Toen de Italiaan Primo Nebiolo in 1981 Adriaan Paulen opvolgde - wegpestte, zeggen sommigen - aan de top van de International Amateur Athletics Federation (IAAF) waren atleten nog écht amateurs. Betaald werden ze nauwelijks, omkleden moest in achterafkamertjes en de internationale federatie achter hun lidkaart moest het rooien met een jaarbudget van een slordige 50.000 euro, vooral bijeengeharkt met boekjes die de regels van de verschillende disciplines uit de doeken deden. Maar dan trok Nebiolo de European Broadcasting Union (EBU) aan boord, een conglomeraat van publieke televisiestations, en incasseerde miljoenen voor de uitzendrechten van de internationale kampioenschappen. Sindsdien komt de atletieksport vlotjes rond: vorig jaar haalde de IAAF een omzet van dik 50 miljoen euro; sponsors staan in de rij en er worden zotte prijzen neergeteld om een WK atletiek te mogen organiseren. Een voorbeeld? Het jongste WK in het Canadese Edmonton soupeerde een organisatiebudget op van zomaar eventjes 91,7 miljoen euro, waarvan overigens 'slechts' 7 miljoen euro naar prijzengeld voor de WK-finalisten ging.
...

Toen de Italiaan Primo Nebiolo in 1981 Adriaan Paulen opvolgde - wegpestte, zeggen sommigen - aan de top van de International Amateur Athletics Federation (IAAF) waren atleten nog écht amateurs. Betaald werden ze nauwelijks, omkleden moest in achterafkamertjes en de internationale federatie achter hun lidkaart moest het rooien met een jaarbudget van een slordige 50.000 euro, vooral bijeengeharkt met boekjes die de regels van de verschillende disciplines uit de doeken deden. Maar dan trok Nebiolo de European Broadcasting Union (EBU) aan boord, een conglomeraat van publieke televisiestations, en incasseerde miljoenen voor de uitzendrechten van de internationale kampioenschappen. Sindsdien komt de atletieksport vlotjes rond: vorig jaar haalde de IAAF een omzet van dik 50 miljoen euro; sponsors staan in de rij en er worden zotte prijzen neergeteld om een WK atletiek te mogen organiseren. Een voorbeeld? Het jongste WK in het Canadese Edmonton soupeerde een organisatiebudget op van zomaar eventjes 91,7 miljoen euro, waarvan overigens 'slechts' 7 miljoen euro naar prijzengeld voor de WK-finalisten ging. Het grote geld heeft zich de jongste tien jaar aan de atletiek vastgehaakt, en daar zijn atleten én bobo's beter van geworden. Wilt u er een staaltje van zien? Als vrijdag het atletencircus in het Koning Boudewijnstadion neerstrijkt, toeft het ultieme bewijs van de relatie tussen sport en geld op de zesde van zeven manches Golden League in Brussel. Met als inzet het ultieme statussymbool van opperste rijkdom: een klomp massief goud. Sinds Gail Devers twee weken geleden op de 110 meter horden van de Weltklassemeeting in Zürich Glory Alozie en Bridgette Foster moest laten voorgaan, zijn er nog vier kanshebbers over voor die jackpot van de Golden League. Tijdens de Memorial Ivo Van Damme strijden Marion Jones op de koninginnesprint, de Mexicaanse Ana Gabriela Guevara op de 400 meter, de Dominicaan Felix Sanchez op de 400 meter horden en de Marokkaan Hicham El Guerrouj op de 1500 meter voor hun deel van de goudklomp van vijf kilogram. Of, gerekend aan de huidige goudprijs, voor een snelle 500.000 euro. De Golden League is een uitvloeisel van de Golden Four, een vierspan dat de meetings van Oslo, Zürich, Brussel en Berlijn sinds 1993 verbindt. De aanstoker van de alliantie, organisator Andres Brugger van de Weltklasse in Zürich, koppelde de meetings toen Nebiolo zijn kampioenschappen aan de EBU verpatste - als een soort van tegenwicht voor het groeiende belang van de kampioenschappen. De vier tekenden in 1993 exclusiviteit bij de Duitse televisieproducent Ufa en ze zagen hun inkomsten prompt naar de hemel schieten. En hun uitgaven. 'De startgelden voor de topatleten schoten prompt de hoogte in' weet Hans-Jorg Wirz, die vandaag de Weltklassemeeting in Zürich in elkaar bokst. Sindsdien lijken de atletengages nog verder gestegen te zijn, maar dat is gezichtsbedrog, zegt Wirz. 