De afkeuring was haast tastbaar.
...

De afkeuring was haast tastbaar. 'Besef je niet dat je jezelf compromitteert door zo dicht bij je onderwerp te komen?' 'Je hebt Lance Armstrong ontmaskerd door hem van buiten uit te bestoken, waarom pak je het nu anders aan?' 'Als Froome positief test, dan is je reputatie naar de haaien.' Gespeend van ironie was de journalistieke reactie van mijn collega's alvast niet. Dat ik op het aanbod inging om Team Sky 'van binnen uit' te volgen, maakte me drie weken lang vogelvrij voor kritiek. Even denk ik terug aan alle journalisten die Armstrong destijds geloofden. Is hun reputatie soms naar de haaien? Journalisten zijn één ding, maar in het universum van Twitter, waar laster niet schijnt te bestaan en de ergste bagger anoniem de wereld in kan worden gestuurd, bleek men zelfs nog minder diplomatisch. 'Je bent Sky's bitch geworden.' 'Je bent een schoothondje, geen journalist. Je moest je schamen.' 'Hoeveel betaalt Rupert Murdoch (eigenaar van Team Sky en van The Sunday Times, de krant waarvoor David Walsh schrijft, nvdr.) je hiervoor?' Ongelooflijk hoeveel venijn in 140 tekens kan worden geperst. De blokkeerknop werd mijn trouwe compagnon. De ochtend dat de koers Cagnes-sur-Mer verliet, stond ik aan de bus van Team Sky toen een Belgische journalist me vroeg hoe ik me erbij voelde dat mijn geloofwaardigheid was aangetast door mijn positie bij Sky. Meestal, hoewel niet altijd, had ik dit soort beledigingen waardig en beleefd ondergaan. Ondertussen zaten we aan de belediging te veel. 'Toen ik veertien jaar geleden zei dat Armstrong aan de doping zat, vertelden journalisten me dat ik geloofwaardigheid miste. Ze waren blij toe om Armstrongs bullshit voor zoete koek te slikken. Vandaag geloof ik dat de sport veranderd is en meen ik in Froome een winnaar te zien die we mogen vertrouwen. Opnieuw ben ik de man zonder geloofwaardigheid. Uiteindelijk is er dus niks veranderd: ik zeg wat ik geloof dat waar is, niet wat ik volgens anderen hoor te denken.' En al die journalisten die 'ach jeetje' mompelden omdat ik de kans greep om met Sky op te trekken, zijn hypocrieten. Wat hadden zij geantwoord als ze dat aanbod hadden gekregen? Hadden mijn dierbare collega's de kans laten liggen om een unieke blik te werpen op het leven bij hét topteam van het internationale wielrennen? Natuurlijk niet. Dit zijn de feiten zoals ik ze heb ervaren. Laat ons beginnen bij Froome. Hij is, naar ik meen, een bijzonder interessant mens en een uniek wielrenner. Zijn levensloop alleen al. Geboren in Kenia, opgegroeid in een buitenwijk bezuiden Nairobi, de derde zoon van Britse ouders. Als jongste van drie broers leerde Chris vroeg dat het leven niet altijd eerlijk is. Op een dag voerde broer Jeremy twee konijntjes van Chris aan zijn drieënhalf meter lange python en de jongen begreep dat daarover klagen de zaken alleen maar zou verergeren. In de plaats van bij de pakken te zitten, ging Chris zelf een python houden. Hij temde het beest om hem niet te bijten. Zijn ouders scheidden toen Chris zes was. De knaap moest zich sterk houden. Vandaag spreekt Froome over de gevolgen van die scheiding zoals een ander zou praten over verhuizen: 'Het betekende dat er veel zou veranderen.' Een overlever heeft een tegengif nodig, dat houdt de pijn op afstand. Chris koos voor therapeutische fietstochten door de Ngong-heuvels. De wind in zijn gezicht, de snelheidsadrenaline van lange, steile afdalingen en aan het eind van de dag de bevrediging van totale uitputting. Moeder volgde hem met de wagen. Op een op voorhand afgesproken plek ontmoetten ze elkaar, deelden samen een tent en reden 's ochtends weer richting Nairobi. Chris ontmoette David Kinjah, een zwarte en een van de bekendste Keniaanse coureurs. Kinjah, veertien jaar ouder dan Froome, werd een soort fietsende oudere broer. Hij introduceerde hem bij zijn wielerclubje, dat nu uit vijf of zes zwarten bestond en één blank knaapje. Ze spraken iedere dag af aan Kinjahs bescheiden huisje in de Kikuyu-township. Froome spreekt vloeiend Swahili, net als Kinjah en zijn vrienden, die er af en toe een paar typische Kikuyu-uitdrukkingen tussen gooiden, zodat Froome niet altijd kon volgen wat ze zeiden. Ze lachten er wat mee: een bemiddeld blank ventje uit de middenklasse dat meefietst met townshipkerels die pakken ouder en een stuk sterker waren dan hij. 