Cuba is een factor geworden in de Amerikaanse presidents- verkiezingen, met echo's tot in Canada en de Europese Unie.
...

Cuba is een factor geworden in de Amerikaanse presidents- verkiezingen, met echo's tot in Canada en de Europese Unie.AAN de zuidoostelijke benedenhoek van de staat Florida ligt Miami. Het beeld is dat van de gepensioneerden-stad en tegelijk dat van Little Havana, de Cubaanse wijk waar, volgens overigens uiteenlopende cijfers zoveel uitgeweken Cubanen zouden wonen dat Miami na La Habana de grootste Cubaanse stad zou zijn : 750.000 volgens bepaalde cijfers. Vijftien procent van de bevolking van Miami, volgens andere schattingen. Dat is niet veel, vergeleken met de miljoenenbevolking van de Verenigde Staten, of zelfs maar van New York City, of het hispanics-percentage voor Florida : 12,2 procent van de bevolking, in een staat waar de legale en illegale inwijking van Spaanssprekenden een cruciaal onderwerp is. Maar het is wèl veel als men in het achterhoofd heeft dat de staat Florida met zijn 25 electorale stemmen in de presidentsverkiezingen, sinds 1976 (dat was met Jimmy Carter) geen Democraten meer verkozen heeft, tot Clinton er langs kwam en Dade County won met een meerderheid van 20.000 stemmen. Florida is wat men een battleground state noemt. In presidentsverkiezingen is de staat, zegt men, trouwens niet cruciaal voor de Democraten. Maar hij is wèl cruciaal voor de Republikeinen. Een staat om te hebben dus. Daar maken die Cubanen dan ook gebruik van. De hoofdmoot van de Cubaanse bevolking zit daar al 37 jaar, sinds de revolutie Fidel Castro aan de macht bracht, met nieuwjaar 1960, en de bezittende klasse of wie zich daartoe rekende, massaal naar de Verenigde Staten en dus naar Miami vluchtte. Zij hebben daar hun verenigingen opgericht, hun organisaties uitgebouwd. Hun uitgesproken hoofddoel was altijd Cuba op Castro en het communisme te heroveren, en daarbij kregen ze de hulp van de Amerikaanse administraties zeker na de missielen-crisis en de mislukte invasie in de Varkensbaai , en meer speciaal van de CIA. Een van de belangrijkste, en zeker meest militante, van deze organisaties is de Cuban American National Foundation (CANF) van Jorge Mas Canosa, een groep die goede relaties onderhoudt met de Amerikaanse overheid, en tegelijk met niet helemaal semi-clandestiene maar toch nog militantere organisaties zoals de Hermanos al Rescate, de ?Reddende Broederschap? van ex-CIA-man José Basulto. Dat is een groep die sinds jaren met kleine vliegtuigjes ( Pipers, Cessnas) kleine raids naar het eiland uitvoert, met pamfletten of zonder pamfletten. Verkenningsvluchten in tijden van boot- of vlotvluchtelingen. Kleine provocaties om de ginder gebleven ?broeders? een hart onder de riem te steken in andere periodes. Op 20 februari had Havana daar genoeg van, en liet twee Migs van de Cubaanse luchtmacht twee van de steeds driester geworden Cessnas uit de lucht schieten. Daar zullen ze ondertussen misschien spijt van hebben, want de gevolgen wogen zwaar door. VERSTRAKKING.Het was een stomme moord, en de Amerikaanse administratie aarzelde natuurlijk niet daarop te wijzen. Maar het was ook een moord op het stomst mogelijke moment, haast zélf een provocatie : de Clinton-administratie geloofde namelijk niet in de eeuwigdurende en uiteindelijk niets opleverende confrontatie met Castristisch Cuba, en was aan een zachte, geleidelijke dooi begonnen met het regime in Havana. Hier en daar begon men zelfs al iets te horen van een mogelijke opschorting van het Amerikaanse embargo tegen Cuba. Het neerschieten van de Cessnas maakte een abrupt einde aan deze beginnende politiek, en gaf een sein aan de Republikeinen om in tegengestelde zin in de aanval te gaan. Dat werd een offensief voor een verstrakking van de boycot. Het belangrijkste stuk van dat offensief was de Helms-Burton Act, een wet genaamd naar de rechts Republikeinse senatoren Jesse Helms en Dan Burton, die opgesteld was in nauwe samenwerking met Mas Canosa en de CANF. De onderliggende gedachtengang van de wet is dat de nationalisering, 36 jaar geleden, van Cubaanse fabrieken, gronden, veefokkerijen, productiemiddelen en wat dies meer zij, door het