Duitsland heeft een kiesdrempel van vijf procent. Een partij die dat quorum niet haalt, mag niet naar het parlement. Zo'n drempel bestaat niet in België. Maar een partij moet vanzelfsprekend een aantal stemmen behalen, voor ze in het parlement vertegenwoordigd is. Dat is de effectieve kiesdrempel (de verhouding tussen het aantal stemmen nodig voor de laatste zetel en het aantal uitgebrachte stemmen in die provincie). In Limburg moest een lijst voor het Vlaam...

Duitsland heeft een kiesdrempel van vijf procent. Een partij die dat quorum niet haalt, mag niet naar het parlement. Zo'n drempel bestaat niet in België. Maar een partij moet vanzelfsprekend een aantal stemmen behalen, voor ze in het parlement vertegenwoordigd is. Dat is de effectieve kiesdrempel (de verhouding tussen het aantal stemmen nodig voor de laatste zetel en het aantal uitgebrachte stemmen in die provincie). In Limburg moest een lijst voor het Vlaams parlement 5,44 procent van de stemmen halen, in Antwerpen 2,65 procent. Ook op kieskringniveau (de vroegere arrondissementen) bestaat er een kiesdrempel voor de restzetels op provinciaal niveau. Als er in een provincie meer dan één kieskring is, moet een partij dat quorum in minstens één kieskring halen (het aantal geldige stemmen, gedeeld door het aantal te verdelen zetels maal 0,66 voor de Vlaamse Raad en maal 0,33 voor de Kamer). In Antwerpen lag die kiesdrempel in 1999 op 3,5 procent, in Brugge op maar liefst 13 procent. In 1991 telde West-Vlaanderen nog vijf kieskringen. Daardoor lag het quorum te hoog voor Agalev, VU, Vlaams Blok en Rossem. Zonder kiesdrempel zouden Agalev en VU in 1991 twee zetels hebben behaald, Vlaams Blok en Rossem elk één. De zes zetels gingen naar de andere partijen. Sedert de staatshervorming van 1992 is het aantal kieskringen voor het Vlaams parlement verkleind (West-Vlaanderen) of tot één herleid (Limburg). Die hervorming en het feit dat de kleinere partijen groter en de grotere kleiner werden, maakten dat de kiesdrempel op kieskringniveau geen effect meer had. De politicologen Marc Swyngedouw en Patrick Vander Weyden onderzochten ook wat de invloed zou zijn van de invoering van een kiesdrempel. Bij het behoud van het systeem- D'Hondt verandert er met een provinciale drempel van vijf procent weinig (tweede kolom). Een Vlaamse kiesdrempel van vijf procent doet de Franstalige partij UF uit het Vlaams parlement verdwijnen (vijfde kolom). Wordt het systeem-D'hondt vervangen door het systeem- Imperiali van de gemeenteraadsverkiezingen, dan winnen de grotere partijen bij een drempel van vijf procent (vierde kolom). Een provinciale (derde kolom) of nationale (zesde kolom) kiesdrempel van tien procent betekende op 13 juni het einde van de VU - in 1995 had ook Agalev met zo'n erg hoge drempel geen zetel behaald.Peter Renard