Ik was een van de vertegenwoordigers Deeltijds Kunstonderwijs Academies in de werkgroep die dit programma heeft voorbereid, en was ook voorzitter van een van de jury's, op de preselecties in het SMAK in Gent (Knack nr. 16). Ik heb dus wel een en ander van dichtbij meegemaakt. De wildcards zijn in de voorbereidende vergaderingen wel degelijk besproken. Zij hadden van meet af aan de bedoeling om 'kunstenaars met naam' bij het gebeuren te betrekken. Bart De Baere drukt het zee...

Ik was een van de vertegenwoordigers Deeltijds Kunstonderwijs Academies in de werkgroep die dit programma heeft voorbereid, en was ook voorzitter van een van de jury's, op de preselecties in het SMAK in Gent (Knack nr. 16). Ik heb dus wel een en ander van dichtbij meegemaakt. De wildcards zijn in de voorbereidende vergaderingen wel degelijk besproken. Zij hadden van meet af aan de bedoeling om 'kunstenaars met naam' bij het gebeuren te betrekken. Bart De Baere drukt het zeer correct uit wanneer hij zegt dat het 'van belang was dat we konden aantonen dat er geen kloof gaapt tussen de professionele en niet-professionele kunstsector'. Ik zou zelfs durven te stellen dat dit het missionstatement van de Canvascollectie was en nog steeds is. Alleen kon men in de voorbereidende fase nog onvoldoende inschatten wat de respons van de 'professionele kunstenaars' zou zijn, dus bedacht men het systeem van wildcards om, per provincie, enkele kunstenaars te kunnen inviteren, zodat er effectief een confrontatie tussen werk van 'bekende' en 'onbekende' kunstenaars mogelijk zou worden gemaakt. Het is, naar ik uit de voorbereidende vergaderingen heb begrepen, nooit de bedoeling geweest om via dit systeem 'gezakte' kunstenaars (of wie dan ook) op te vissen. Het Colsonverhaal lijkt mij hier simpelweg een geval van 'dubbele boeking': deelname 'als gewone burger' aan de preselecties van de Canvascollectie was voor Vaast Colson blijkbaar een deel van zijn act (wie het werk van de man kent, zal zich daar niet over verbazen). Niet geselecteerd worden was daarbij een risico, vooral als men uiteindelijk beslist om niet zelf op te dagen, maar zich (door een galeriste!) te laten vertegenwoordigen. Maar Colson hoefde niet mee te doen met de preselecties omdat hij tot de invités behoorde. De verwarring wordt hier gecreëerd door de kunstenaar, niet door het systeem van de Canvascollectie (al zal een voorspelbare reactie zijn dat precies het creëren van die verwarring de artistieke 'commentaar' is op een dergelijk mediagebeuren). Dat de Canvascollectie, zoals u concludeert, het kunstwereldje toont als 'het leven zoals het is', zal wel zo zijn. Maar het is in dit geval geheel buiten het opzet van de programmamakers en medewerkers gebeurd. Naar mijn mening hoeft niemand zich hier bekocht of verongelijkt te voelen. William Ploegaert, directeur Stedelijke Academie voor Schone Kunsten van Deinze