De CVP is, zoals bekend, een huis met vele kamers. Het is nu eenmaal een groot huis en daar kunnen vele meningen bij elkaar wonen. En zo duikt er al eens een groep quasi-dissidenten op, zoals vorige week het geval was. Toen lieten acht mandatarissen van de partij een opinietekst in De Standaard verschijnen om te stellen dat ze zich absoluut niet konden vinden in het voorstel van premier Jean-Luc Dehaene (CVP) over het stemrecht voor EU-burgers. Zij wilden dat stemrecht verbinden aan garanties voor de Vlaamse politieke aanwezigheid in Brussel.
...

De CVP is, zoals bekend, een huis met vele kamers. Het is nu eenmaal een groot huis en daar kunnen vele meningen bij elkaar wonen. En zo duikt er al eens een groep quasi-dissidenten op, zoals vorige week het geval was. Toen lieten acht mandatarissen van de partij een opinietekst in De Standaard verschijnen om te stellen dat ze zich absoluut niet konden vinden in het voorstel van premier Jean-Luc Dehaene (CVP) over het stemrecht voor EU-burgers. Zij wilden dat stemrecht verbinden aan garanties voor de Vlaamse politieke aanwezigheid in Brussel. Zulke protesterende groepjes duiken wel vaker op binnen de CVP. Ze zorgen voor enige zenuwachtigheid bij de regeringspartners, omdat het altijd afwachten blijft of de partij de dissidenten al dan niet zal volgen. Soms krijgen die hun zin, soms niet. Dat hangt meer af van de politieke conjunctuur en de opportuniteiten van het moment, dan van de stevigheid waarmee de dissidenten hun protest argumenteren. Op die manier is twintig jaar geleden het Egmontpact gekelderd. Het jarenlang nawerkende politieke trauma daarvan is de reden waarom de CVP door haar coalitiegenoten nooit als geheel betrouwbaar wordt beschouwd. De dissidentie van vorige week heeft evenwel nog geen halve dag geduurd. Het strovuurtje smeulde alleen maar even, van het moment dat De Standaard van de persen liep tot de bijeenkomst van het CVP-bureau van die voormiddag. Tegen de noen liepen de acht alweer in het gareel. De premier, anders nooit om een bars woord verlegen, hoefde er niet eens voor te blaffen. HET PARLEMENT BLIJFT MACHTELOOSWelke merites de dissidentie al dan niet mocht hebben, de acht ondertekenaars van de Vrije Tribune hebben niet alleen hun zaak slecht verdedigd, ze hebben vooral het parlement alweer een uitermate slechte dienst bewezen. Het begon er al mee dat ze een soort achterkamertjespolitiek wilden bedrijven, door hun partij via een krant op stang te jagen, in de plaats van hun bezwaar keurig te laten agenderen en uit te discussiëren in het parlement of het partijbureau. Maar nog veel erger was dat de acht kennelijk niet le courage de leur convinction konden opbrengen en, niet al te overtuigende excuses mompelend (zie kader), meteen weer bakzeil haalden. De episode tekent de steeds meer in het oog springende onmacht van het parlement tegenover een al te assertieve uitvoerende macht. De regering-Dehaene werkt nu eenmaal met agenda's die altijd van een opperste urgentie heten te zijn, of dat nu de Maastrichtnorm, de werkgelegenheidspolitiek of de justitiële hervormingen zijn. Daarbij is de premier niet geneigd om zich te laten hinderen door wat hij alleen als gedoe in het parlement kan aanzien. Het wordt hem te zelden duidelijk gemaakt dat de parlementaire procedure toch meer is dan alleen wat ritueel tijdverlies. Maar wie heeft nog vijanden nodig met vrienden als deze acht? Goed anderhalf jaar geleden al hadden enkele zelfverklaarde Jonge Turken van de CVP een herziening van het regeerakkoord geëist - om zich, ook al op het partijbureau, al snel terug in hun mandje te laten commanderen. Het jonge CVP-Kamerlid Pieter De Crem, nochtans nooit verlegen om een jammerklacht over het gebrek aan manoeuvreerruimte voor het parlement, kreeg begin dit jaar de kans om te tonen hoe het dan wel moest toen de regering haar eerste ontwerp van politiehervorming bekendmaakte. Dat was niet de beloofde "integratie", foeterde De