Sinds het najaar van 2007 neemt de inflatie in België snel toe. De Nationale Bank ziet de inflatie dit jaar oplopen tot gemiddeld 4,1 procent. Om ons daartegen te beschermen, kent ons land de indexering van de lonen. Maar dat betekent nog niet dat de lonen zomaar gelijk omhoog gaan met de inflatie. De basis voor het systeem is de index van de consumptieprijzen. Die meet de prijsevolutie. Daarvoor heeft de overheid een korf samengesteld van een 500-tal producten en diensten die we allemaal kopen. Het indexcijfer van de consumptieprijzen is dan het gewogen gemiddelde van de prijsevolutie van de producten in de korf. Voor de loo...

Sinds het najaar van 2007 neemt de inflatie in België snel toe. De Nationale Bank ziet de inflatie dit jaar oplopen tot gemiddeld 4,1 procent. Om ons daartegen te beschermen, kent ons land de indexering van de lonen. Maar dat betekent nog niet dat de lonen zomaar gelijk omhoog gaan met de inflatie. De basis voor het systeem is de index van de consumptieprijzen. Die meet de prijsevolutie. Daarvoor heeft de overheid een korf samengesteld van een 500-tal producten en diensten die we allemaal kopen. Het indexcijfer van de consumptieprijzen is dan het gewogen gemiddelde van de prijsevolutie van de producten in de korf. Voor de loonindexering worden daar de prijsstijgingen van tabak, alcohol, benzine en diesel uitgelicht, zodat men tot de zogenaamde gezondheidsindex komt. Om plotse opstoten van de prijzen uit te vlakken, wordt bovendien het gemiddelde gebruikt van de gezondheidsindexcijfers van de vier voorgaande maanden. Als u in de overheidssector werkt, zal uw loon aangepast worden wanneer dat gemiddelde de 'spilindex' overtreft, een vooraf vastgelegde drempel. Ook de sociale uitkeringen van de overheid volgen dat mechanisme. In de privésector is er geen algemeen systeem voor de koppeling van de lonen aan de index, daar hangt een aanpassing af van de collectieve arbeidsovereenkomst (cao) die wordt afgesloten tussen de vakbonden en werkgevers in het paritair comité van uw sector. Elk van die cao's heeft een ander systeem - zo zijn er om en bij de 150 in ons land. Ze moeten wel allemaal werken met het viermaandelijkse gemiddelde van de gezondheidsindexcijfers. Grosso modo zijn er twee formules te onderscheiden. Een eerste mogelijkheid is dat men ook met het principe van de spilindex werkt, waarbij zowel de drempel als het vaste percentage waarmee de lonen bij elke overschrijding zullen worden aangepast door de cao wordt vastgelegd. De tweede mogelijkheid is dat een vast tijdstip voor loonaanpassing wordt bepaald, maar geen vast percentage. Dat wordt dan berekend door de vergelijking te maken van het indexcijfer van een aantal maanden in het lopende jaar met het indexcijfer van hetzelfde aantal maanden in het vorige jaar. In het Aanvullend Nationaal Paritair Comité voor Bedienden (ANPCB), de grootste sector voor de bedienden, wordt die formule gebruikt. Daar gebeurt de indexering jaarlijks op 1 januari. Ten slotte spreken de sociale partners ook nog een loonnorm af. De loonindexering wordt daarin meegerekend. Maar de norm houdt de indexering niet tegen, die remt enkel de loonsverhogingen bovenop de index een beetje af. Daarover worden ook dit najaar opnieuw afspraken gemaakt voor de komende twee jaar. Het unieke Belgische systeem van automatische loonindexering ligt de laatste tijd wel onder vuur. Zo stelde de gouverneur van de Nationale Bank, Guy Quaden, voor om de hoge lonen niet meer op dezelfde manier te indexeren als de lage lonen. Maar de federale regering gaf al te kennen dat ze het huidige systeem zeker wil behouden. HET JUNINUMMER VAN MONEYTALK, DAT VANAF 29 MEI VERKRIJGBAAR IS, BRENGT EEN COVERVERHAAL OVER ALLERLEI MANIEREN OM UW FISCALE AANGIFTE TE OPTI-MALISEREN. INFO: WWW.MONEYTALK.BE Thomas Verbeke