Bruno Colmant, ceo van Degroof Petercam en professor aan de ULB en UCLouvain, was ook voorzitter van de Beurs van Brussel. Hij maakte alle crises mee, van de crash van 1987 tot en met de pandemie. Hij deelt graag zijn lange ervaring in beleggingen.
...

Bruno Colmant, ceo van Degroof Petercam en professor aan de ULB en UCLouvain, was ook voorzitter van de Beurs van Brussel. Hij maakte alle crises mee, van de crash van 1987 tot en met de pandemie. Hij deelt graag zijn lange ervaring in beleggingen. Hoe gaat het met de wereldeconomie nu de vaccinatiecampagne ons eindelijk uitzicht geeft op een uitweg uit de gezondheidscrisis? BRUNO COLMANT: Op wereldniveau zijn de vooruitzichten gunstig. Nu de economische bedrijvigheid weer aantrekt, wordt de groei ondersteund door twee fundamentele factoren: de demografische verandering, waarbij de wereldbevolking blijft groeien, en de productiviteitsstijging die in de hand wordt gewerkt door de technologische vooruitgang. De tendens is evenwel niet overal in de wereld gelijk, en er is een groot verschil tussen de regio's. Vooral Europa loopt achter. Afgezien van de tragere demografische ontwikkeling is Europa op het gebied van innovatie op de achtergrond verzeild. De grootste handicap van Europa is de combinatie van een doorgedreven administratie, die voor veel regelgeving zorgt, en een zwakke politieke macht, die maar moeilijk een strategie kan uitstippelen. Dit belemmert de mobiliteit van de productiefactoren (werknemers, kapitaal) en beperkt de ondernemingscapaciteit. Is Europa te bureaucratisch geworden? BRUNO COLMANT: Het is in ieder geval duidelijk dat het Europa aan wendbaarheid ontbreekt. In Europa is het in de zomer van 2020 aangekondigde herstelplan nog altijd niet geratificeerd. In de Verenigde Staten is Joe Biden, die eind januari als nieuwe president werd beëdigd, er al in geslaagd zijn steunplan van 1,9 biljoen dollar te laten goedkeuren, een plan om zwaar te investeren in infrastructuur, en dat in het vooruitzicht dat het allemaal met belastinggeld kan worden gefinancierd. De recentste cijfers over de jobcreatie in de VS zijn indrukwekkend en onderstrepen dat het vermogen om snel te reageren en zich aan te passen ook effect heeft op de economie. De belegger doet er dus goed aan om over de Europese grenzen heen te kijken? BRUNO COLMANT: De enige portefeuille die qua risico en kansen steek houdt, is een wereldwijd gediversifieerde portefeuille. Proberen de volgende groeigebieden in de wereld te voorspellen, is bijna onmogelijk. Het grootste risico voor beleggers is echter home bias. Al te vaak beleggen we in bedrijven die dicht bij ons staan: omdat we er werken, omdat we ze al heel ons leven kennen of van hun producten houden... Daarnet verwees u naar de economie. Maar staan de aandelenmarkt en de economie dan niet los van elkaar? BRUNO COLMANT: Wie een parallel trekt tussen beurstrends en de recentste economische cijfers, vergelijkt appelen met peren. De groei van het bbp of het werkloosheidscijfer, bijvoorbeeld, meten de economische prestaties in het verleden. Aandelenkoersen, daarentegen, weerspiegelen de toekomst: wat kopers en verkopers de komende jaren van een onderneming verwachten. De stijging van de aandelenkoersen in de afgelopen twaalf maanden wordt dan ook gerechtvaardigd door het vooruitzicht op een wereldwijd economisch herstel dat zich nu al aftekent, vooral in China en de VS. Heeft het beleid van de centrale banken bijgedragen tot de perceptie dat de financiële markten losgekoppeld zijn van de economie? BRUNO COLMANT: Op de markten symboliseert de rente de prijs van de tijd. Als de rente daalt en de prijs van de tijd daalt, dan is de huidige waarde van de in de toekomst gecreëerde rijkdom hoger. Met andere woorden, het is logisch dat de aandelenkoersen stijgen wanneer de rente daalt en de vooruitzichten gelijk blijven. Moeten we in deze context vrezen voor een stijging van de rentevoeten? BRUNO COLMANT: De rentevoeten zijn opnieuw op