GÉRICAULT Wat

Schilderijen en tekeningen van Théodore Géricault (1791-1824), romantiek. Met contextuele documenten en werk van geestesgenoten als Goya. Van 22 februari tot 25 mei in Gent, MSK.
...

Schilderijen en tekeningen van Théodore Géricault (1791-1824), romantiek. Met contextuele documenten en werk van geestesgenoten als Goya. Van 22 februari tot 25 mei in Gent, MSK. Gregor Wedekind, de Duitse curator van de tentoonstelling (nu nog in de Frankfurtse Schirn-Kunsthalle) verkent een bijzonder aspect van Géricault. Niet de paardengek, noch de maker van het fetisj-schilderij Het vlot van de Medusa of de portrettist van Napoleon en chroniqueur van diens Russische veldtocht. Wedekind focust bikkelhard op de indringende waarnemer en empathische schilder van afgesneden menselijke ledematen en van gelaatsexpressies van psychiatrische patiënten, als toepassing van de toen opkomende theorie die het verband poneerde tussen fysieke en karakteriële kenmerken. In de Parijse Salpétrière-kliniek portretteerde Géricault tien psychiatrische patiënten, zogezegde 'monomanen'. Vijf schilderijen uit die reeks bleven bewaard, waaronder De kleptomaan,uit de collectie van het Gentse MSK. Een ander, De militaire bevelsgek uit Winterthur, kon niet worden ontleend voor de expo maar is aanwezig in de doorleefde herinterpretatie van de figuur door Marlene Dumas. Retrospectieve van Francisco de Zurbaran (1598-1664), een meester uit de Spaanse baroktijd. Van 29 januari tot 25 mei in Brussel, Bozar. Een gelukkige coproductie met het Palazzo dei Diamanti in Ferrara laat Bozar toe om een uitzonderlijke selectie schilderijen uit publieke en private collecties te tonen, afkomstig uit Europa en de VS. Van de grote drie uit de Spaanse barok was Zurbaran de meest strenge, uitgepuurde en mystiek aangelegde. Dat hij minder registers bespeelde dan Velazquez kwam niet alleen omdat hij diens virtuositeit miste maar ook omdat de deuren van het Spaanse hof slechts laat voor hem opengingen. Hij excelleerde in ascetische, religieuze portretten en lumineuze stillevens, maar zag zich aan het eind van zijn carrière een bank achteruit gezet door het succes van het zoetere palet van Esteban Murillo. Aan een doek als De heilige Franciscus van Assisi heeft Zurbaran een reputatie van onverbeterlijke pilaarheilige te danken. Zijn hoogst zinnelijke blik op de dingen komt openlijker naar voren in het portret van Sint-Casilda, eigenlijk de afbeelding van een courtisane in haar modieuze uitdossing. Framingsculpture: foto's en sculpturen van drie pioniers van de moderne kunst. Van 8 februari tot 11 mei in Rotterdam, Museum Boijmans-Van Beuningen. Out-of-the-box-denken is eigen aan kunst, en de museumwereld doet zijn best om te volgen. Boijmans pikt een draad op uit het kunstonderzoek van de laatste jaren: hoe Constantin Brancusi in navolging van Medardo Rosso met fotografische middelen een nieuwe dimensie gaf aan sculpturen. Licht en schaduw, reflectie en contrast veranderen de perceptie van een beeld op zijn passage van drie naar twee dimensies. Amper enkele jaren later ontdekte Man Ray, die sculpturen vervangen had door kant-en-klare objecten, hun sculpturale kant in zijn fotografie. De drie kunstenaars, begin 20e eeuw aan het werk in Parijs, deelden een obsessie van hun tijd: het langwerpige, ovale kinder- of vrouwenhoofd. Brancusi verhardt de contouren van Rosso's Zieke kind tot een bronzen klomp (La muse endormie)waarop Ray het witte parelmoeren hoofd van zijn minnares op de tafel legt en confronteert met een zwart ovalen masker van de Baule-stam: de ware bron van de modernen (Noire et blanche). Retrospectieve met 50 schilderijen, 40 tekeningen en 5 films, uit het oeuvre van Michaël Borremans (°1963) sinds de jaren negentig. Van 22 februari tot 3 augustus in Brussel, Bozar. Sinds zijn vorige overzichtstentoonstelling in België (2005, SMAK) is de benauwende wereld van Borremans alleen maar scherper, specifieker en virtuozer geschilderd. De grote solo in Bozar (voor Tel Aviv en Dallas) komt dus niets te vroeg. De titel, As Sweet as It Gets, klinkt al als een waarschuwing: zonder gevoel voor ironie blijft men beter weg. Onderworpen, lijdzame personages, vastgehouden in claustrofobische interieurs in een tijdloos universum. De schilderkunst die haar eigen verleden reënsceneert, in taferelen als uit een gemaskerd bal. Borremans speelt geen verstoppertje. Alles wat hij aanraakt, staat bol van de psychologische ambiguïteit - een mix van onderhuids sadisme, nostalgie en belachelijkheid. Maar zijn borstels houden het beeld scherp als een mes, ze laten het niet troebel worden zoals zijn beroemde tijdgenoten Tuymans of Dumas. Niets te verbergen, is de boodschap, we staan naakt in het leven als in een stuk absurd theater. 