Mevrouw Cantillon, in de Senaat is de discussie over euthanasie begonnen. De standpunten blijven ver uiteenliggen.
...

Mevrouw Cantillon, in de Senaat is de discussie over euthanasie begonnen. De standpunten blijven ver uiteenliggen.Bea Cantillon: Het politieke debat is slecht gestart, omdat de basistekst van de zes senatoren van de meerderheid onzorgvuldig is. Euthanasie is een delicate en veelzijdige materie, die je moeilijk in een algemeen geldende wettekst kunt vatten. Dat vergt langdurig en nauwkeurig afwegen van alle woorden en begrippen. Je kunt aanvoeren dat het al veel vroeger op de politieke agenda had moeten staan, maar dat is geen argument om nu plots overhaast te ageren. Afgezien van die gebrekkige tekst, denk ik dat we tot nu toe wel een hoogstaand maatschappelijk debat hebben gekregen, onder meer via de pers. Daarin zijn de diverse meningen met waardigheid belicht en verdedigd. Ik heb weinig storende klanken gehoord. Hopelijk pikt de politieke discussie bij dit niveau aan. Mijn vrees vooraf was dat de CVP zich zozeer zou positioneren, dat ze zichzelf aan de kant zou doen zetten. Waardoor de overtuiging van het nog altijd ruime christelijke deel van de bevolking niet aan bod zou komen. Dat is niet gebeurd. Patrick Janssens heeft aangegeven dat de SP voorzichtig te werk wil gaan, en diezelfde houding vind je bij Agalev en de VU. Alleen de VLD, bij monde van voorzitter Karel De Gucht, lijkt het scherp te willen spelen. Veel zal afhangen van de kwaliteit van de politici die de wetteksten zullen maken.Enkele knelpunten zijn: mag euthanasie alleen als de patiënt zich in een terminale fase bevindt, en moet het in het strafrecht blijven?Cantillon: Het beste is om in fasen te werken. Regel eerst de gevallen waarover iedereen het eens is. Als een patiënt terminaal is en uitzichtloos lijdt, kan men op zijn verzoek tot euthanasie ingaan. Ik denk dat zo goed als iedereen daarmee akkoord gaat. Laten we dat dus wettelijk regelen, zodat de arts rechtszekerheid heeft. Daarmee is een klein stukje van het probleem opgelost. Zoek dan uit over welke andere situaties er een consensus kan worden bereikt. Ik denk bijvoorbeeld aan het beklijvende boekje Vlinders in een duikerspak, waarin de 45-jarige hoofdredacteur van Elle getuigt over de totale en ongeneeslijke verlamming die hem trof. Ook al is het niet terminaal, het lijden van een mens kan zo ondraaglijk zijn dat hem eruit verlossen een daad van barmhartigheid is. Maar hoe giet je die concrete gevallen in een algemeen wettelijke regeling, zonder te belanden op een hellend vlak waar al snel álle normen zoek zijn? Wat doe je bijvoorbeeld met demente bejaarden die vooraf in een 'levenstestament' hebben bepaald dat ze bij dementie niet verder willen leven? Velen van hen staan goedgemutst in het leven. Welke dokter durft dan die vroeger geuite wens tot euthanasie in te willigen? De Standaard publiceerde een tijdje geleden een interview waarin een huisarts, weliswaar anoniem, vertelde hoe hij een kerngezonde vrouw die net haar man had verloren en niet als weduwe door het leven wenste te gaan, een spuitje had gegeven. Dat is pure moord. Dat zoiets zonder veel gevolgen in de openbaarheid komt, geeft aan dat de normen verglijden. Of neem de verpleegster die in het ziekenhuis van Edegem haar tante een dodelijke injectie gaf. Misschien heeft die vrouw gedacht dat wat ze deed ook mocht. Want waarom heeft ze het anders aan haar collega's verteld? Dit eigengereide optreden moeten we tot elke prijs voorkomen. De samenleving heeft zeker over levensbeëindiging bij niet-terminale patiënten nog lang geen uitgekristalliseerd standpunt bereikt, dan mag de politiek ook geen algemene regels uitvaardigen. 