revolutionaire regime, diefstal was. Dat de onteigenden als ze de mogelijkheid krijgen (door de val van het Castro-regime) ook het recht moeten hebben om hun eigendom terug te eisen ; na 37 jaar dus. En dat wie intussen met het regime daarover handel drijft, een gewone heler is en helers zijn strafbaar bij de wet. De Helms-Burton Act opent dus de mogelijkheid voor onteigende Cubanen of Amerikanen om iedereen, die zaken doet met Havana, een proces aan te doen en die lieden, om te beginnen, de toegang tot het grondgebied van de VS te doen verbieden. De Clinton-administratie zag dit met lede ogen komen. Ten eerste is de wet volgens juridische specialisten onvolmaakt, en zou ze niet rechtop blijven als ze voor een Amerikaanse rechtbank aangevochten werd. Ten tweede loodste ze de VS rechtstreeks naar commerciële en andere aanvaringen met haar oudste bondgenoten, Europa en Canada, die al jaren zaken doen met Cuba dat was trouwens de bedoeling van Helms en Burton. Toch was president Clinton, na aarzelingen en bezwaren om tijd te winnen, door electorale overwegingen gedwongen om de wet te ondertekenen ook al was dat met de bepaling dat er voor 1 februari geen klachten kunnen ingediend worden. Men leze : de processen in kwestie kunnen wel voorbereid, maar nog niet aangespannen worden. De wet heeft tot dan dus een intimiderende, maar geen effectieve waarde. Daarna zal de administratie wel zien. Maar voorlopig, en dit tot dinsdag de vijfde november, dag van de presidentsverkiezingen, heeft Bill Clinton de stemmen van de zeg maar uiterst-rechtse Cubanen in Miami nodig. Of hoe vijftien procent van de bevolking van Miami erin slaagt de Cuba-politiek van Washington DC te gijzelen, en de relaties met de bondgenoten daaraan te doen opofferen. Die bondgenoten weten dat natuurlijk intussen ook wel. Voorzitter Francisco J. Hernandez van de CANF kan dan vol zelfvertrouwen stellen dat de Helms-Burton-wet het einde van het Castro-regime inluidt, omdat ze de verkoop van genationaliseerde bezittingen naar het buitenland zou bevriezen (nodig sinds Cuba geen steun meer krijgt uit Rusland), ?en niet alleen hebben veel ondernemingen al beslist niet te gaan investeren in Cuba, bovendien zijn er veel die zich uit het eiland terugtrekken uit angst dat ze moeilijkheden zullen krijgen met de VS? ; het is wellicht voldoende even te kijken naar wat de ?bondgenoten? daarvan maken, om de poging tot haar ware proporties te herleiden. Zijn er natuurlijk ondernemingen die zich uit Cuba hebben teruggetrokken (onder meer het bank- en verzekeringsconcern Internationale Nederlanden Groep, dit tot leedwezen van de Europese Commissie), er is door de betrokken staten actie ondernomen tegen de VS. De Europese Unie vindt dat de VS met hun wet de internationale handelsakkoorden schenden, omdat zij andere landen willen voorschrijven met wie ze wel en met wie ze geen handel kunnen drijven. De EG is begonnen met stappen om bij de World Trade Organisation een en ander te bevragen, en bezint zich over tegenmaatregelen, zoals de mogelijkheid om op haar beurt Amerikaanse bedrijven te gaan pesten, of een zwarte lijst op te stellen van bedrijven of personen die in het kader van Helms-Burton acties ondernomen hebben, en dergelijke dingen meer. Men lijkt er niet haastig mee te zijn Denemarken is vorige week weer uit de boot gestapt, zodat er nog wel wat méér tijd zal overgaan. Ook al, naar verluidt, omdat boodschappers van de Clinton-administratie er zelf moeite mee hebben hun zaak behoorlijk voor te brengen. Zodat het allemaal wellicht zijn tijd wel zal duren, maar niet langer dan dat. Canada ondertussen, laat er geen gras over groeien. Nu de concurrentie uit de VS op Cuba weggevallen is, is Cuba het paradijs voor de Canadezen. Die gaan een nieuwe terminal bouwen op de luchthaven van Havana. Die boren naar olie. Die gaan Cubaanse farmaceutische producten op de markt helpen brengen. De graven naar nikkel op Cuba. Die maken heel alleen een hele zwarte lijst vol, en lijken zich daar niks van aan te trekken. Sus van Elzen Bij de Cuban American National Foundation. Francisco Hernandez in het midden.Volgens de Helms-Burton-wet zal men ook geen Cubaanse suiker meer mogen kopen.