Crem, maar alleen een "cohabitatie". Tot hij in de CVP-Kamerfractie zijn bezwaren rechtstreeks aan de premier kenbaar kon maken... en tot ontzetting van zijn fractiegenoten meedeelde dat hij vond dat de regering een prima ontwerp had afgeleverd. Zelfs de anders zo brave fractievoorzitter Paul Tant had er geen woorden voor. Het moest godbetert de boswandeling van Marc Dutroux zijn die zou zorgen voor de nodige amendementen op het regeringsontwerp. De actie van de would be-dissidenten vorige week startte ook onder een slecht gesternte. De meeste ondertekenaars, zo benadrukt een insider, waren veel meer gedreven door profileringsdrang dan door reële bekommernis over het EU-stemrecht. Deels kwam die drang voort uit frustratie over de solopartijtjes van de regering, waarin het parlement niets te zeggen krijgt. Maar er was ook politiek lijfsbehoud in het spel. Dat gold zeker voor Johan Weyts en Leo Delcroix, die beiden na de volgende verkiezingen niet meer zeker zijn van hun parlementair zitje. In Limburg zou Delcroix alvast niet meer op de steun van het Verbond van Christelijke Werkgevers (VKW) hoeven te rekenen. Weyts van zijn kant, die zich tot nu toe meer interesseerde voor fiscale en middenstandkwesties, scheen een nieuwe roeping te hebben gevonden in de Vlaamsvoelendheid. Het toeval wou immers dat hij lid was van de commissie van de parlementaire assemblee bij de Raad van Europa, die zich twee weken geleden in Istanbul diende uit te spreken over het roemruchte rapport van de Zwitser Dumeni Columberg. Weyts was de enige die tégen het rapport stemde. "SPLITSING INTERNET NU!"Dit slag electorale berekeningen snijdt echter aan twee kanten. Wanneer de coup dreigt te mislukken, is het zaak om weer snel van kamp te wisselen, teneinde de persoonlijke overlevingskansen en carrièremogelijkheden veilig te stellen. Zo kon CVP-voorzitter Marc Van Peel de dissidentie vorige week maandag al snel smoren. Uiteindelijk, zo liet Gazet van Antwerpen vorige zaterdag uitschijnen, kan slechts een van de acht ondertekenaars nog dwarsliggen, Herman Suykerbuyk. Hij heeft de faveurs van de partij namelijk niet meer nodig, omdat hij bij het einde van zijn lopende mandaat toch met pensioen gaat. Nog veel bedenkelijker is dat sommigen van de acht CVP'ers hebben verzuimd om de tekst van de Vrije Tribune terdege te lezen vooraleer die te ondertekenen. Want de eigenlijke inspiratie kwam niet van de ondertekenaars zelf, wel van Matthias Storme, de voorzitter van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen en misschien ooit een hopeful als gecoöpteerd CVP-senator. Storme is een conservatieve separatist, wiens homepage ("thuisblad") op het Internet al is opgesierd met de slogan "Splitsing Internet Nu!" Dit jezuïetenjong - zo omschrijven waarnemers hem graag - is een gewiekste strateeg van de communautaire spanning. Volgens hem kan elk politiek of maatschappelijk probleem worden omgebogen tot een Vlaams-Waals conflict en zo worden gebruikt als een breekijzer, dat zowel de huidige regering als het Belgische federalisme moet doen barsten. De betrokkenheid van Storme is tekenend voor de communautaire spiraal waarin de Belgische politiek stilaan weer dreigt te verzeilen. Al zijn communautaire kwesties niet van aard om het volksgemoed hevig te laten oplaaien, het gevaar ermee is dat eens de vlam in de pan slaat, het conflict altijd moeilijk te beheersen valt en haast onvermijdelijk tot de val van het kabinet moet leiden. Dat is iets wat alleen de oppositie gelegen zou komen, maar de regering in alle geval niet. De socialisten willen zich immers het liefst gedeisd houden in de hoop dat de Agusta-Dassault-stormen zo snel mogelijk overwaaien. Van haar kant moet de christen-democratie aan haar Franstalige zijde - de in de peilingen haast onbetekenend geworden PSC - nog flink wat aansterken eer ze weer een electorale confrontatie aankan. Met dat aansterken is ex-vice-premier Philippe Maystadt als nieuwe partijvoorzitter