'Vlamingen weten dat ze, als ze voor hun kinderen een fietspad langs het park willen krijgen, iemand moeten kennen in de politiek. Jullie vinden dat zelf helaas een teken dat de democratie niet goed functioneert. Ik vind dat verfrissend. Ik pleit voor meer cliëntelisme in de Nederlandse politiek, in plaats van dat hypocriete doen alsof het allemaal voor het algemeen belang is.' Politiek correcte uitspraken zul je uit de mond van Luuk Van Middelaar (29) niet gauw horen. De Nederlandse filosoof heeft een hekel aan iedere vorm van moralistisch denken - misschien precies omdat dat ook zo typisch Nederlands is, zegt hij daar zelf over.
...

'Vlamingen weten dat ze, als ze voor hun kinderen een fietspad langs het park willen krijgen, iemand moeten kennen in de politiek. Jullie vinden dat zelf helaas een teken dat de democratie niet goed functioneert. Ik vind dat verfrissend. Ik pleit voor meer cliëntelisme in de Nederlandse politiek, in plaats van dat hypocriete doen alsof het allemaal voor het algemeen belang is.' Politiek correcte uitspraken zul je uit de mond van Luuk Van Middelaar (29) niet gauw horen. De Nederlandse filosoof heeft een hekel aan iedere vorm van moralistisch denken - misschien precies omdat dat ook zo typisch Nederlands is, zegt hij daar zelf over. Drie jaar geleden maakte Van Middelaar, pas afgestudeerd, furore met zijn boek Politicide, waarin hij genadeloos afrekende met de hele twintigste-eeuwse Franse politieke filosofie. Jean-Paul Sartre, Michel Foucault, Bernard-Henri Lévy: ze zijn hun leven lang gevangen gebleven tussen machteloosheid en terrorisme, van de democratie hebben ze niets begrepen. In het globaliseringsdebat was Van Middelaar een van de eersten die het opnam voor de mondiale economie en haar multinationals. Dat George W. Bush met tanks en troepen ten strijde trekt om de pax americana te vestigen, het verontwaardigt hem niet. Napoleon was ook geen pacifist, maar zijn legers hebben wel een essentiële rol gespeeld in de verspreiding van de mensenrechten. Momenteel woont en werkt Van Middelaar in Brussel. Hij volgt voor het kabinet van de Nederlandse eurocommissaris en VVD-coryfee Frits Bolkestein de Europese Conventie, die een nieuw Europees politiek verdrag voorbereidt. Van Middelaar: 'Ik houd me nu toch weer bezig met klassieke politieke vraagstukken als democratie, grondwet, politieke identiteit. Maar ik ben eigenlijk naar Brussel gekomen om de veranderende verhouding tussen politiek en economie te bestuderen. Waar ligt de macht in onze democratie? Is dat inderdaad steeds minder in het nationaal parlement, zoals zo vaak wordt beweerd? Ligt de macht nu bij de Europese instituties in Brussel? Of in Wall Street? De ontwikkeling van de pensioenfondsen, het onderwerp van mijn doctoraal proefschrift, is een mooie casus om dat op een technisch-concrete manier te proberen te vatten, omdat de spanningen tussen nationale wetgevingen en de mondiale economie er zo duidelijk zijn en de sociale-welvaartspolitiek en de grote financiële belangen er zo diep op elkaar insnijden.'LUUK VAN MIDDELAAR: Nee, maar in een mum van tijd ben ik er wel achter gekomen dat de vragen die ik op mijn zolderkamer bedacht had, eigenlijk nergens op slaan. VAN MIDDELAAR: ( lacht)... is een domme vraag. Er stond onlangs een klein maar zeer interessant opiniestukje in de Financial Times van de directeur van de Londense beurs, Dan Cruickshank. Dat is een man die spreekt uit het hart van de City, van de Britse big business, waarvan altijd wordt beweerd dat ze Europa louter als een vrijhandelszone ziet. Wel, Cruickshank schreef tot zijn spijt te hebben moeten vaststellen dat er om één Europese markt te creëren ook een politieke unie nodig is, en dat zijn eigen natiestaat Groot-Brittannië daarvoor wellicht bepaalde prerogatieven zou moeten opgeven. Het is een valse tegenstelling. Politiek en economie zijn onscheidbaar. VAN MIDDELAAR: In Vlaanderen toch niet. Dat heeft te maken met de plaats die de VLD zoekt in het politieke spectrum. Guy Verhofstadt en zijn entourage zien het liberalisme als een progressieve beweging, zij verdedigen een pleidooi pro globalisering als een progressief standpunt. Maar in Nederland hoor je dat discours nauwelijks. De VVD is helaas een partij waarin niet veel intellectueel debat valt waar te nemen. En D66 is geen klassieke liberale partij, ze is van oudsher meer gericht op constitutionele hervormingen. Trouwens, ook de anders-globalisten zelf