Het leek het State Department een goed moment om Condoleezza Rice nog even bij de vrienden in het Midden-Oosten te laten langslopen, voor alle diplomatieke aandacht eind deze week naar Zuid-Azië verschuift. George W. Bush bereidt zijn eerste bezoek aan India voor en dat land krijgt een sleutelrol in de Amerikaanse Azië-politiek. Ver van het bloed en de bommen in Irak moet India in een groot geostrategisch manoeuvre de stap in het Amerikaanse kamp zetten.
...

Het leek het State Department een goed moment om Condoleezza Rice nog even bij de vrienden in het Midden-Oosten te laten langslopen, voor alle diplomatieke aandacht eind deze week naar Zuid-Azië verschuift. George W. Bush bereidt zijn eerste bezoek aan India voor en dat land krijgt een sleutelrol in de Amerikaanse Azië-politiek. Ver van het bloed en de bommen in Irak moet India in een groot geostrategisch manoeuvre de stap in het Amerikaanse kamp zetten. De boodschap van minister van Buitenlandse Zaken Rice voor de Arabische bondgenoten was eenvoudig: jullie kunnen niet van twee walletjes eten. Jullie kunnen niet tegelijk financiële en andere hulp krijgen en accepteren dat er geweld wordt gepredikt. Het antwoord dat ze in Caïro, in Beiroet en de Golfstaten kreeg, klonk al even simpel: Washington kan niet tegelijk opkomen voor meer democratie en de verkiezingsuitslag in de Palestijnse gebieden naast zich neerleggen. En ook: de Amerikanen kunnen niet tegelijk Iran kastijden voor zijn atoomprogramma en zwijgen over het Israëlische kernwapen. Het is zoals vicepresident Dick Cheney, schreef een krant in Saudi-Arabië, die op kwartels mikt en per ongeluk een jachtvriend neerschiet. Het probleem van de Amerikaanse vrienden in het Midden-Oosten is dat ze allemaal bang zijn van elkaar en van de vijand in eigen huis. Egypte, bijvoorbeeld, vindt wel dat Hamas de akkoorden moet naleven die de Palestijnen in het verleden met Israël sloten, maar zegt dat vooral niet te luid. Dat zou de Moslimbroederschap boos kunnen maken, en die legt president Hosni Moebarak zo al het vuur aan de schenen. Dus, zegt Caïro, is het een slecht idee om Hamas ermee te bedreigen dat de hulpverlening wordt stopgezet. Het is beter om Palestijnse instellingen te helpen waar Hamas alsnog geen vat op heeft. Zoals het ambt van president Mahmoud Abbas. Dat is op zichzelf tamelijk gek. Geld voor Abbas betekent steun aan de partij van de president, Fatah. Het is onder het bewind van die partij dat de kas van de Palestijnse Autoriteit werd geplunderd. Uit protest tegen de grootschalige corruptie van Fatah kozen veel Palestijnen voor Hamas. Overigens is Moebarak niet echt een goed voorbeeld als het over democratie gaat. De verkiezingen die vorig jaar in Egypte werden gehouden, waren nauwelijks meer dan een schijnvertoning. Op dezelfde manier wringen ook andere bondgenoten van Washington in de regio zich in veel bochten om zich vooral niet duidelijk tegen Hamas of de nieuwe Iraanse leiders te moeten uitspreken. In een gevaarlijke cocktail van radicalisme belooft de Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad Hamas alle financiële hulp die de organisatie nodig heeft. Sinds de aanslagen van 11 september en het begin van de oorlog tegen het terrorisme worden de Amerikanen er voortdurend voor gewaarschuwd dat vooral de Palestijnse kwestie de geesten in de regio vergiftigt. De regering van George W. Bush deed niets om een oplossing voor dat probleem vooruit te helpen. Er mag worden gevreesd dat de rekening voor die lakse houding stilaan wordt gepresenteerd. HUBERT VAN HUMBEECK