Rond 1600 was Rome niet alleen een metropool van oude adel, ambitieuze geestelijken en briljante kunstenaars, het was ook een arena van list en bedrog, straatvechters en hoeren. Op dat wo...

Rond 1600 was Rome niet alleen een metropool van oude adel, ambitieuze geestelijken en briljante kunstenaars, het was ook een arena van list en bedrog, straatvechters en hoeren. Op dat woelige podium van de barok trokken twee hitsige nieuwlichters alle aandacht naar zich toe. Er was de geniale schilder Caravaggio, met zijn rauwe realisme, dramatische licht-donkereffecten en subversieve erotiek. En er was de beeldhouwer Bernini, die zijn sculpturen bezwangerde met hevige emoties en gekwelde poses. Beiden introduceerden een nieuwe beeldtaal vol dynamiek en bravoure, en maakten van de Eeuwige Stad opnieuw het onrustig kloppende, culturele hart van Europa. Het Rijksmuseum haalt topwerken van beide beeldenstormers naar Amsterdam, maar ook van navolgers als Ludovico en Annibale Carraci, Guido Reni, de Gentileschi's, Nicolas Poussin, Alessandro Algardi en François du Quesnoy.