het niveau van vóór de pandemie, maar ze zijn laag en zouden dat ook moeten blijven. Enerzijds is het banksysteem zeer goed beveiligd, hypersecuur, en dat beperkt het risico op risicopremies die op hol slaan voor banken en overheden, waarvoor de rentevoeten de maatstaf op de markten zijn. Anderzijds zijn er geen reële aanwijzingen voor een hervatting van een inflatoire cyclus met loonstijgingen. Integendeel, de technologische innovatie leidt tot deflatoire druk. Ook de vergrijzing van de bevolking sorteert een veeleer deflatoir effect. Een oudere bevolking heeft de neiging om uit voorzorg meer spaargeld te houden, wat het effect van monetaire injecties door centrale banken uitvlakt, zoals we in Japan al meer dan twintig jaar zien. We moeten dus niet hopen op een normalisering van de intrest op spaarproducten zoals spaarrekeningen? BRUNO COLMANT: Vanuit een historisch perspectief lijken de huidige rentevoeten vrij normaal. De hoge rentetarieven die veel mensen uit de financiële wereld in de jaren zeventig en tachtig hebben meegemaakt, waren meer uitzondering dan regel in een zeer specifieke context, die met name door de oliecrises werd uitgelokt. Dus moet de spaarder beleggen om rendement te halen? BRUNO COLMANT: Eerst en vooral moet je je financiële activa structureren op basis van het tijdskader. Spaarproducten blijven de beste keuze voor het kortetermijngedeelte. Dat gaat dan over de geplande uitgaven te betalen en een spaarbuffer voor onvoorziene omstandigheden die doorgaans op minstens zes maanden salaris wordt geschat. Vervolgens wordt het deel van het vermogen op middellange termijn - dit is kapitaal dat je in de komende jaren nodig kan hebben en/of waarmee je de risico's wil beperken - belegd in obligaties, die stabiliteit bieden aan een portefeuille. Tot slot bieden aandelen een hoger rendement voor de langetermijncomponent, bijvoorbeeld wat je tijdens een loopbaan spaart voor de oude dag. Doorgaans wordt deze lange termijn geacht minstens acht jaar te zijn, maar dat is geen harde en vaste regel. Het doel is vooral om lang genoeg te beleggen om het effect van de grotere volatiliteit van de aandelenkoersen af te vlakken en om te profiteren van de groei van de wereldeconomie. Uiteraard hangt de verdeling tussen aandelen en obligaties ook af van iemands risicotolerantie. Hoe pak je dat concreet aan? BRUNO COLMANT: Het hangt vooral af van de individuele situatie, want er is geen toverformule. De prioriteit gaat wel naar diversificatie. Of je nu op een progressieve manier belegt, maandelijks bijvoorbeeld, of alles in een keer met bijvoorbeeld een eenmalige erfenis: je moet erover waken dat je wereldwijd belegt. In de praktijk kan dat bijvoorbeeld gebeuren via internationale aandelenfondsen. Er zijn ook strategische fondsen met een vooraf bepaalde verdeling tussen aandelen en obligaties. Het grote voordeel van deze oplossingen is dat je met één enkele operatie in een internationale portefeuille kan beleggen. Zijn alternatieve beleggingen zoals goud of bitcoin interessant? BRUNO COLMANT: Laten we in de eerste plaats de aankoop van een woning niet vergeten: een investering waarvan je elke dag kunt genieten, die voorkomt dat je huur moet blijven betalen en die recht op belastingvoordelen kan geven. Wat goud betreft, blijf ik veeleer voorstander van een kleine belegging in de orde van grootte van 5 procent van de portefeuille. Goud is geruststellend, vooral in tijden van crisis, en het heeft een zekere tijdloosheid. En voor je activa is het een bijkomende diversificatie. Bij cryptomunten, en zonder vooruit te lopen op hun nut, moet je op je hoede zijn voor een massa-effect zoals we dat zagen met aandelen als GameStop. Speculatie en de lokroep van snelle winst hebben handelaren in aandelen altijd verleid, zelfs professionals, we zagen dat onlangs nog met de val van het hedgefonds Archegos. Maar als het op beleggen aankomt, is een goed knapperend haardvuur veel beter dan een paar hevige steekvlammen.