Congo staat weer op de Belgische politieke agenda. Vrijdag verwacht de ministerraad van staatssecretaris Reginald Moreels (CVP) een stand van zaken, dinsdag waren de Belgisch-Congolese relaties het voorwerp van debat in de Kamer. Maar minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) wil zich zeker niet laten verleiden tot het soort psychodrama dat ten tijde van het Mobutu-regime gebruikelijk was.
...

Congo staat weer op de Belgische politieke agenda. Vrijdag verwacht de ministerraad van staatssecretaris Reginald Moreels (CVP) een stand van zaken, dinsdag waren de Belgisch-Congolese relaties het voorwerp van debat in de Kamer. Maar minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP) wil zich zeker niet laten verleiden tot het soort psychodrama dat ten tijde van het Mobutu-regime gebruikelijk was. Even zag het ernaar uit dat het weer zo ver ging komen, nadat de kabinetschef van minister van Informatie Raphaël Ghenda België ervan beschuldigde "een terroristische staat" te zijn. Dat gebeurde na een geënsceneerd incident waarbij een kleine partij wapens van het Belgische leger tijdens een transport van de zuidelijke stad Lubumbashi naar de hoofdstad Kinshasa in beslag werd genomen. Kort voor Pasen wou minister Ghenda in België de nodige "verduidelijking" komen verschaffen, maar hem werd een inreisvisum geweigerd. Ghenda kreeg te horen dat, als er iets verduidelijkt moest worden, dit kon via de geëigende diplomatieke kanalen. In Brussel herinnerde men zich immers maar al te goed de commission de clarification, geleid door de latere minister van Buitenlandse Zaken Kamanda wa Kamanda, die in België in een mediablitz een breuk tussen Brussel en Kinshasa kwam aankondigen. Ghenda reisde eind vorige week dan maar naar Parijs, waar hij niet op ministerieel, maar op ambtelijk niveau werd ontvangen. Van daaruit liet hij weten dat het allemaal niet zo bedoeld was. Maar daarmee is het incident niet van de baan, aangezien de kist wapens nog altijd niet is vrijgegeven. Daarbovenop kwam nog de raadselachtige moord op een Belgische non in de buurt van de stad Kananga, wellicht het gevolg van een al oud lokaal conflict tussen de missie en plaatselijke politici.EEN DRANKJE IN RWANDADeze incidenten passen in een evolutie die de internationale gemeenschap - die de vorige president Mobutu Sese Seko in mei 1997 niet ongaarne het veld zag ruimen voor Laurent-Désiré Kabila - grote zorgen baart. Ook België bracht aanvankelijk veel begrip op voor de problemen van het totaal geruïneerde Congo. Het hervatten van de steun aan Kinshasa kon dan ook onder slechts minimalistische voorwaarden, met centraal daarin het werk van een commissie van de Verenigde Naties (VN), die de moordpartijen op Rwandese Hutuvluchtelingen moest onderzoeken. Deze commissie is al van augustus vorig jaar aan de slag, maar stuitte voortdurend op obstructie. Nadat een Canadees lid ervan - die vanuit Congo even over de grens in Rwanda iets was gaan drinken - was opgepakt, besloot secretaris-generaal Kofi Annan van de VN vorige week om de commissie terug te roepen. Daarbovenop kwam, eveneens eind vorige week, nog een vernietigend verslag van de Chileense VN-rapporteur Roberto Garreton over de mensenrechtensituatie in Congo. Ondertussen lijkt de democratisering van het land verder af dan ooit. Onmiddellijk na de machtsovername vorig jaar vaardigde Kabila al een algemeen verbod op publieke politieke activiteiten uit. De oppositie uit Mobutu's tijd en de media kregen het niet makkelijk. De legendarische oppositieleider Etienne Tshisekedi werd naar het binnenland verbannen, de mensenrechtenorganisatie Azadho kreeg een werkingsverbod opgelegd en zag haar jaarverslag in beslag genomen. Vervolgens werden drie bekende opposanten gearresteerd; een tijdlang werd zelfs - ten onrechte, zo blijkt nu - voor hun leven gevreesd. En ondertussen kregen 248 politici het verbod om aan toekomstige verkiezingen deel te nemen. BEZOEK IN KINSHASADe stugheid van het regime in Kinshasa heeft veel te maken met de interne verdeeldheid van de Alliance des Forces Démocratiques pour la Libération du Congo (AFDL), het amalgaam van oppositiegroepen dat Kabila aan de macht heeft gebracht. Het ziet ernaar uit dat de Tutsi's, die het AFDL aanvankelijk leken te beheersen (en waartoe ook minister van Buitenlandse Zaken Bizima Karaha behoort), stilaan de plaats moeten ruimen voor de Baluba, zowel die uit Katanga - rond Kabila zelf en diens neef Gaëtan Kakudji, minister van Binnenlandse Zaken - als uit de Kasai. De zenuwachtigheid in Kinshasa wordt verder gevoed doordat het nieuwe regime nog altijd problemen heeft om zijn autoriteit te vestigen, wat gewapende benden - vaak restanten van Mobutu's leger en van Rwandese Hutumilities - de ruimte laat om het binnenland te blijven terroriseren. Door dat alles dreigt Congo stilaan in een internationaal isolement te verzeilen. En het bezoek van Kabila vorig weekend aan het Libië van Muammar Khadafi zal vast ook in slechte aarde vallen bij de Verenigde Staten, die de AFDL gaarne de macht zagen overnemen, maar zich al na enkele maanden steeds kritischer gingen opstellen tegenover Kinshasa. Het Congolese regime doet er dan ook niet verstandig aan om ook België tegen zich in het harnas te jagen: het is het belangrijkste westerse land dat wil bemiddelen tussen Congo en de internationale geldschieters, onder meer in het kader van de zogeheten Friends of Congo. En België blijft hoe dan ook nog een belangrijk donorland. Vanuit de christen-democratie is een zachte druk voelbaar om de samenwerking met Congo op te voeren. Ook de liberale partijen lijken daar, vooral om mercantiele redenen, op aan te sturen; de Brusselse PRL-minister Hervé Hasquin reisde begin dit jaar al naar Congo, terwijl ook VLD-kamerlid Herman De Croo midden deze maand een hele reeks Congolese ministers ging opzoeken. De Belgische coöperatie met Congo is goed voor rond het miljard frank, maar verloopt bijna uitsluitend via niet-gouvernementele organisaties. Afgezien daarvan reserveert de regering 50 miljoen frank voor directe samenwerking met de Congolese overheid, voornamelijk in de sociale sector. Daarvan is nog maar 10 miljoen uitgegeven, en de recente ontwikkelingen zullen de besteding van de rest vast niet bespoedigen.M.R.