'Vandaag doen we een lange rit van vijf uur, Chris. Rij jij maar in je eigen tempo. We zien je later wel.' Maar Kinjah had hem haast evengoed kunnen zeggen dat hij met kleren aan in het meer moest springen. Er werd erg om zijn koppigheid gelachen, maar dat stoorde Chris niet. Zolang hij hen maar kon volgen. We zitten in het restaurant van Hotel Les Bartavelles in Embrun, een klein stadje in Zuidoost-Frankrijk. Het is de negentiende dag van de Tour, drie uur voor Chris Froome een 32 kilometer lange tijdrit rijdt. Het is onvoorstelbaar hoe ontspannen hij is. Een interview, vlak voor zo'n cruciale koers tegen de klok, is geen probleem. Hoe zou hij anders de tijd doden? Dit is Chris Froome, wellicht de kalmste man die ooit de gele trui droeg. Hoe dan ook de Tourkampioen met de smalste schouderpartij in de hele wielergeschiedenis. Ook opvallend: Froomes stem lijkt een volumeknop te missen, zijn woorden komen nooit meer dan twee decibel boven fluisterniveau uit. Toen we elkaar in januari ontmoetten, op een trainingskamp in Mallorca, sprak hij met datzelfde rustige timbre een zin die bij me bleef nazinderen: 'Ik wil aan de start van de Tour de France komen in de wetenschap dat ik een reële kans maak om te winnen.' Toen begreep ik dat zijn zachte stem hem daarom nog geen zacht eitje maakt. Froome heeft wanneer ik hem ditmaal spreek al twee bergritten gewonnen - in de tijdrit die op dit gesprek volgt, zal hij trouwens ook triomferen. Zijn klimprestaties op Ax-3 Domaines en op de Mont Ventoux waren van die aard dat velen geloven dat hij zich dopeert. De vragen worden op hem afgevuurd als kwamen ze uit een mitrailleur. Tijdens één perssessie toonde Froome zich gefrustreerd om de continue insinuaties, maar over het algemeen heeft hij zich erg beleefd verdedigd. Beleefdheid is een karaktertrek die Froome ten voeten uit kenmerkt. We praten over zijn jeugd in Afrika want het is overduidelijk dat dat continent hem heeft gevormd. 'Waarom luisterde je niet naar Kinjah? Waarom jezelf kapotrijden om toch maar te kunnen volgen?' 'Ik wou niet onderdoen, simpelweg omdat ik jonger was. Ik dacht: 'Ik moet even hard gaan als Kinjah en zijn maten; het zal me helpen wanneer ik later naar Europa trek.'' Zij die menen dat Froome alleen maar goed werd omdat hij zich laaft aan de nieuwste farmaceutische spitstechnologie, mogen eens terugdenken aan de Giro delle Regioni van april 2007. Het is Froomes eerste koers in Europa. Hij was toen nog student economie aan de universiteit van Johannesburg. 'De derde rit eindigde bergop. Het verbaasde me hoe makkelijk ik bij het klimmen wegreed uit de kopgroep. Een Rus en een Sloveen waren mee ontsnapt. Al snel moest de Rus lossen. De Sloveen hield mijn wiel en smeekte me trager te rijden. Hij zou mij de overwinning gunnen. 'Maar rij me niet uit het wiel, rij me alsjeblief niet uit het wiel.'' 'Ik stemde toe. We kwamen aan de laatste haarspeldbocht. De wagens van de koersdirectie verlieten vlak voor de finish de rijweg. Ik snapte niet goed wat er gebeurde en volgde hen. De Sloveen wist beter en won de rit. Ik keerde om toen ik doorhad wat er aan de hand was en werd nog tweede.' 'Twee dagen later was er een nieuwe bergetappe, ditmaal met aankomst op de Montepulciano in Toscane. Nu wachtte ik op niemand. Ik demarreerde op een kasseiweggetje, vijf kilometer voor de finish. Het was een prachtige dag, mijn eerste overwinning in Europa. Ik kon mijn geluk niet op.' Bergop tweede en eerste in zijn allereerste koers in Europa, tegen de betere Europese belofterenners van dat moment. En eigenlijk had hij die rittenwedstrijd zelfs moeten winnen. 