschil met enkele jaren geleden is dat we betaalbare spelers aantrokken." Nu wordt het nieuwe realisme gepredikt, er wordt geen frank boven het vooropgestelde budget van 32 miljoen gegaan. Dekiere: "We zijn al tevreden dat we dat budget rondkrijgen. Wat niet wil zeggen dat het elk jaar scharrelen is. De meeste sponsorovereenkomsten zijn contracten van twee of drie jaar, dat geeft toch enige ademruimte. En nu spreken we over getekende contracten. Vroeger baseerde men zich op mondelinge overeenkomsten, of schriftelijke die dan niet bleken te bestaan. Met alle gevolgen van dien. Nu is er een correcte boekhouding. Het is de enige manier om aan de top te blijven. Europees budgetteerden we bijvoorbeeld meteen tot aan de finale, dan kom je niet voor verrassingen te staan. En de spelers beseffen ook dat zij hier financiële zekerheid vinden. Jammer genoeg blijkt die in België maar bij twee, misschien drie ploegen, met Lennik daarbij, te vinden." Het doordachte en gezonde beleid trok de club niet alleen naast Maaseik, de club staat in Macerata wellicht voor een historisch hoogtepunt: een gouden plak lijkt haalbaar. De eerste tegenstander, Berlijn, een powerteam met Marco Liefke, ex-Maaseik, is alvast geen onmogelijke opdracht. Normaal wordt Macerata, derde in de Italiaanse competitie en een budget van 130 miljoen, dat in de halve finale tegenover Palermo staat, in de finale de tegenstander. Dekiere: "Normaal zijn die sterker, zeker als thuisploeg. Maar mits we een goede dag en wat geluk hebben..." Hij denkt toch dat er nog steeds een kloof gaapt met de absolute top van Europa. "Omdat bij ons maar twee of drie spelers dat hoogste niveau aankunnen. Clubs als Modena, Treviso, Cuneo hebben acht of negen spelers van internationaal niveau. Maar we liggen in kwaliteit toch maar tien tot twintig procent meer onder, waardoor we nu in elke confrontatie onze kans hebben. Zeker met het nieuwe rallypuntsysteem, dat de mindere ploegen toch bevoordeelt, vind ik. Dat de Italiaanse topclubs dit jaar Europees al een aantal wedstrijden hebben verloren, is geen toeval."DE LONG VAN HET LIMBURGS VOLLEYPrecies door het verlies van het door blessuren zwaar gehavende Modena tegen Piraeus en Friedrichshafen, kon Maaseik in zijn pool met acht topclubs - Corstjens: "Nogal een moeilijker voorronde dan Roeselare dat tegen Odintsovo en Riga vier keer thuis mocht spelen" - niet alleen de Italiaanse topclub achter zich houden, de Limburgers werden zowaar ook groepswinnaar. Indien zij in Elejido voorbij het Russische Beogrod geraken, niet onmogelijk, wacht hen in de finale wellicht Treviso, dat in zijn kruisfinale geen al te grote problemen mag verwachten van Friedrichshafen. "Een schier onmogelijke opdracht", denkt Corstjens. Al noemt Silvano Prandi, topcoach in Italië, Maaseik - dat met de Amerikaan Barnett, de Nederlander Marko Klok en Wout Wijsmans, 's lands grootste talent, ook drie toppers in huis heeft - niet kansloos. Corstjens weet evenwel dat zijn club op sportief vlak nog steeds niet kan wedijveren met de Italiaanse top. "De 3-0 tegen een volledig en perfect getuned Modena, dat nauwelijks fouten maakte, zegt voldoende." Organisatorisch wordt de club van voorzitter Mathi Raedschelders evenwel zelfs op het schiereiland een voorbeeld genoemd. Sedert de eerste titel in '91 werd de club uitgebouwd tot een gigantische organisatie, met een eigen fitnesscentrum bij de gemeentelijke zaal, met de businessclub AgorA, gedragen door de 34 Zakenvrienden Noliko Maaseik, die elk 250.000 frank inbrengen, met acht beachvolleybalcourts, het ASLK-toernooi, de Regioclub, jeugdvolleybal in samenwerking met twaalf Limburgse clubs, "de long van het Limburgs volleybal", omschrijft Corstjens, enzovoort. Het hele organogram telt tien cellen met eigen verantwoordelijkheden. Corstjens: "Het is niet helemaal eerlijk ons budget met dat van Roeselare te vergelijken. Puur voor de eerste ploeg haalt Knack zelfs iets meer, denk ik. Er gaat bij ons al 5 miljoen naar de Agora, 2,5 naar het toernooi, 2,5 naar de Regioclub..." De commerciële initiatieven vormen Maaseiks levensader. "Dat is hier meer noodzakelijk dan bij Roeselare, waar zoveel meer industriële bedrijvigheid is", meent Corstjens. "Daarom ook is de titel een absolute must, dan hebben we weer een product dat we kunnen verkopen. Ons enige probleem is onze kleine zaal. Voor topwedstrijden kunnen we zeker duizend mensen meer zetten. Dat zou het budget met zo'n acht miljoen kunnen optrekken." Alleen zijn de toppers schaars. In eigen land leveren alleen de confrontaties met Roeselare, Lennik en Zonhoven spankracht op. Knack kent hetzelfde probleem, en daar zijn beide clubs het dan ook over eens: het ontbreekt de clubs zowel commercieel als sportief aan topwedstrijden. Corstjens: "Door onze brede kern, een voordeel trouwens tegenover Roeselare, wordt in trainingspartijtjes vaak een hoger niveau gehaald dan in de Belgische competitiematchen." Dekiere: "Een competitie met pakweg de tien beste clubs uit België, Frankrijk, Nederland en Duitsland, zou een oplossing kunnen zijn. Maar er wordt alleen over gesproken."Frank Buyse