'Eigenlijk hebben ze alleen in 1993 zo'n sprong gemaakt. Toen de IAAF in 1998 de Golden League creëerde uit de Golden Four, en ze daarbij een stevige prijzenpot introduceerde, was dat vooral een verschuiving van prijzengeld, geen uitbreiding ervan.'Nochtans mogen de budgetten van de topmeetings er best wel zijn. Zürich, dat met de Memorial wedijvert voor de titel van grootste atletiekmeeting in de wereld, heeft een budget van dik 4 miljoen euro; de organisatoren in Parijs kunnen 2,5 miljoen opsouperen, de Memorial 2,1 miljoen euro, net als de meetings in Rome en Berlijn en de meetings in Monaco en Oslo (met een jaarbudget van 1,8 miljoen euro) moeten het met net iets minder doen. En anno 2002 spendeert een meeting uit de Golden League tussen de 50 en de 70 procent van zijn fors gestegen inkomen aan accommodatie en vooral vergoedingen voor de atleten. Tel het maar na: organisatoren betalen de atleten op zo'n Golden League-meeting tussen het anderhalf en de twee miljoen euro uit. Niet alleen de winnaars pakken poen. Ook de andere atleten in de twaalf olympische finales die Memorial-organisator Wilfried Meert en zijn collega's aankondigen, doen het niet voor een boterham met spek. Dat is het mooie van het verhaal: in de Golden League, de Grand Slam van de topatletiek, zijn de kilo's goud niet meer dan de kers op de taart. Ook zonder kersen smaakt de soes: dagwinnaars op een van de zeven Golden League-meetings vangen een stevige 15.000 euro. Wie een wereldrecord aflevert, krijgt daarbovenop nog eens 50.000 euro extra - minimaal, want er valt over te onderhandelen, houden managers vol. Overigens moesten dit jaar alleen de organisatoren in Zürich afdokken, toen steeplespecialist Ibrahim Boulami het wereldrecord op de drie kilometer scherper stelde. Ook een atleet op de tweede rang deelt mee in de gouden regen van de Golden League. Wilfried Meert: 'Wij betalen prijzengeld aan negen atleten, soms aan twaalf als het over langeafstandsnummers gaat.' Zo komt het dat vandaag - na de scherpe kritiek van de managers uit de begindagen van de Golden League - ook niet-winnaars in de prijzenpot mogen graaien. Zo komt het dat zelfs de laatste atleet op de baan in de topnummers vrijdagavond 1500 euro ontvangt voor zijn prestatie, waarna hij verder tevreden huiswaarts keert. Een beetje atleet krijgt daar bovendien nog een flinke smak startgeld bovenop - over hoevéél startgeld circuleren trouwens de zotste bedragen: atletiekicoon Carl Lewis zou zelfs tot 75.000 euro per avond hebben opgestreken. Geen atleet of organisator echter die officieel een bedrag wil plakken op dat handgeld 'omdat er een stilzwijgende afspraak over bestaat', maar ze willen wel eensgezind kwijt dat 'atletiekmeetings organiseren vreselijk duur geworden is'. Zitten atleten op een onuitputtelijke goudader? In elk geval zijn ze er financieel niet op achteruitgegaan. Toen Andres Brugger in 1973 voor het eerst de Weltklassemeeting organiseerde in Zürich, smeekten atleten om aan de start te mogen komen. Brugger: 'Ik boekte een olympische kampioen voor 500 euro, een zilveren medaillewinnaar voor 300 en een bronzen voor 150.' Vandaag zou hij daarvoor makkelijk het honderdvoudige moeten neertellen. 'Edwin Moses heeft het pad geëffend', zegt Brugger, 'en hij slaagde erin zijn gage in geen tijd te vervijfvoudigen. Op het einde van zijn carrière verdiende hij 25.000 euro per meeting.' Vandaag zouden er nog nauwelijks uitschieters zijn. De tijd van de Carl Lewissen is voorbij. 'De grote vedetten van vandaag zijn minder groot dan die van vroeger. Manuela Levorato of Kim Gevaert zijn bijlange nog niet populair genoeg om een meeting te dragen. En dat de grote evenementen de voorbije jaren te ver van ons bed waren, heeft de aflossing van de wacht vertraagd. Spelen in Sydney en een WK in Edmonton, daar liggen echt alleen de freaks van wakker', gelooft Wilfried Meert. 'Zulke iconen zal de atletiek misschien nooit meer hebben', mijmert Wirz. 'Atleten die zolang aan de top kunnen blijven, zijn niet meer van deze tijd, vrees ik.' De betere Golden Leagues hebben zich daar al tegen gewapend. 