Vier jaar geleden publiceerde hij de tot nu toe enige Vlaamse roman uit deze eeuw die er écht toe doet. Hij kreeg er in 2005 de F. Bordewijkprijs en de driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor. Datzelfde jaar begon hij Omega minor ook zélf in het Engels te vertalen. Paul Verhaeghen, cognitief psycholoog, woont en werkt dan ook bijna elf jaar in de Verenigde Staten. Sinds augustus 2007 doet hij onderzoek aan het Georgia Institute of Technology in Atlanta.
...

Vier jaar geleden publiceerde hij de tot nu toe enige Vlaamse roman uit deze eeuw die er écht toe doet. Hij kreeg er in 2005 de F. Bordewijkprijs en de driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor. Datzelfde jaar begon hij Omega minor ook zélf in het Engels te vertalen. Paul Verhaeghen, cognitief psycholoog, woont en werkt dan ook bijna elf jaar in de Verenigde Staten. Sinds augustus 2007 doet hij onderzoek aan het Georgia Institute of Technology in Atlanta. In 2007 verscheen het Engelse Omega minor bij de kleine maar zeer toegewijde Amerikaanse literaire uitgever Dalkey Archive Press, die onder meer ook Louis Paul Boon ( Chapel Road, Summer in Termuren) publiceert. Twee jaar zwoegen op de vertaling is niet tevergeefs gebleken: in het eerste decembernummer van het weekblad Time, afgelopen winter, werd Verhaeg-hen twee pagina's lang geïnterviewd over zijn sprawling, provocative, nuclear nightmare of a novel, en op 8 mei jongstleden werd hem voor het boek de Independent Foreign Fiction Prize (IFFP) toegekend, 10.000 pond groot - allebei dingen die geen enkele Nederlandstalige auteur ooit eerder te beurt zijn gevallen. Verhaeghen is begrijpelijkerwijs blij met de prijs: 'Hij komt op een heel goed moment voor het boek. Het is nog niet zo lang uit, het ligt nog in de boekhandel, er zijn recensies geweest, en die prijs kan mensen helpen om het boek op te pikken. En voor mij persoonlijk vind ik het als reactie heel belangrijk. In mijn baan in het dagelijks leven krijg ik evaluaties van mijn studenten, dingen die ik instuur ter publicatie worden inderdaad ook gepubliceerd - of niet. Kortom, je krijgt vrij gedetailleerde kritiek op wat je doet. Als je schrijft, heb je dat niet. Dus als er dan vier zeer geleerde mensen zeggen dat dit het beste boek is dat het afgelopen jaar in het Engels is vertaald, dan is dat voor mij niet gering. Ik heb mezelf altijd een soort toevallige schrijver of een schrijver tegen wil en dank gevonden... PAUL VERHAEGHEN: Ja, inderdaad. Maar wat ik wilde zeggen: door in het buitenland te wonen, heb ik echt geen voeling met wat Vlaamse lezers en critici en andere schrijvers vinden. Voor mij is die prijs dus een heel belangrijke steun in de rug. En verder helpt hij ook bij weer andere vertalingen van het boek. Omega minor zal ook in het Frans verschijnen, mede dankzij steun van het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL), dat stond al vast, en over de Italiaanse vertaling wordt nog nagedacht, maar door deze prijs is er ondertussen ook belangstelling van Castiliaanse, Catalaanse en Griekse uitgevers, hoor ik van mijn uitgever, Harold Polis. VERHAEGHEN: Dat is niet zo, het is wel degelijk een vertaling. Ik heb die wel zo gemaakt, hoop ik, dat het lijkt of het boek in het Engels geschreven is. Daarom heb ik het ook zelf gedaan. Er was een stuk proefvertaling gemaakt, in opdracht van het VFL. Die heb ik uit nieuwsgierigheid gelezen, en dat was heel goed gedaan, idiomatisch vlekkeloos. Alleen herkende ik er mijn stem niet in. Waarmee ik meteen ontdekte dat ik ook in het Engels een eigen stem héb. Toen ben ik het zelf maar gaan vertalen. Ik wist toen nog niet waar ik aan begonnen was. Gelukkig maar, want dit nooit meer, denk ik. Meer dan een kwart miljoen woorden vertalen... Het is als een marathon lopen, je moet het één keer in je leven gedaan hebben. VERHAEGHEN: Nee. Je moet het boek schrijven dat je moet schrijven omdat het er nog niet was en omdat je het zelf graag zou willen lezen. Ik sluit niet uit dat er nog eens iets me naar de keel grijpt, of naar mijn hart of naar mijn ingewanden, maar op dit moment niet, nee. Mijn volgende boek wordt non-fictie, iets over mentale chronometrie, dus het meten van de snelheid van mentale processen in de hersenen, en veroudering. Een vakboek. Misschien, hopelijk, interessant voor de vierhonderd of zo mensen op de wereld die op dat terrein bezig zijn - en alléén voor hen, vrees ik. (lacht) Mijn onderzoeksterrein