'Ik had nog nooit een afdaling met haarspeldbochten gereden. In Afrika zijn bergwegen nogal rechttoe rechtaan. Het grootste probleem was dat ik mijn voorrem niet durfde te gebruiken; ik had altijd gedacht dat ik over de kop zou gaan als ik vooraan remde. Dus daalde ik puur op mijn achterrem, met een hoop valpartijen en drie kapotte fietsen tot gevolg. Daardoor verloor ik veel tijd en zo ook mijn klassement.' Hij was 21. Een briljante, jonge klimmer uit Kenia die niet wist hoe je met de fiets rijdt. Als je acht weken bij een ploeg leeft, dan gebeuren er dingen. Je wordt een vertrouwd gezicht, neemt deel aan gesprekken, en vroeg of laat vang je zaken op die nooit de persconferenties halen. Op de tweede rustdag van de Ronde van Italië ontmoette ik Richard Freeman. Freeman is een Engelsman en een van de ploegartsen bij Team Sky. Hij heeft een achtergrond in het voetbal en werkte bij de Premier League-club Bolton Wanderers voor hij bij de Britse pisteploeg en later bij Sky aan de slag ging. Zoals vrijwel elke dokter in het peloton van vandaag zegt hij tegen doping te zijn. Hij meent dat Team Sky de koersethiek hoog in het vaandel draagt. Ik had niet meteen reden om Freeman te wantrouwen, maar het waren niet deze sussende woorden die ik me later zou herinneren. Wel wat hij vertelde over zijn reactie op Froomes prestaties in de Vuelta van 2011. Het was aan het eind van Froomes tweede seizoen bij Sky. De Brit had af en toe staaltjes van talent laten zien, maar werd al te vaak gehinderd door dagen waarop niks lukte. Die Vuelta had hij echter drie weken lang geen enkele slechte dag, waardoor hij tweede eindigde in het klassement, na Juan José Cobo. Froome was de race gestart als knecht van Bradley Wiggins. De ploeg zou later verklaren dat als ze hadden geweten dat Froome drie weken lang zo sterk zou rijden, hij die ronde wellicht gewonnen had. In het begin was Freeman niet overtuigd. 'Het verontrustte me dat Chris nooit eerder op dit niveau had gepresteerd: ik vroeg me af hoe hij dat had geklaard. Ik besloot al zijn bloedstalen van de laatste twee seizoenen opnieuw te onderzoeken en vroeg de data van zijn biologisch paspoort op. Ik vergeleek de eerdere bloedtests met die van tijdens de Vuelta. Verdachte schommelingen bleken er niet te zijn. Froomes bloedwaarden bleven constant. Wat de reden ook was waarom hij zo sterk reed in die Ronde van Spanje, het was niet omdat hij iets illegaals had gedaan.' Freemans aanvankelijke achterdocht stelde me gerust. Want wat hij deed, is in het wielrennen in feite uitzonderlijk. Het omkaderend personeel doet meestal niets als ze twijfelen over wat er binnen hun team gebeurt, heb ik ervaren. Het is een wereld van horen, zien en zwijgen. Ploegmanager David Brailsford evalueerde die Ronde van Spanje op zijn manier. 'We wisten dat Chris over het potentieel beschikte om op dat niveau te presteren, maar het bleef wel een renner van offdays. Het overwinnen van zijn bilharzia is cruciaal geweest voor zijn ontwikkeling.' Aan het eind van 2010 meldde Froome dat hij aan bilharzia leed, een parasitaire ziekte die rode bloedcellen verslindt. De parasiet wordt gevonden in Afrikaanse meren. Bilharzia wordt behandeld met beltricide, een medicijn dat de parasiet onderdrukt en de patiënt ongeveer zes maanden beschermt. Froome neemt zijn dosis beltricide vroeg in het jaar, zodat hij gerust is tot na de Tour de France. Zelf denkt Froome dat zijn evolutie als renner te danken is aan meer ervaring, aan geleerd te hebben intelligent te koersen. 'In mijn tijd bij Team Barloworld en in mijn eerste anderhalf jaar bij Sky wist ik wel dat ik goed kon klimmen, maar ik was nooit zeker of ik de betere renners de hele koers zou kunnen volgen. Dus viel ik maar van ver aan, hopend dat de voorsprong groot genoeg zou zijn opdat ik aan het eind van de rit nog bij de kopgroep zou kunnen aanpikken.' 