hebben in Vlaanderen meer stem dan in Nederland. In Vlaanderen is überhaupt meer politiek bewustzijn dan in Nederland. VAN MIDDELAAR: Als je hier een boekhandel binnenloopt, vind je relatief meer politieke lectuur. Memoires van politici, schandalen, dat ligt hier vooraan in de winkel. In Nederland niet. Als je de politieke berichtgeving in de Vlaamse kranten vergelijkt met die in de Nederlandse pers, dan word je hier als lezer veel meer bewust gemaakt van de vuile spelletjes, de machtsstrijd, de politieke netwerken en de politieke benoemingen die daar het gevolg van zijn. In Nederland wordt daar niet of veel minder over bericht, terwijl die netwerken er natuurlijk evengoed zijn. Maar die worden verborgen onder het zelfbeeld dat Nederlanders hebben: bij ons is alles transparant, bij ons wordt gewoon de juiste man op de juiste plek benoemd. VAN MIDDELAAR: Het is niet zo dat alles bij het oude is gebleven, dat de episode-Fortuyn alleen maar een intermezzo was. Het gedachtegoed van Pim Fortuyn inzake integratie en immigratie is sinds mei 2002 door vrijwel alle partijen geïncorporeerd. De PvdA van Wouter Bos heeft de grootste zwaai gemaakt en het multiculturalisme eindelijk afgezworen. De kiezer heeft dat beloond. Alleen GroenLinks heeft hierover nog optimistische opvattingen, die partij verliest dan ook twee zetels. In dezelfde lijn past het dat de LPF niet geheel is geslonken; acht zetels is veel meer dan de opiniepeilers verwachtten. Daarmee zit er nu ter rechterzijde van de VVD een klein partijtje dat Fortuyns programma heeft ontdaan van de progressieve, emancipatoire elementen en het de VVD in de toekomst nog lastig kan maken. Een beetje zoals Ward Beysen met de VLD. VAN MIDDELAAR: Ach, de bandbreedte in die verschillen wordt steeds dunner. Of het nu gaat over migratie en veiligheid, of over de relatie tussen markt en staat, waarop links en rechts zich zouden onderscheiden, de marges zijn alsmaar kleiner geworden. Soms denk ik weleens dat Nederlanders uit gewoonte, uit reflex op bepaalde partijen stemmen: mensen denken, links stemmen is goed en rechts stemmen, dan kies je voor je eigen hachje. VAN MIDDELAAR: Ik weet niet zo goed wat het linkse verhaal nu nog is. Sinds het einde van de Koude Oorlog is de hele angel uit de discussie. De tegenstelling links-rechts gold niet alleen een binnenlandse politieke verhouding betreffende inkomensverdeling. Het maakte ook deel uit van een bepaalde geopolitieke situatie: Amerika versus de Sovjet-Unie, om het even simpel uit te drukken. Dat gaf die nationale tegenstellingen, vooral tussen communisten en niet-communisten, hun scherpte. Toen de Muur inzakte, kregen we het verhaal over het einde van de geschiedenis, het einde van de ideologie. Feit is dat het links-rechtse gedoe dat we nu nog hebben, minuscuul is in vergelijking met de spanningen van vroeger. VAN MIDDELAAR: Je kunt het al bij Montesquieu lezen. In de democratie gaat het erom dat je meerdere partijen hebt die elkaar afwisselen in het bezetten van de macht, in het verdelen van de baantjes, het benoemen van de mannetjes, het verdelen van het geld. De representatieve democratie is een systeem waarin het mogelijk is om een partij weg te stemmen, waarna een andere partij het voor een aantal jaren mag proberen. Zo krijgt niemand de absolute macht. Maar het is niet per se nodig dat die elkaar afwisselende bekleders van de macht een andere opvatting hebben over wat het goede leven is of over welke god de ware is. Je kunt de democratie ook op een heel platte, cliëntelistische manier invullen. Het einde van de ideologie hoeft niet het einde van de democratie te betekenen. VAN MIDDELAAR: Het is niet meer dan een formalistisch argument. Het is geen uitspraak of dat nastrevenswaardig is of niet. In de praktijk kunnen politici beter functioneren als ze wel een verhaal hebben. Anders gaan wij ze makkelijk verwijten maken dat ze alleen maar corrupte zakkenvullers zijn. Wij vinden het lekker als het ook goed is wat ze doen. Daarom willen romantici repolitiseren, willen ze de passie terug in de politiek. Maar met de nieuwe politieke tegenstellingen die zich aan de horizon aftekenen, zou er weleens een moment kunnen komen dat we heimwee zullen hebben naar de gezellige keuvelgeschilletjes over de vraag of de uitkeringen nu één procent hoger of lager moeten. VAN MIDDELAAR: Absoluut. En een oorlog, warm of koud, tussen Amerika en de-islam-als-politiek-project zal ook repercussies