'Een meeting moet groter zijn dan de atleten die er lopen', zegt Meert. 'Daarom hebben wij in de Memorial een concept uitgedokterd. Atletiek blijft de hoofdmoot, maar de ritmesecties in de tribune, een optreden en vuurwerk aan het eind zijn onafscheidelijke attracties. Het concept wérkt, zowel voor de atleten als voor de toeschouwers en de sponsors.' Parijs, Stockholm, en in zekere mate ook het WK in München - met een Beiers in plaats van een Afrikaans orkest - hebben het Brusselse voorbeeld gevolgd. Ze organiseren niet langer een atletiekwedstrijd, maar een sportevenement. Hun succes bewijst dat Meert wel eens gelijk zou kunnen hebben. Toch waarschuwt Wirz dat het niet nog veel groter, beter en duurder kan. Het plafond is bijna bereikt, vreest hij. Gelukkig maar, want zelfs in de atletiek groeien de bomen kennelijk niet tot in de hemel. U zult het misschien moeilijk kunnen geloven als u het weelderige feest in het Koning Boudewijnstadion ziet, maar het is crisis in de topatletiek. Althans bij sommige meetings. Organisator Jean-Pierre Schoebel van de Golden League-meeting van Monaco, toch niet bepaald een arm landbouwersdorpje, zit erbij te zuchten: 'Het is niet makkelijk om het budget rond te krijgen, en de atleten zijn onverbiddelijk: heb je geen geld, dan blijven ze weg. We hebben het daarom in 2002 noodgedwongen met enkele atleten minder moeten doen.' Mo- naco heeft intussen besloten de Golden League te verlaten. De organisatoren gaan de komende jaren de Grand Prixfinale organiseren. Mogelijk wordt de Herculis-meeting in Monaco niet de enige afvaller. Naar verluidt zit ook Berlijn in slechte papieren en slaagt de ISTAF-meeting er amper in uit de rode cijfers te blijven - meetingdirecteuren Ralf Kleinhenz en Gerhard Janetzky wilden daar helaas geen commentaar over kwijt. Intussen kampen de Bislett Games, het Golden League-luik van Oslo, al járen met een acuut tekort aan toeschouwers: eind juni bevestigden de amper zevenduizend toeschouwers op schrijnende wijze de tanende Noorse belangstelling voor de vedettenparade van 's werelds atletiektop. 'Een gevolg van de teloorgang van de Noorse topatletiek' denkt Svein Arne Hansen, meetingdirecteur en ondervoorzitter van de Noorse atletiekbond. 'Halve fondatleet Vebjorn Rodahl, langeafstandsloopster Grethe Waitz en speerwerpster Trine Hattestadt hebben een leemte achtergelaten, en zelfs Maurice Greene en Marion Jones kunnen de chauvinistische Noren niet naar het stadion lokken. Ze kiezen voor de wintersporten. Daarin pakten de Noren tenminste nog elf olympische medailles.' De tanende belangstelling is ook naar enkele andere meetings overgewaaid. Nee, niet naar Zürich, noch naar de Memorial, die al jaren een bonus boekt op de 625.000 begrote euro's uit ticketverkoop. En evenmin in het nokvolle stadion in Stockholm, of het Stade de France in Parijs, al zitten de 44.000 betalenden daar wel wat verloren in het immense stadion. Maar in Lausanne (12.000 toeschouwers), Monaco (12.000) en Rome (25.000 toeschouwers in een stadion van 80.000) was het armoe troef en bleef dat deel van de inkomsten aan de magere kant. 'De overkill aan sport op televisie tijdens het wereldkampioenschap voetbal heeft bepaalde organisatoren duidelijk parten gespeeld', denkt Wirz. De wegblijvende toeschouwers waren echter een dubbele ramp, want de Golden League moest ook fors inleveren op inkomsten uit televisierechten. Het contract met Canal Plus liep af, en de agent die in naam van de IAAF met televisiestations onderhandelde, International Sports & Leisure, ging op overkop. Dus moest de IAAF naar andere mediapartners op zoek (met het Japanse Dentsu hebben ze die inmiddels gevonden), net in het jaar van het WK voetbal. Tijdens die overgangsregeling zijn de tv-inkomsten voor elke meeting fors gekelderd. Overal. Schoebel, met een vleugje sarcasme: 'De voorbije jaren puurde Monaco telkens 400.000 euro uit televisierechten. De jongste meeting moest het met dertig procent minder doen. Waarschijnlijk omdat de Franse zenders te zwaar