400 houtsneden uit de wereldvermaarde verzameling Japanse prenten van de Koninklijke Musea van België. Van 28 maart tot 8 juni in Brussel, Jubelparkmuseum. Vanwege hun lichtgevoeligheid komen ze gewoonlijk slechts mondjesmaat buiten, deze verrukkelijke 'prenten van het vlietende leven' (ukiyo-e). Ze zijn gemaakt tijdens de heerschappij van de shoguns (1603-1850), toen Japan zo goed als afgesloten was van de rest van de wereld. Ze werden deels gedrukt voor massaconsumptie, deels voor exclusieve edities, en tonen in klare lijnen, filmische perspectieven en beheerste kleuren scènes uit het amusementsleven, de geschiedenis, het landschap en de fauna van het land. Het is geleden van Europalia Japan (1989) dat grootmeesters als Harunobu, Utamaro, Hokusai en Hiroshige nog eens samen zijn getoond. Dat de Koninklijke Musea niet minder dan 7500 Japanse prenten bezitten, danken ze aan conservatoren die, met de steun van Leopold II, in 1905 de hand legden op de collectie ukiyo-e van een Belgische musicus in Parijs, Edmond Michotte. Ze werden door de jaren heen met schroomvallige zorg bewaard, en zien er vandaag nog even gaaf en fris uit als toen ze een paar eeuwen geleden werden gemaakt. Mammoettentoonstelling over tatoeage van de oudheid tot heden, met het accent op het artistieke aspect. Van 6 mei tot 18 oktober in Parijs, Musée du Quay Branly. Nooit tevoren werden de culturen van de vier continenten in zo'n alomvattend trans-historisch kader met elkaar verbonden. Driehonderd uitgelezen objecten - erfgoedstukken of brandnieuwe tattoos door hedendaagse kunstenaars - geven een idee van de veelzijdigheid in vorm, technieken en praktijken. Tegelijk wordt het fenomeen klaar geduid. Van religieus en sociaal inwijdingsritueel bij 'primitieve' volkeren, (geheim) identiteitsteken van marginalen en criminelen, tot modieus lichaamsornament in stedelijke culturen. Tattoos waren niet overal en altijd welkom. Hoewel ze in Japan al een eeuw lang werd bedreven als kunstvorm, werd de praktijk op het eind van de negentiende eeuw verboden omdat ze schadelijk werd bevonden voor de publieke moraal. Ook het Westen ten tijde van de kolonisatie probeerde tatoeage als een achterlijke bezigheid terug te dringen, in de kolonies én in Europa. In de jaren 1960 maakte Mao in China korte metten met deze 'onreine' en 'oneerlijke' praktijk. Thematische fotoreeksen van de Duitse kunstenaar Thomas Ruff (°1958) uit de befaamde Düsseldorfse school. Van 16 mei tot 24 augustus in Gent, SMAK. Niet elke dag worden de grenzen en nieuwe mogelijkheden van fotografie zo grondig verkend als in het werk van Ruff. De portretten waarmee hij naam verwierf, blijven op de achtergrond in deze expo. De focus valt op enkele van zijn sterkste fotoreeksen. Er zijn de benauwende Interieurs uit zijn geboortestreek in het Zwarte Woud. Voorts de Sterren, met een telescopische lens uitvergrote details van de nachtelijke hemel (op basis van materiaal uit het ruimteonderzoek). En ook Nachten, onbehaaglijke buitenbeelden, tijdens de Golfoorlog in 1992 gemaakt met behulp van het type nachtkijker dat ook het Amerikaanse leger gebruikte. Ruffs recente reeks Fotogrammenis een hommage aan dadaïst Man Ray, uitvinder van het fotogram toen hij in zijn donkere kamer banale voorwerpen op lichtgevoelig materiaal legde en belichtte. Ruff doet het experiment over in 3D met de digitale camera en bereikt transparante, abstracte composities vol licht- en schaduweffecten. Tentoonstellingsdrieluik over de middeleeuwse modelvorst Karel de Grote. Van 20 juni tot 21 september in Aken, waar hij 1200 geleden stierf. Diverse locaties. Doordachte, samenhangende presentatie op drie plekken tegelijk, zoals het past voor de architect van het Karolingische rijk en dus 'vader van Europa'. Het Centre Charlemagne exposeert Karls Kunst met kostbare handschriften, ivoorsnijwerk en goudsmeedkunst uit de Akense hofschool. In de kroningszaal van het stadhuis, Orte der Macht, een wezenlijke poging om de fundamenten van Karels heerschappij bloot te leggen, onder meer met archeologische vondsten en (kunst-)historisch materiaal. Naar de dom, waar de vorst begraven ligt, keren eenmalig de sacrale kunstwerken terug uit de