Vergeet de opgeblazen stripprentjes van Roy Lichtenstein, de zwembaden van David Hockney en de Campbell-soepblikken van Andy Warhol. Popart werd in de sixties en seventies heus nie...

Vergeet de opgeblazen stripprentjes van Roy Lichtenstein, de zwembaden van David Hockney en de Campbell-soepblikken van Andy Warhol. Popart werd in de sixties en seventies heus niet alleen in New York en Los Angeles gefabriceerd, maar ook in Chicago. Daar tekende, schilderde, knipte en plakte een bonte bende, vaak al lang weer vergeten artiesten die de Imagists werden gedoopt, tal van werken die de woede en extase van de Summer of Love wisten te verbeelden, en de chaos en de crisis die erop volgden. Het was popart met een scheut satire, een kwak conceptualisme en een brok materialisme, vol knetterende kleuren, cartooneske figuren en subversieve humor. De expo How Chicago! in het Londense Goldsmiths Centre for Contemporary Art brengt de onderbelichte Imagists weer samen, en doet Lichtenstein, Hockney en Warhol even tot droogstoppels verbleken.