'Gij zult niet doden' moet als principe boven alles blijven staan. En dus moet het verbod op euthanasie in het strafrecht blijven, met een paar welomschreven uitzonderingsprocedures. Professor Vanneste heeft een vergelijking gemaakt met een rood verkeerslicht: je haalt het verbod om door rood te rijden niet uit het verkeersreglement omdat een ziekenwagen het soms mag negeren.De regering wil de ambtenarij hervormen, en de politieke kabinetten zo goed als afschaffen.Cantillon: Een lovenswaardig plan dat zowel de politiek als de ambtenarij ten goede moet komen. Nu trekken de kabinetten al het interessante werk naar zich toe. Gevolg: een gefrustreerde en gedemotiveerde ambtenarij, plus een gebrek aan continuïteit en knowhow in de kabinetten zelf. De 'terreinkennis' van de ambtenaren is meestal groter dan die van veel universitaire medewerkers van de minister, en moet beter worden gebruikt. Mits de garantie dat de politiek de leiding behoudt. Want in Nederland heeft men vastgesteld dat de ambtenarij soms haar eigen zin doet, dat is het andere uiterste. Daarom mag men de kabinetten niet helemaal afschaffen, maar moet men ze vervangen door een kleine groep van bekwame en deskundige mensen, die de ministeries controleren en de politieke beslissingen nemen. Maar dat mag geen afzonderlijke administratie meer zijn. Wat de regering wil doorvoeren, is een revolutie. De ambtenaren krijgen meer verantwoordelijkheid en arbeidsvoldoening, maar verliezen een stuk zekerheid. Wie zich in de inertie genesteld heeft, zal met de nieuwe regeling slechter af zijn. Hopelijk laten de vakbonden de inhoud van de arbeid primeren op materiële eisen. In Brussel is betoogd tegen de aanwezigheid van de FPÖ in de Oostenrijkse regering. Het protest is feller aan Waalse dan aan Vlaamse kant.Cantillon: De Vlaamse politici zijn voorzichtiger omdat ze met het Vlaams Blok in dezelfde positie dreigen te komen. En Vlamingen zijn van nature pragmatischer dan de soms emotioneel reagerende Walen. Ook in de EU is men snel naar een rationelere aanpak van de Oostenrijkse kwestie overgegaan. Oostenrijk is nu eenmaal een EU-lidstaat, met vetorecht in bepaalde materies. Die sluit je niet zomaar uit. De FPÖ is via het democratisch kiessysteem in de regering geraakt, en heeft in een expliciete verklaring afstand genomen van anti-Europese en anti-democratische principes. Dat Jörg Haider dat doet als een wolf in schaapsvacht, daaraan twijfel ik niet. Maar zolang de FPÖ geen algemeen aanvaarde Europese wetten of waarden schendt, heb je geen wettelijke grond voor sancties. In eigen land is het cordon sanitaire rond het Vlaams Blok opnieuw in de belangstelling gebracht.Cantillon: Ik houd niet van de term cordon sanitaire, die semantisch beladen is, maar ik vind wel dat democratische partijen niet mogen en kunnen samenwerken met een partij die basiswaarden hanteert waarrond geen enkel compromis mogelijk is. In Frankrijk is het Front National uiteengespat omdat het te lang geïsoleerd was. In Oostenrijk hadden de SPÖ en de ÖVP samen kunnen blijven als ze hadden gewild, waardoor de FPÖ weer een paar jaar langer van de macht was weggehouden. Elk jaar is winst. Dat moeten we ook in eigen land goed voor ogen houden. Mensen stemmen niet noodzakelijk op extreem-rechts omdat ze het eens zijn met dat gedachtegoed. Maar wat je wel ziet, is dat mensen die op extreem-rechts hebben gestemd, nadien dat gedachtegoed overnemen. Uit een doctoraalstudie van Peter Thijssen van de Ufsia blijkt dat veel kiezers die in '91 voor het eerst voor het Vlaams Blok stemden, geen racistische standpunten innamen. Maar toen diezelfde groep vier jaar later opnieuw werd ondervraagd, keurden de meesten de racistische programmapunten wél goed. Ik vrees dat hetzelfde fenomeen zich voordoet met de FPÖ. Die zal niet meteen zichtbaar ondemocratische beleidsdaden stellen, omdat de controle van het Oostenrijkse parlement en van de EU zeker in het begin scherp zal zijn. Maar het grote gevaar schuilt in de minder zichtbare beïnvloeding van het maatschappelijk discours en denken. Dat kan je, eens je in de regering zit, mee sturen door subsidies en benoemingen in media, onderwijs en cultuur.Volgens Johan Leman profiteert het Blok van het feit dat er geen andere rechtse partij is.Cantillon: Op dat punt heeft hij gelijk. Wie