De zeilboot van de familie Houtekins-Kets, Silco, werd gekaapt door de Palestijnse terroristische organisatie van Aboe Nidal. Volgens de Franse onderzoeksjournalist Pierre Péan hebben Charles Pasqua en zijn handlanger Jean-Charles Marchiani zich ook met dit dossier beziggehouden - bij de gegijzelden was ook de Franse vrouw van een van de twee broers Houtekins. Is de Belgische overheid met het Silco-dossier zonder het te beseffen in troebele Franse affaires terechtgekomen? Feit is dat uiteindelijk de Fransen de zaak voor ons hebben opgelost. 'Waarom zoveel hulpvaardigheid?' vragen sommigen zich af.
...

De zeilboot van de familie Houtekins-Kets, Silco, werd gekaapt door de Palestijnse terroristische organisatie van Aboe Nidal. Volgens de Franse onderzoeksjournalist Pierre Péan hebben Charles Pasqua en zijn handlanger Jean-Charles Marchiani zich ook met dit dossier beziggehouden - bij de gegijzelden was ook de Franse vrouw van een van de twee broers Houtekins. Is de Belgische overheid met het Silco-dossier zonder het te beseffen in troebele Franse affaires terechtgekomen? Feit is dat uiteindelijk de Fransen de zaak voor ons hebben opgelost. 'Waarom zoveel hulpvaardigheid?' vragen sommigen zich af.Hoe klein de inbreng van onze eigen diplomatie in de vrijlating van de Silco-gijzelaars is geweest, blijkt pijnlijk duidelijk uit het lijvige geheime rapport dat Frans Roelants, het toenmalige hoofd van de Belgische diplomatie, over de kwestie opstelde. In een eerste fase (november '87 - maart '89) is het vooral Albert Raes, toenmalig hoofd van de Staatsveiligheid, die via collega's in het buitenland en private tussenpersonen informatie over de Silco-opvarenden probeert te krijgen. Hij heeft onder meer contact met het hoofd van de Libische veiligheidsdienst, Ibrahim El Bechari, die later een doorslaggevende rol zou spelen in de ontknoping van het gijzelingsdrama.Maar Buitenlandse Zaken trekt het dossier volledig naar zich toe en besluit de zaak 'langs diplomatieke weg' op te lossen. Topdiplomaat Jan Hollants van Loocke, directeur van de politiek op het departement, reist drie keer naar Beiroet. Een Noorse collega-diplomaat wijst hem daar de weg - in het verslag van zijn eerste zending heeft Hollants van Loocke het onder meer over de ongeschoren kin en spannende jeans van Walid Jumblatt, de overbodige valse wimpers van de dame die Mustafa Saad gezelschap houdt, de (nep-) millésimé 1958 en het lekkere aardbeientaartje in restaurant Au Vieux Quartier. Als hij over Thierry Wade schrijft, bedoelt hij - mogen we aannemen - de Britse gijzelaar Terry Waite. Verder onderhandelt de Belgische diplomaat in Beiroet met de woordvoerder van de terroristenbende van Aboe Nidal, Walid Khaled. Hoewel de voorwaarden waarover gesproken wordt min of meer dezelfde zijn als die waaraan de Belgische overheid uiteindelijk zal tegemoetkomen, speelt Khaled spelletjes. Hij laat de contacten met Hollants van Loocke bewust uitlekken. Hij dwingt hem zelfs een gemeenschappelijke persconferentie te houden. En wanneer het eindakkoord bijna rond is, gooit hij nieuwe, onmogelijke eisen - de betaling van losgeld aan Aboe Nidal - op tafel.Vanaf de lente van 1990 raken de Fransen intensief betrokken bij het Silco-dossier. Zij nemen Khaled in het geheel niet ernstig en stellen dat vanwege de banden tussen Aboe Nidal en de Libische leider Muammar Khaddafi rechtstreeks in Tripoli moet worden onderhandeld. Hollants van Loocke reist vijf keer naar de Libische hoofdstad, maar in feite is het kolonel Philippe Rondot van de Franse veiligheidsdienst DST die de gesprekken met El Bechari voert. Hollants van Loocke kan niet veel meer doen dan boodschapper spelen tussen Rondot en Buitenlandse Zaken. Op 12 januari 1991 komt de familie Houtekins-Kets eindelijk vrij.