geïnvesteerd hadden in het WK voetbal in Japan en Korea.' Andere organisatoren schoten er zelfs de helft bij in. Omdat tv-rechten ook van details afhangen. Zegt Meert, die op slinkse wijze de schade probeerde te beperken: 'Ik hoop dat de Zweedse televisie alsnog over de brug komt. Ik heb alvast hoogspringster Kajsa Bergqvist (brons op de Spelen en het WK, en kersvers Europees kampioene) en hinkstapspringer Christian Olsson (Europees kampioen) uitgenodigd om hen over de streep te trekken.' Onder het nieuwe contract dat volgend jaar begint te lopen, zal de Golden League er helemaal anders moeten uitzien. Zo zijn de oorspronkelijke plannen van Primo Nebiolo inmiddels al danig afgezwakt - Nebiolo zag het nog groot, zoals het een zonnekoning past. 'Op termijn', gaf hij te verstaan, 'moeten we naar een superliga met tien meetings: acht in Europa, één in Japan en één in de VS'. Lamine Diack, zijn opvolger, is met beide voeten op de grond teruggekeerd: op verzoek van zowat iedereen - atleten, organisatoren, televisie - blijven er vanaf 2003 nog vijf, maximaal zes meetings in de Golden League. IAAF-directeur-generaal Pierre Weiss: 'De Golden League mag niet louter meer op winst zijn afgestemd, maar op een zo groot mogelijke visibiliteit voor de atletieksport. We willen dat de meetings uit de kosten komen, maar tegelijkertijd vinden we dat ze niet achter een decoder weggestoken moeten worden. De belangrijkste organisaties van de atletiek, als we het WK even buiten beschouwing laten, moeten op publieke televisie.'De inkrimping stemt kennelijk iedereen gelukkig. De atleten, die heimwee hebben naar een serie meetings met Grand Slam-allure - een gevoel dat ze sinds de verschuivingen in 1998 waren kwijtgespeeld - maar ook de organisatoren en de televisiebonzen. 'Zeven meetings eisen te veel van de atleten en bovendien maakt geen enkele zender tijd vrij om tien meetings uit te zenden', zegt Zürichs Hans-Jorg Wirz. In de nieuwe formule lijken Brussel en Zürich certitudes, Monaco speelt niet meer mee en alle andere liggen in de weegschaal. Ze krijgen er mogelijk nog een te duchten concurrent bij. Er wordt namelijk hardop gedacht aan een manche voor de Golden League in Londen, geruggensteund door de BBC en haar televisiegeld. Wirz: 'Londen maakt een goede kans, omdat de meeting een van de vier grote Europese markten zou aanboren. Maar dat geldt ook voor Rome, Parijs en Berlijn.'Oslo lijkt een zekere afvaller, zeker nu Stockholm de Scandinavische markt heeft ingepalmd. De tranen staan Svein Arne Hansen nader dan het lachen. 'Als ze ons uit de Golden League schrappen, kunnen we de Bislett Games opdoeken. En liggen meteen drie atletiekclubs in Oslo droog.'Want ook dat is een eigenaardigheidje van de atletiek. De topmeetings, die in goede tijden makkelijk 75.000 euro en méér winst boeken, zijn geen commerciële organisaties. Ondanks het grote geld hebben zakenlui zich nog niet met de atletiekorganisaties bemoeid, die ene, inmiddels failliete uitzondering in het Zweedse Malmö even buiten beschouwing gelaten. Wilfried Meert: 'Een atletiekmeeting blijft niet op niveau als je winst wilt maken. Wie elk jaar vijftien olympische finales moet bieden, kan geen economische logica volgen en besparen op zijn deelnemersveld.' Dus blijven de topmeetings in de atletiek in handen van organisatoren die sterk verwant zijn met clubs of federaties. Zo houdt de vzw die de Weltklasse in Zürich organiseert, een plaatselijke club in leven en betaalt het drie atleten, onder wie 800-meterloper André Bucher; zo houden de Bislett Alianzen in Oslo en ISTAF in Berlijn drie atletiekclubs op de been en zo is de vzw Memorial Ivo Van Damme dankzij een gulle bijdrage van 75.000 à 125.000 euro per jaar - afhankelijk van de eigen winst - de absolute topsponsor van de Belgische Atletiekbond en bij uitbreiding de hele Belgische atletiek. Of hoe een economische logica ook nobele motieven kan hebben. Frank Demets'Een meeting moet groter zijn dan de atleten die er lopen.'In de Golden League zijn de kilo's goud niet meer dan de kers op de taart.