De Studiedienst van de Vlaamse regering heeft er werk van gemaakt. In een rapport van 464 pagina's over 'De sociale staat van Vlaanderen 2009' heeft de dienst de resultaten gebundeld van alle relevante onderzoeken over de evolutie van de leefsituatie van de Vlaamse bevolking in de voorbije twintig jaar. Wetenschappers en andere sleutelfiguren spraken zich uit over zes domeinen: onderwijs en opleiding; werk en arbeidsparticipatie; inkomen en armoede; gezondheid en zorg; wonen en sociale participatie en ten slotte mobiliteit (zie kader over staalkaart). Deze oefening wordt in de toekomst om de twee jaar herhaald.
...

De Studiedienst van de Vlaamse regering heeft er werk van gemaakt. In een rapport van 464 pagina's over 'De sociale staat van Vlaanderen 2009' heeft de dienst de resultaten gebundeld van alle relevante onderzoeken over de evolutie van de leefsituatie van de Vlaamse bevolking in de voorbije twintig jaar. Wetenschappers en andere sleutelfiguren spraken zich uit over zes domeinen: onderwijs en opleiding; werk en arbeidsparticipatie; inkomen en armoede; gezondheid en zorg; wonen en sociale participatie en ten slotte mobiliteit (zie kader over staalkaart). Deze oefening wordt in de toekomst om de twee jaar herhaald. Voor het deel over gezondheid en zorg coördineerde emeritus hoogleraar Yvo Nuyens de verzameldrift van onderzoekers van universiteiten, hogescholen en sociale organisaties. 'De gegevens zijn niet gloednieuw, maar dat was ook niet de bedoeling voor dit eerste rapport. Zo ontbreekt een kritische analyse van het zorgaanbod en van het groeiende belang van de Europese regelgeving, terwijl die intussen bijvoorbeeld een grensoverschrijdende dekking van medische behandelingen en een commercialisering van de zorg mogelijk maakt. Dat moeten zeker aandachtspunten in een volgende editie worden' aldus Nuyens, die ook programmadirecteur bij de Wereldgezondheidsorganisatie is geweest. Hoewel de meeste gegevens bekend zijn, maakt het totaalbeeld van de gezondheid en zorg toch indruk. Een meisje dat vandaag in Vlaanderen geboren wordt, heeft een levensverwachting van 83,3 jaar. Voor een jongen is dat 78,1 jaar. Van de Vlamingen op actieve leeftijd lijdt 14 tot 22 procent aan een chronische aandoening of handicap. Elke dag krijgen 95 Vlamingen te horen dat ze kanker hebben (bij de vrouwen komt borstkanker op de eerste plaats en bij mannen prostaatkanker). Een kwart van de Vlamingen ouder dan 15 jaar rookt dagelijks. Een grote meerderheid van de Vlamingen drinkt wekelijks alcohol (8 procent dagelijks) en regelmatig druggebruik is geen uitzondering. Gezond eten en veel bewegen is niet aan iedereen besteed. Bijna een derde van de Vlamingen kampt met overgewicht en 10 procent heeft obesitas. Ondanks deze vormen van 'risicogedrag', is 80 procent tevreden over zijn of haar gezondheid. Dat de Vlaming in de voorbije kwart-eeuw ook objectief gezonder geworden zou zijn, durven Nuyens en zijn collega's niet zwart op wit te beweren. Zo nemen sommige ziektes en aandoeningen toe (kankers, hoge bloeddruk, allergieën, rugaandoeningen), kampt bijna 10 procent met depressieve gevoelens en is zelfdoding de meest voorkomende doodsoorzaak bij mannen tussen 25 en 49 jaar en bij vrouwen tussen 25 en 39 jaar. In het gebruik van medische verzorging heeft de huisarts een centrale rol (80 procent heeft minstens een contact per jaar), stijgen de daghospitalisaties (45 procent in algemene