in Antwerpen tegen het stadsbestuur is, heeft geen andere uitweg dan het Blok. In de nationale politiek is de CVP het enige alternatief, maar na net veertig jaar aan de macht te zijn geweest, is dat geen geloofwaardige oppositie. De tijd tot 8 oktober is daarvoor te kort. Ook voor de paars-groene regering, die nog geen resultaten van haar programma kan voorleggen. En allemaal opteren ze voor het centrum, zelfs de VLD. Bovendien is het linkse kamp verdeeld, de SP is electoraal verschrompeld, Agalev is niet groot genoeg, het ACW is zijn rechtstreekse invloed op de regering kwijt. En zo accapareert het Blok, zeer handig, alle ongenoegen. En hoe meer stemmen het verwerft, des te meer kan het erop hameren dat men zoveel kiezers niet mag negeren. Of men het wil of niet: het cordon sanitaire wordt de inzet van de komende gemeenteraadsverkiezingen. De andere partijen zouden veel duidelijker en veel concreter moeten uitleggen waarom ze met het Blok geen coalitie willen en kunnen vormen. Want veel Blok-kiezers begrijpen dat niet. Zij worden gegrepen door een onbestemde angst voor de duizelingwekkend snel veranderende maatschappij, waarin ze geen houvast meer hebben, ook geen ethisch. Vooral laaggeschoolden verliezen de aansluiting. Het zijn deze gevoelens van onzekerheid die extreem-rechts voeden.Ook de opening van een asielcentrum in Ekeren werkt in het voordeel van het Blok. Was dat een onhandige zet van de regering?Cantillon: De politiek zoekt een evenwicht tussen het sluiten van de grenzen, wat ondanks alle verfraaiende woorden het uitgangspunt is, en het menswaardig opvangen van sukkelaars die, om wat voor motieven ook, toch proberen binnen te geraken. De gedwongen uitwijzingen tegenover de regularisaties. Ik hoop dat men werkt aan een efficiëntere Dienst Vreemdelingenzaken, want dat cruciale punt is een beetje naar de achtergrond verdrongen. In een bredere context bekeken, is het huidige asielzoekersvraagstuk een relatief beperkt en beheersbaar probleem. Maar dat zal het niet blijven. We worden de komende decennia geconfronteerd met zowel een demografische druk van buitenuit, als een demografische aanzuigkracht van binnenuit. Van buitenuit omdat de kloof tussen rijk en arm steeds breder wordt, en er in arme landen een grote aangroei is van de bevolking op actieve leeftijd, wat gigantisch veel nieuwe jobs vereist. Van binnenuit omdat door de dalende nataliteit in de rijke landen, er wellicht immigratie nodig zal zijn om de welvaart op peil te houden. Daarbij zal Europa proberen om alleen hooggeschoolde krachten binnen te laten. Want die moeten de arbeidsplaatsen bevolken die nodig zijn om onze economie en onze sociale zekerheid draaiende te houden. Dat is niet alleen discriminerend, maar bovendien beroven we op die manier de ontwikkelingslanden van de goede krachten die ze zelf nodig hebben. Dat zal ons dus voor een nieuw ethisch probleem stellen.Die thematiek is ook aan bod gekomen op de Unctad-conferentie in Bangkok.Cantillon: Na de Wereldhandelsconferentie in Seattle, heeft men in Bangkok de plooien gladgestreken. In feite kan je zeggen dat Seattle gelukt is omdat het mislukt is. De rijkere landen is daar definitief duidelijk gemaakt dat handel álle betrokkenen ten goede moet komen. En dat mondialisering niet kan zonder ontwikkeling. Nationaal hebben wij dat proces doorgemaakt bij het totstandkomen van de welvaartsstaat. Kapitaal en arbeid hebben gaandeweg ingezien dat ze er alle belang bij hadden om samen te groeien, wat heeft geresulteerd in het Sociaal Pact van na de Tweede Wereldoorlog. Die evolutie gaan we ook internationaal beleven. De rijke landen beginnen te beseffen dat een uitgehongerde en verpauperde derde wereld in hun eigen nadeel is. Ze zijn meer gebaat bij een ontwikkelde derde wereld, waar ze zowel arbeidskrachten als een afzetmarkt vinden. De Unctad heeft dan wel geen regelgevende bevoegdheid zoals de WTO, maar het actieprogramma van Bangkok getuigt van hoopvolle nieuwe inzichten. BEA CANTILLONKoen Meulenaere