hebben op onze nationale democratieën. Wat je in Antwerpen ziet met de Arabisch Europese Liga (AEL) van Dyab Abou Jahjah is misschien een voorafschaduwing van een situatie waarin binnenlandse politieke conflicten een scherpte krijgen waar we helemaal niet op zitten te wachten. VAN MIDDELAAR: Nee, Nederland is niet vol. Maar dat neemt niet weg dat de vraag legitiem is. Het is een vraag die de kern raakt van de democratie als politieke gemeenschap. Wie zijn wij? Wie sluiten wij binnen? Wie sluiten wij buiten? Wie geven wij de Nederlandse nationaliteit? Die vragen zelf zijn getaboeïseerd. Terwijl je daar toch gewoon een democratisch debat over kunt hebben. VAN MIDDELAAR: Wie die problemen aan de orde stelt, kan daarmee allerlei demagogische bedoelingen hebben. Maar dat neemt niet weg dat het vraagstukken zijn over de kerntaken van de staat, die thuishoren in het publieke debat. Het zijn allerminst anti-politieke oprispingen. Ook de al dan niet vermeende onveiligheid is een kwestie die het hart raakt van het democratisch contract tussen de individuele burger en de staat. Wij burgers hebben de staat het geweldsmonopolie gegeven. De bedoeling daarvan was dat de staat ons zou beschermen tegen geweld, in ieder geval toch in de publieke ruimte. Als de staat daar niet meer toe in staat is, dan is er een democratisch probleem. VAN MIDDELAAR: Europa moet eerst zijn eigen politieke identiteit bepalen. Dat is precies de exercitie die de Europese Conventie wil maken: te komen tot een zelfdefinitie van Europa. Maar dat is een moeilijk proces. Volgens intellectuelen én eurocraten bestaat Europa bij gratie van het verschil, de verscheidenheid. Er heerst een soort angst dat de definitie van een Europese identiteit wel moet leiden tot homogenisering, uniformisering. Een grijze vlek zal zich vanuit Brussel over Europa verspreiden. De Franse roquefort, de Spaanse turón, de Hollandse maatjes zijn gedoemd te verdwijnen. Dat is natuurlijk flauwekul. VAN MIDDELAAR: Misschien kunnen we het Zwitserse model overnemen. Zwitserland is een klein landje waar ze vier talen spreken en elk bergdal nog een ander dialect heeft, en waar je met een kleuterjuffendiploma uit Genève niet eens kleuterjuf mag worden in Lausanne. Het enige wat de Zwitsers delen, is Zwitser zijn. En wat is Zwitser zijn? Voor de Italiaanse Zwitser is dat geen Italiaan zijn, voor de Duitse Zwitser is dat geen Duitser zijn, en voor de Franse Zwitser is dat geen Fransman zijn. Zwitsers hebben een negatieve identiteit en vormen op basis daarvan een politieke eenheid. Waarom zou je niet op dezelfde manier naar Europa kunnen kijken? Een Europa dat binnen zijn grenzen een heel santenkraam van talen, geschiedenissen, gebruiken verenigt, maar wiens burgers zich naar buiten toe als Europeanen identificeren. VAN MIDDELAAR: De vraag naar de politieke buitengrens van Europa hebben wij heel lang onder tafel geschoven. We waren zo druk met het afbreken van de economische binnengrenzen en het uitbouwen van een muntunie. De uitbreiding lijkt ook een oneindig proces. Daarom is het nuttig dat de voorzitter van de Conventie, Giscard d'Estaing, inzake Turkije, de vraag naar de buitengrens wel durfde te stellen. Zelfs als de Europese waarden universeel zouden zijn, betekent dat nog niet dat we een politieke gemeenschap met de hele wereld moeten vormen. Simplistisch gezegd, zoals Europa op het wereldtoneel vroeger tussen Amerika en de Sovjet-Unie lag (en uiteindelijk altijd voor Amerika koos), zo liggen we nu tussen 'Amerika' en 'Islam' (en kiezen we in the end voor de Verenigde Staten). Wat nu dat buiten-beeld betreft, sommige Europeanen definiëren zich vooral als 'niet-Amerikaan', andere als 'niet- islamist' - zoals de Zwitsers dus samen of niet-Duitser of niet-Fransman zijn. Zwitsers staan bekend om hun neutraliteit in de internationale betrekkingen. Misschien zou Europa ernaar moeten streven het Zwitserland van de wereld te zijn. VAN MIDDELAAR: Nee, in deze ben ik niet bij voorbaat een havik. Terwijl ik wel vond dat we moesten gaan vechten tegen Osama Bin Laden en al-Qaeda. Maar kijk, er zijn wel meer dictators op de wereld met een snood verleden of met snode plannen. En als je het internationale terrorisme wilt aanpakken, dan moet je natuurlijk niet in Irak zijn, dan kun je beter naar Pakistan gaan of naar Saudi-Arabië. Het lijkt mij een ongezond precedent en bovendien weet je niet precies welke lont je in welk kruitvat steekt. Christine Albers