ziekenhuizen), neemt het geneesmiddelenverbruik toe en zit de thuisverpleging in de lift. De zorg is toegankelijk: 95 procent van de mensen valt onder de verplichte ziekteverzekering en 46 procent heeft een aanvullende verzekering. Maar patiënten betalen inmiddels wel al bijna 29 procent van alle kosten van de medische zorg zelf. Voorts zijn die pa-tiënten steeds mondiger. Dat wordt onder meer geïllustreerd door 1400 zelfhulp-initiatieven in Vlaanderen en het feit dat Nederlandstaligen tekenen voor twee derde van de klachten bij de federale Ombudsdienst voor de Rechten van de Patiënt (530 klachten in 2007). In het hoofdstuk over gezondheid en zorg zijn drie blikvangers opgenomen. Een eerste heeft aandacht voor de verschillen met Wallonië en Brussel: een Vlaming leeft langer, is minder ziek, gebruikt minder geneesmiddelen en doet minder een beroep op specialisten. Nuyens: 'Het zijn vaststellingen zonder communautaire appreciatie. Er zijn immers niet alleen verschillen tussen noord en zuid, maar ook tussen oost en west. Door het chirurgenenthousiasme bijvoorbeeld maakt een West-Vlaamse meer kans op een uterusextirpatie en een Limburger op een nieuwe heupprothese.' De vergrijzing van de bevolking doet focussen op de 'oudere Vlaming'. Bij de 65-plussers heeft minder dan 1 op de 6 een zware lichamelijke beperking, maar bij de 75-plussers heeft 65 procent af te rekenen met een functionele beperking. Het aantal niet-dodelijke ziektes bij ouderen neemt exponentieel toe en meer dan de helft van de 75-plussers heeft een langdurige aandoening. Het aantal alzheimerpatiënten zal in de komende 40 jaar verviervoudigen. Van alle geneesmiddelen wordt 60 procent gebruikt door 60-plussers en in rusthuizen slikt de helft van de bewoners antidepressiva. Een derde rode draad houdt verband met de invloed van sociale kenmerken. Enkele uitschieters: laagopgeleide mensen leven minder lang en verkeren gemiddeld 18 (mannen) tot 25 jaar (vrouwen) minder in goede gezondheid dan mensen met een hoge opleiding; 37 procent van de laag-opgeleiden heeft een chronische aandoening tegenover 16 procent van de hoogopgeleiden. Sociaaleconomisch zwakkere groepen zien meer de huisarts, sterkere groepen raadplegen meer specialisten. Meer dan zes op de tien zieke of gehandicapte Vlamingen heeft moeite om medische kosten te betalen. Een kwart van de eenoudergezinnen stelt het gebruik van gezondheidszorg uit of af om financiële redenen. Nuyens en de andere onderzoekers eindigen met tien aanzetten voor een Vlaamse gezondheidszorg. Die handelen onder meer over de opvang van de vergrijzing, de betaalbaarheid van de gezondheidszorg, preventie, zorgtrajecten voor chronisch zieken, het geneesmiddelengebruik en de wisselwerking tussen professionele en andere hulpverlening. Nuyens: 'Voor een breed maatschappelijk debat over een toekomstige Vlaamse gezondheidszorg is het niets te vroeg. Aan een hoerastemming over hoe goed we wel bezig zijn, is weinig behoefte. De gezondheidskloof tussen sociaaleconomisch sterkere en zwakkere groepen wordt groter. Dat is de harde kern van het debat. In de gezondheidsdoelstellingen moet het wegwerken van sociale ongelijkheden inzake bijvoorbeeld de levensverwachting, betaalbare zorg en deelname aan preventieve activiteiten en screenings voorrang krijgen.' HET RAPPORT 'DE SOCIALE STAAT VAN VLAANDEREN 2009' KAN WORDEN BESTELD VIA DE WEBSITE http://publicaties.Vlaanderen.be DOOR PATRICK MARTENS