Een secretaresse die zich een filmster waant, een travestiet die zich opmaakt in de coulissen, een van kop tot teen getatoeëerde vent die Jack Dracula blijkt te heten... Het zijn...

Een secretaresse die zich een filmster waant, een travestiet die zich opmaakt in de coulissen, een van kop tot teen getatoeëerde vent die Jack Dracula blijkt te heten... Het zijn maar enkele van de paradijsvogels die je ontmoet op deze expo met honderd foto's uit de eerste zeven jaren (1956-1962) van de carrière van Diane Arbus. Dat de New Yorkse fotografe een kloeke fetisj had voor alles wat zich in de marge van de maatschappij bevond - circusartiesten, strippers en excentriekelingen allerhande - is genoegzaam bekend. Maar Arbus had ook een exquis gevoel voor timing, belichting en compositie, én een kinderlijk onbevangen en onbevooroordeelde blik op de wereld, waardoor het lijkt alsof de geportretteerden zo uit de gelatineprints kunnen stappen. Een liefdevolle freakshow die nog altijd intrigeert en fascineert, verbaast en verbluft.