Karolingische tijd, die ooit de domschat vormden (Verlorene Schätze). Als voorsmaakje voor Aken kunt u terecht in het archeologische museum van Ename (van 10 mei tot 30 november): de expo De erfenis van Karel de Grote, met een actueel en Europees perspectief. Zijn erfgenamen verspeelden en verdeelden zijn rijk. Sinds een halve eeuw probeert Europa de brokken opnieuw te lijmen. Wat Ename aan kostbaarheden mist, maakt het goed met multimediatechnieken. Eerste retrospectieve ooit van de schilderijen, tekeningen en prenten uit Rembrandts laatste jaren (1650-1669). Van 16 oktober tot 18 januari in Londen, The National Gallery (en vanaf 12 februari 2015 in Amsterdam, Rijksmuseum). Hoger kan een tentoonstelling niet mikken, koninklijker kan een inwijding in Rembrandts wereld niet zijn. Met meesterwerken als De anatomische les (1631) en De nachtwacht (1641) al achter zijn naam, had hij op zijn lauweren kunnen rusten. Maar hij zocht onverdroten naar meer expressie, een vrijere stijl, een diepere menselijke dimensie. Het voerde hem op rijpere leeftijd naar hoogtepunten in diverse genres; van het Joodse bruidje (1665) tot zijn negentigste Zelfportret (1669) als gelouterde zestigplusser. Parallel met de bloei van zijn creativiteit in zijn laatste jaren was er de neergang in zijn privéleven: de dood van zijn eerste vrouw en van drie kinderen was amper verteerd, of hij verzoop in de schulden en werd failliet verklaard. Zijn stijl raakte uit de mode, zijn tweede vrouw bezweek aan de pest, en hij moest zijn enige overgebleven zoon, Titus, ten grave dragen, een maand voor hij zelf stierf. Grote solotentoonstelling van beeldhouwster Berlinde De Bruyckere (°1964). Van 17 oktober tot 8 februari in Gent, SMAK. Uitgelezen kans voor wie de dramatische, liggende sculptuur Kreupelhout(een versmelting van Sint-Sebastiaan met de boom waaraan hij gemarteld wordt) niet op de voorbije Biënnale van Venetië kon bekijken. In de dogenstad was het werk geïsoleerd in het Belgische paviljoen, nu zit het beeld in het SMAK ingebed in de logica van De Bruyckeres oeuvre sinds 1980. Installaties, tekeningen en sculpturen tonen een groeiproces in het verbeelden van de gekwetste en gekooide mens in al zijn naaktheid. De Bruyckere maakt bij uitstek gelaagde beelden. In formele zin, omdat ze haar in was gemodelleerde vormen beschildert, zodat ze transparant worden. Maar ook inhoudelijk: de verwijzingen naar de geschiedenis van plaatsen, oude meesters en de natuur, zit de beelden als het ware ingebakken. The radical nude: tekeningen en aquarellen van Schiele (1890-1918), hoofdfiguur van het expressionisme in Oostenrijk. Van 23 oktober tot 28 januari in Londen, The Courtauld Gallery. De 20e eeuw zag niet veel tekenaars die meer begenadigd waren dan hij. Razendsnel en haast in een enkele beweging zette hij menselijke figuren neer, meestal in hun meest kwetsbare staat. Zijn hoekige naakten - zichzelf inbegrepen - komen nog altijd confronterend over, in een ambigue houding, tussen koketteren, verleiden en zich overgeven. De oordeelkundige selectie tekeningen op de Londense expo toont Schieles evolutie van expressionistische overdrijving tot een meer klassieke benadering van het naakt. Zoalswel meer expressionisten was Schiele een dubbeltalent. Uit zijn bewaarde brieven en gedichten spreekt eenzelfde psychische spanning als uit zijn beeldend werk, eenzelfde hoekigheid en directheid ook.Een zin als 'Alles is levend dood' zegt veel over zijn kijk op de dingen. Tweehonderd kunstwerken, van de premodernen tot heden, onder het thema van de zee, gekozen door Jan Hoet en Philip Van den Bossche. Van 25 oktober tot 19 april in Oostende, Mu.Zee en andere locaties. Een tentoonstelling zo breed als het onderwerp diep is. Het donker-realistische spectrum van Gustave Courbet en het pre-impressionistisch sensitivisme van William Turner vormen de oudste ankerpunten. De mentale afstand is niet zo groot tot Constant Permeke, en tot de duister-glanzende foto's van een dode zee bij Dirk Braeckman of de pasteuze schilderijen van bevroren oceanen door Thierry De Cordier. Al veel langer dan vandaag bekroop Jan Hoet de lust om het thema onder handen te nemen. Aanvankelijk hield hij het bij het voornemen om alleen de verbijsterende marines van Constant Permeke te tonen. Dat was nadat hij Bart De Wever had horen verklaren dat er 'aan de zee toch niets te zien is'. Hoets antwoord liet een tijd op zich wachten, maar nu geeft hij het honderdvoudig. DOOR JAN BRAET