'Meestal grepen ze me zowat twee kilometer voor de finish en vaak kon ik dan nog net volgen, maar 's anderendaags verslapte ik omdat ik gewoon te diep was gegaan. Dat veranderde in de Vuelta van 2011. De ploeg vroeg me bij Bradley Wiggins te blijven, om hem vooraan te houden op de cols. Ik kon maar niet geloven hoe makkelijk dat ging.' Daar werd de grote ronderenner geboren. Tien maanden later was hij aangewezen als Wiggins' meesterknecht voor de Ronde van Frankrijk, hoewel Froome ondertussen al iets minder verliefd was op het helpersbestaan. Het was zonneklaar dat Froome Wiggins vorige zomer had kunnen lossen in de bergen, wat hij toonde door van zijn ploegmaat weg te snellen, tot ploegleider Sean Yates hem tot de orde riep. De twee zijn ploeggenoten maar geen vrienden en binnen het team zijn er mensen die vermoeden dat Wiggins nooit in dienst van Froome zal rijden. Als dat waar is, dan is de gele trui van 2012 wellicht nooit meer in de Tour de France te zien. Zonde, want van de drie grote rondes ligt Frankrijk Wiggins ongetwijfeld het best. Dave Brailsford vertelt graag dat het succes van zijn ploeg voortvloeit uit 'de accumulatie van marginal gains': een heleboel kleine dingen net dat tikkeltje beter doen dan de concurrentie. Acht weken bij Team Sky hebben me een uniek perspectief gegeven op wat hij hiermee bedoelt. Het team van Brailsford functioneert als een militaire operatie. Dagelijks wordt er een 'dagplan' opgesteld, dat ongeveer even gedetailleerd is alsof je zou plannen om Rusland binnen te vallen. De mecaniciens en soigneurs werken gemiddeld twee tot drie uur langer dan hun collega's bij andere teams. Dat wordt gecompenseerd met een goed loon, een intelligent personeelsbeleid en uitstekende arbeidsvoorwaarden. Aan alles is gedacht. De technische ploeg van Sky is de enige van het peloton die in de truck kan doorwerken als het regent. In de vrachtwagen zit zelfs een verwarmingssysteem dat tot 23 graden verwarmt, handig voor koude nachten. Er is ook airconditioning, want Franse avonden kunnen evengoed bloedheet zijn. Op de tweede rustdag in Orange deelde Sky een hotel met Team Garmin-Sharp. Die avond ving ik een gesprek op tussen drie personeelsleden van Sky. 'Ik zag David Millar (van Garmin, nvdr.) zonnen aan het zwembad!' 'Hij was niet de enige. Er zijn later nog twee ploeggenoten bij komen liggen.' 'Je had erbij moeten zijn bij de lunch. Hun kopman Ryder Hesjedal dronk een biertje.' 'Dat meen je niet? Een biertje bij de lunch?!' En zo ging het nog een hele tijd door. Ze spraken alsof de coureurs van Garmin zorgeloze flierefluiters waren. De lat ligt bij Sky zo hoog dat wat voor anderen normaal is voor hen enorm onprofessioneel overkomt. Brailsford beschouwt zichzelf als dirigent van het orkest, maar dan één die nooit de hoofdviolist wil leren hoe je een solo speelt. Hij is eerder de facilitator, iemand die een omgeving schept waarin een heel divers team met heel diverse taken zo goed mogelijk kan presteren. Aan de vooravond van de koers verzamelde hij de staf in de ploegbus voor het ondertussen traditionele pre-Tourpraatje. Voor hij sprak, nam hij met zijn telefoon een foto van de hele groep. 'Ik wil nu even stilstaan bij hoe we ons gaan voelen wanneer we later naar dit plaatje zullen kijken. De komende weken gaan we herinneringen opdoen die we ons hele leven zullen meedragen...' Hij praatte over de zware dagen die in het verschiet lagen en over de verantwoordelijkheid die ieder zou krijgen. Hij zei dat elke renner een cruciale taak had die hij naar best vermogen moest uitvoeren. En dat als dat zou lukken, geen enkel ander team bij hen in de buurt zou komen. Het was een bezielende speech, gegeven door een man die altijd goed nadenkt voor hij zijn mond opent. Het zou niet de laatste keer zijn dat ik Brailsford het verschil zag maken. Twee dagen nadat de ploeg totaal ineen was gestuikt in de tweede Pyreneeënrit, met gele trui Chris Froome geïsoleerd in een grote groep van wel dertig man, zag ik hem een fantastische motivatiespeech geven aan de renners, die elkaar verwijtend zaten te beloeren. Aan David López zei hij heel eerlijk waar het op stond. López koerste niet op niveau en had in de eerste week maar minimaal voor het team kunnen werken. 