Ooit heeft het wettelijke pensioenstelsel ongetwijfeld goed gefunctioneerd. Vandaag dreigen de funderingen in te zakken. Een almaar kleiner wordende groep draagt de zware pensioenlast van steeds meer ouderen. In 1995 zorgden honderd werknemers nog voor de uitkering van een veertigtal gepensioneerden, in 2030 zullen dezelfde honderd moeten opdraaien voor het dubbele aantal senioren. En een vergoeding betalen waarvan ze zelf na hun vijfenzestigste misschien zelfs niets zullen ontvangen.
...

Ooit heeft het wettelijke pensioenstelsel ongetwijfeld goed gefunctioneerd. Vandaag dreigen de funderingen in te zakken. Een almaar kleiner wordende groep draagt de zware pensioenlast van steeds meer ouderen. In 1995 zorgden honderd werknemers nog voor de uitkering van een veertigtal gepensioneerden, in 2030 zullen dezelfde honderd moeten opdraaien voor het dubbele aantal senioren. En een vergoeding betalen waarvan ze zelf na hun vijfenzestigste misschien zelfs niets zullen ontvangen.Solidariteit heet het. De ene generatie betaalt voor de pensioenen van de andere. Er wordt geen kapitaal opgebouwd, er zijn geen reserves. De nationale economie kan alleen maar toezien hoe ze de demografische groei ondergaat. Dat het wettelijk pensioenstelsel al langer onder druk staat, is niet nieuw. Toch betekent het niet dat deze pijler moet worden afgebouwd. Vier vijfden van de pensioenuitkeringen in Europa vloeien voort uit het wettelijke pensioen, maar dat cijfer zal de komende jaren zakken. Het gat moet worden gedicht met een aanvullend pensioen: een uitkering uit pensioenfondsen of uit een groepsverzekering. 'België kent goed uitgebouwde pensioenfondsen met een degelijk juridisch kader. Helaas zijn er niet genoeg.' Koen De Ryck, directeur van Pragma Consulting, het Belgische bureau dat wereldwijd pensioenfondsen adviseert, peilde naar de samenstelling en de criteria van 125 pensioeninstellingen in Europa. Een Europese richtlijn waar momenteel aan wordt gewerkt, verwijst herhaaldelijk naar de resultaten van zijn onderzoek. 'De tijd is rijp voor een Europese aanpak', meent De Ryck. De regelgevingen van de pensioenfondsen in de verschillende landen zouden op elkaar moeten worden afgestemd. Meer en meer staten worden zich ervan bewust dat de wettelijke pensioenen zullen tekortschieten. Er is de eenheidsmunt. Het integratieproces van de Europese geld- en kapitaalmarkt versnelt, ook de financiële sector neemt Europese dimensies aan. In de industriële en de dienstensector doet zich een vergelijkbare herstructurering voor. De behoefte aan pan-Europese pensioenfondsen stijgt. De mobiliteit neemt toe. En vooral: er is de groeiende aandelencultuur. Een pensioenfonds is trouwens een gedroomd beleggingskapitaal. De levensverwachting neemt almaar toe. Langetermijnbeleggers kunnen daar alleen maar van genieten. Wie goed belegt - en de jongste vijftien jaar waren uitstekende beleggingsjaren -, vergaart algauw een mooi kapitaal. 'Het kapitaal van een goed beheerd pensioenfonds vloeit na 40 jaar voor 75 à 90 procent voort uit de opbrengsten van het geïnvesteerde kapitaal. Slechts 10 tot 25 procent komt rechtstreeks voort uit de bijdragen', berekent de consulent. Uit een McKinsey-studie van enkele jaren terug blijkt dat een pensioensysteem mét kapitaaldekking twee derden minder kost dan het wettelijke stelsel zonder kapitaal. 'Vandaag is dat ongetwijfeld vier vijfden minder.' De pensioenfondsen zouden de hele problematiek van de vergrijzing kunnen opvangen. Toch is het aantal pensioenfondsen in België ontoereikend. 'We beschikken over de nodige knowhow, maar het huis is niet groot genoeg.' Pensioenfondsen zijn onvoldoende doorgegroeid, ons fiscaal beleid stimuleert ze niet. Bovendien zijn onze pensioenfondsen niet altijd voldoende transparant - noch voor de deelnemer noch voor de controlerende overheid. De beleggingspolitiek moet open worden gevoerd. Doel is de interesse van de verschillende partijen verder aan te wakkeren, zodat het volume aan fondsen groeit. Onze pensioenfondsen zijn vrij beschermend voor de werknemers. We kennen vooral pensioenfondsen met een gedefinieerd doel. Het doel - het bedrag dat de verzekerde op de vervaldag krijgt - wordt van tevoren vastgelegd. Aan het fonds om te zorgen voor het nodige eindkapitaal - het risico ligt niet bij de werknemer. Dat kapitaal hoeft niet op elk ogenblik beschikbaar te zijn. Jonge ondernemingen, bijvoorbeeld internetbedrijven met jonge werknemers, kunnen een hoger risico nemen. Als ze maar beschikken over een minimumkapitaal dat de veiligheid van het fonds onderbouwt. Meer dan andere kunnen ze schommelen in hun beleggingsbeleid, en mogelijk grotere winsten binnenhalen. Helaas is de Europese norm nog niet voor meteen. De Europese pensioenfondsen kunnen alvast naar elkaar toegroeien. In een eerste fase zou er een samenwerking en onderlinge erkenning van de verschillende systemen kunnen ontstaan. Ook op het niveau van de OESO-landen kunnen afspraken worden gemaakt. Voorlopig kunnen we ons toespitsen op een bevordering van de mobiliteit van pensioenen binnen de EU. Vooral fiscaal zit het systeem muurvast. Mensen die hun land hebben verlaten, worden niet meer belast in het gastland. Of ze betalen dubbel in verschillende landen tegelijk. Exit-heffingen moeten hen daartegen beschermen. Een eerste stap voorwaarts in de harmonisering binnen Europa.Reacties of vragen: deknip@knack.beIngrid Van Daele