druk in de weer. Dehaene kijkt daar aandachtig op toe en hoopt dat het toch nog goed komt. De CVP van Dehaene heeft er overduidelijk voor gekozen om voorrang te blijven geven aan de federale logica. Daarvoor kan er voor haar nu geen sprake van zijn om de gegarandeerde Vlaamse vertegenwoordiging in Brussel nu al ter tafel te brengen. Want dan staat meteen het hele communautaire dossier ter discussie, waarbij die Vlaamse eis meteen zal worden gepareerd met de tegeneis tot uitbreiding van tweetalig Brussel tot een eind in Vlaams-Brabant. Die discussie hopen de meerderheidspartijen uit te stellen tot de grote communautaire ronde die voor ná de verkiezingen van juni 1999 wordt verwacht.DE VIJANDELIJKHEDEN ZIJN BEGONNENPakweg twee jaar geleden zou zo'n eis tot uitbreiding van Brussel ondenkbaar zijn geweest - omdat iedereen goed genoeg wist dat hij onbespreekbaar was. Dat deze eis nu toch zonder blikken of blozen door de Franstaligen op tafel kan worden gegooid, heeft veel, zoniet alles te maken met de rondzendbrieven van de Vlaamse regering over de toepassing van de faciliteitenwet. In de ogen van de Franstaligen zijn daarmee nu eenmaal de communautaire vijandelijkheden geopend, met de Vlaamse rand rond Brussel als slagveld. Dat zij daarmee ook te kennen geven dat ze nog altijd de integriteit van de door de taalgrens afgebakende territoria van de gewesten niet wensen te respecteren, hindert hen niet, integendeel. Eerste minister Dehaene tracht zich ondertussen zo ver mogelijk te houden van de roemruchte rondzendbrieven van de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden Leo Peeters (SP). Daar komt nog bij dat over de rechtmatigheid van deze brieven enige twijfel lijkt te groeien. Het is nog niet zeker of de Vlaamse regering wel gelijk zal halen wanneer de Raad van State zich in een procedure ten gronde over deze circulaires zal uitspreken. De CVP-PSC-studiedienst Cepess heeft alvast enige reserves laten blijken en minister Peeters was wel zo voorzichtig om onlangs de milieuheffing van de faciliteitengemeente Wezembeek-Oppem niet nietig te verklaren omdat ze indruist tegen de principes van zijn rondzendbrief, maar omdat het gemeentebestuur vormfouten zou hebben begaan. Maar ondertussen moet het EU-stemrecht er hoe dan ook komen. De enige manier waarop Dehaene dat tot stand kan brengen zonder communautaire onderhandeling, is met de steun van het PRL-FDF-kartel. Daar kan het Vlaams parlement niets aan veranderen, de Vlaamse regering nog minder. Die moeten nu zelfs afrekenen met de negatieve fall out van de hele discussie, want ze heeft de indruk gewekt dat Vlaanderen inderdaad in zichzelf gekeerd, bekrompen en meer bepaald EU-vijandig zou zijn, een beeldvorming waaraan sommige Franstaligen, zelfs minister van Defensie Jean-Pol Poncelet (PSC), graag meewerken. Het mag dan vooral getuigen van een gebrek aan kennis van zaken, dat dit negatieve beeld bestaat, blijft een feit. Het Columberg-rapport is er om dat te bewijzen. Het curieuze is dat de Vlaamse regering de voorbije jaren nochtans weinig kosten of moeite heeft gespaard om buitenlands propaganda te maken voor de gastvrije Vlaamse identiteit, met glanspapieren tijdschriften en brochures allerlei, verre reizen van minister-president Luc Van den Brande (CVP), prestigieuze I Fiamminghi-concerten, Culturele Ambassadeurs en wat dies meer zij. Blijkbaar was het allemaal te veel prestige en propaganda en te weinig reële informatie, te veel glanspapier en te weinig diepgang. Of het nieuwe informatieblaadje dat Vlaams minister Brigitte Grouwels (CVP) in Brussel wil rondsturen daaraan iets kan doen, zal moeten blijken. Ondertussen trokken vrijdag enkele tienduizenden werklozen, zieken, gepensioneerden, gehandicapten en vakbondsleden door datzelfde Brussel om aandacht te vragen voor de toenemende sociale uitsluiting. Premier Dehaene liet de betogers weten dat hij misschien wel een miljardje voor hen kan vinden.Marc Reynebeau