EEN SCHRIJVERMOET geen grondwet bedenken, geen reglementen uitvinden, geen bedrijfsfilosofie voor de spoorwegen verzinnen. Daar zijn specialisten voor. Een schrijver moet, bij gebrek aan tijd en talent daarvoor, net dát doen waar die specialisten dan weer geen talent of tijd voor hebben : de dingen tegen het licht houden, van een andere kant bekijken, in hun context plaatsen.
...

EEN SCHRIJVERMOET geen grondwet bedenken, geen reglementen uitvinden, geen bedrijfsfilosofie voor de spoorwegen verzinnen. Daar zijn specialisten voor. Een schrijver moet, bij gebrek aan tijd en talent daarvoor, net dát doen waar die specialisten dan weer geen talent of tijd voor hebben : de dingen tegen het licht houden, van een andere kant bekijken, in hun context plaatsen. Een schrijver ontleent zijn functie (zijn nut, voor wie op nuttigheid is gesteld) dus niet aan een grotere hoeveelheid hersenen, maar louter aan het perspectief van waaruit hij tegen de dingen aankijkt. Dat is zijn werk. Geert van Istendael bewijst dat overtuigend in zijn nieuwe boek ?Anders is niet beter?, een nieuwe verzameling columns waarin hij zich keert tegen de barbarij die hij om zich heen ziet grijpen. Bijvoorbeeld : wat moeten wij, die beweren zo liefdevol te zijn voor onze kindjes, er niet van denken dat het in rijke landen altijd maar beroerder gesteld is met de zorg voor kinderen ? Dat de kindersterfte in de VS, het rijkste land ter wereld, nauwelijks lager ligt dan in het straatarme, 't allenkante uitgespuwde Cuba ? Van Istendael legt het uit : te veel rijkdom deugt niet, het is niet omdat de taart groot is dat ze beter smaakt. LOFLIED.Neem bijvoorbeeld economieprofessor Paul de Grauwe, in zijn vak een hooggeleerd specialist. Vorige week ontwikkelde hij in De Standaard een puur economistische redenering om te beweren dat een vaste boekenprijs een kwalijke zaak voor de leescultuur zou zijn. De Grauwe had aan de principes van zijn vak genoeg, zozeer zelfs dat hij er de werkelijkheid door negeerde. Want de ervaringen, de realiteit, in Zweden of Groot-Brittannië, tonen aan dat het opheffen van de vaste boekenprijs niets dan averechtse effecten oplevert. Tegen dat slag verblinding is het dat Van Istendael zich keert. Hij heeft met name wat tegen de alom heersende specialistische evidenties van de vrije markt, die alles opoffert aan rentabiliteit, de economistische theologie die alleen dat van waarde acht wat winst oplevert. Het onheil dat in naam van het concurrentiebeginsel wordt aangericht, brengt Van Istendael tot zijn zogezegde reactionaire standpunten, want niet alles wat glanst van de nieuwheid, is ook echt beter. Van Istendael schrijft over vanalles en nog wat, vaak gedreven door ergernis en woede om wat teloor gaat, de keerzijde van zijn liefde en passie voor wat bestaat en zijn waarde heeft bewezen, zoals de trein of de openbare school. Maar omdat hij ook weet dat boten niet achteruit varen en beseft dat ook hij mee profiteert van de dubieuze weldaden van de welvaart, houdt het reactionaire (of het loflied op wijlen de DDR) bij hem vooral een literaire, intellectuele standpuntbepaling in. Wat hij daarmee wil zeggen, is dat de vanzelfsprekendheid van de specialisten toch niet altijd zo vanzelfsprekend is. Denk daar eens over na. Marc Reynebeau Geert van Istendael, ?Anders is niet beter?, Atlas, Amsterdam-Antwerpen, 223 blz., 800 fr.