'David,' zei Brailsford, 'je rijdt momenteel aan 80 procent van je vermogen. Correct?' López knikte bevestigend. 'Dat kan niemand je verwijten. Dat overkomt iedereen wel eens. We kunnen van jou niet meer vragen dan 100 procent van de 80 procent die je nu kunt geven. Doe dat en iedereen in dit team zal tevreden over je zijn.' Brailsford keek naar de andere renners. 'David en alle andere jongens in dit team hebben een beetje succes nodig, een beetje liefde, en we moeten ervoor zorgen dat ze dat van ons krijgen.' Het lag echt niet alleen aan López. Men had verwacht dat Kanstantsin 'Kosta' Siwtsjow een van de betere klimmers van het team zou zijn, maar dat was verre van waar. Geraint Thomas sukkelde met een bekkenbreuk, Ian Stannard koerste futloos en Vasil Kiryjenka had in die rampzalige Pyreneeënrit de tijdslimiet zelfs niet gehaald. Brailsford nam een radicaal besluit. López en Siwtsjow waren voorzien als ultieme helpers in de bergritten, maar zouden nu in de vlakke etappes de eerste honderdvijftig kilometer voor hun rekening nemen. Het was een totale omkering van hun oorspronkelijke rol, maar het werkte. Ze konden allebei doen wat de ploeg van hen vroeg en kregen van hun ploegmaats tonnen lof toegezwaaid. Daardoor klom hun moreel; hun prestatieniveau volgde snel. Ze kregen het succes en de liefde die ze zo nodig hadden. In de laatste Tourweek groeide López binnen het team zelfs uit tot een van de grote uitblinkers. Tijdens mijn acht weken bij Team Sky heb ik gezocht naar tekenen van dopinggebruik, maar ik vond niks. Ik luisterde naar wat insiders over Froome wisten, keek naar wie zijn vrienden zijn, en noteerde bijvoorbeeld dat hij nooit vroeg om alleen te slapen en het liefst de kamer deelde met zijn goede kameraad Richie Porte. Ik dacht na over die blanke jongen die met Kinjah over de wegen van Kenia zwierf, over de universiteitsstudent uit Johannesburg die om halfvier opstond om twee uur te kunnen fietsen voor de colleges begonnen, over de getalenteerde maar onbeholpen klimmer die in 2007 in de Giro delle Regioni opdook. Ik kan maar moeilijk geloven dat hij achter de rug zou gaan van iedereen die hem kent, goed wetende dat zijn ploeg kapotgaat als hij wordt betrapt. Op een avond maakte Froomes verloofde Michelle Cound haar opwachting in het hotel. Ze wou de diëtist spreken. 'Weet je al meer over die visolietabletten?' 'Ik heb de producent geschreven', antwoordde diëtist Nigel, 'om te vragen hoe hun kwaliteitscontrole ineensteekt. Ze hebben niet gereageerd. Zeg Chris die pillen niet meer te slikken.' Visolietabletten, in hemelsnaam! Als ze dat al gaan uitpluizen. Het was negen jaar geleden dat ik de Tour de France nog volgde als journalist. Het verbaast me hoezeer alles veranderd is. Het wielrennen is nog niet dopingvrij, maar heeft wel enorme stappen gezet. Ik meen dat de meerderheid van de renners clean koerst. Ook aan de top van het klassement. De Alberto Contador van dit jaar leek mij een geloofwaardige coureur. Ook de jonge Colombiaan Nairo Quintana, de verrassing van deze Ronde van Frankrijk, benadrukt dat hij in zijn thuisland altijd met ethische, correcte mensen heeft gewerkt. Dat brengt ons bij Froome, de nieuwe kampioen. Ik geloof dat hij clean won, en zeg dat met evenveel overtuiging als toen ik zei dat Lance Armstrong zich dopeerde. In 1999 beweren dat Armstrong vals speelde, maakte me een paria. Nu zeggen dat Froome geloofwaardig is, lijkt ongeveer hetzelfde resultaat te bereiken. Dat zal dan de vloek van Armstrong zijn.DOOR DAVID WALSH'Tijdens mijn acht weken bij Team Sky heb ik gezocht naar tekenen van dopinggebruik, maar ik vond niks.' 'Ik kan maar moeilijk geloven dat Froome achter de rug zou gaan van iedereen die hem kent, goed wetende dat zijn ploeg kapotgaat als hij wordt betrapt.'