is tweeledig. Eén: mentale veroudering, dus wat er gebeurt met aandacht en geheugen bij ouder wordende mensen. En dan heb ik een paar zijsporen. Eén daarvan is een studie die ik eens heb gemaakt van het verband tussen depressie en creativiteit. Depressie is namelijk de aandoening die het vaakst voorkomt bij alle soorten creatievelingen, maar dan vooral bij schrijvers. Een romanschrijver heeft één kans op de twee om in zijn leven door een zware depressie getroffen te worden, een dichter drie kansen op de vier. VERHAEGHEN: Ja, dat is mij ook opgevallen. Ik heb het idee dat er in Vlaamse romans gewoon meer seks zit dan zij in hun eigen literatuur gewend zijn. Europeanen gaan daar anders mee om, denk ik. Die reactie lijkt me iets Angelsaksisch. Misschien vinden zij het ook niet thuishoren in de ernstige literatuur, ik weet het niet. Ik kan me, op John Updike en Philip Roth na, geen Amerikaanse auteur voor de geest halen bij wie je na de jaren zestig nog veel seksscènes leest. Richard Powers of Don DeLillo, bijvoorbeeld, verlaten met heel veel schroom de slaapkamer als daar iets gebeurt. VERHAEGHEN: De schrijvers met wie ik weleens vergeleken word, zoals Powers of Thomas Pynchon, die lees ik inderdaad ook graag. In mijn tas zit nu een omnibus van Flann O'Brien. Tja, wat lees ik - voor Powers, DeLillo, George Saunders hol ik naar de boekhandel. Saunders' The Brief and Frightening Reign of Phil is een novelle die je zou kunnen lezen als een parabel over de oorlog in Irak en Bush enzovoort. Het gaat over een heel klein fictief land, zó klein dat het niet al zijn inwoners tegelijk kan bevatten: van de 22 zijn er telkens twee die zich in de transitzone moeten bevinden. Daar komen problemen van. Schitterend boekje. Saunders is een satiricus, van de nogal genadeloze soort, en daar hou ik heel erg van. VERHAEGHEN: Dat is ook het enige nuttige dat ik kan doen. Het effect van het protest tegen die oorlog dat ik bij de prijstoekenning in Londen heb uitgesproken, is nul komma nul. Ik ben maar een schrijver, meneer, en die zijn van geen tel. Hier al niet, laat staan in de VS. Als een George Clooney dat zou doen, ja dán. Maar een schrijver? Woorden zijn loze dingen, maar het weggeven van het geld van die prijzen aan Human Rights Watch of de ACLU, dat helpt wél. Zij doen er dingen mee die echt een verschil maken, zoals het naar boven spitten van de originele memo's aan het departement van Justitie aangaande het gebruik van foltering. Dat is voor de gevangenen op Guantanamo van groot belang, maar uiteraard ook voor het algemene politieke klimaat en voor de bewustwording van het publiek. Op dit moment heb je in de VS een protofascistisch klimaat. Wie kritiek levert op de oorlog in Irak, wordt al snel weggezet als 'onpatriottisch' of zelfs 'on-Amerikaans'. Wat heel sterk doet denken aan 'undeutsch' uit de jaren dertig, of 'on-Vlaams' zoals het Vlaams Belang dat gebruikt. Dat zijn griezelige termen. Het helpt soms om ze uit het Engels in het Duits te vertalen om te horen wat ze eigenlijk betekenen. Neem 'Homeland Security', het federale antiterreur-departement dat in 2003 door Bush is ingesteld, dat wordt dan 'Heimatssicherheitsdienst', en dat klinkt meteen al heel anders, nee? Het is trouwens ook voor Amerikanen een raar woord, hoor, het is niet hun gebruikelijke woord voor Amerika - het is echt een letterlijke vertaling van 'Heimat'. Waarmee ik niet wil beweren dat Bush en zijn regering nazi's zijn, uiteraard niet. Maar het is wél zo dat als je in Brussel vanavond je tv aanzet, de kans groot is dat je daarop beelden over Irak zult zien. Doe hetzelfde in New York, en die kans is héél wat kleiner. De Amerikaanse journalistiek, zeker de tv-journalistiek, heeft op dit ogenblik bar weinig kritische animo. Ja, je hebt The New York Times, maar die wordt alleen door een paar idiote progressieven gelezen. De main-stream media zijn zo goed als regerings-media. Er is trouwens ook censuur - in kleine dingen, maar dus wél censuur. Je mag op tv en in de krant bijvoorbeeld geen doodskisten laten zien van in Irak gesneuvelde Amerikaanse soldaten, dat is domweg verboden. Ik vind dat allemaal stappen in de richting van een zeer eng klimaat, in de twee betekenissen van dat woord. PAUL VERHAEGHEN, OMEGA MINOR, DALKEY ARCHIVE PRESS, CHAMPAIGN/LONDON, 691 BLZ., 16 DOLLAR.DE ZESDE DRUK VAN HET BOEK IS NET VERSCHENEN BIJ MEULENHOFF/MANTEAU EN KOST 15 EURO (TOT 30 JUNI, DAARNA 22,50 EURO). DOOR HERMAN JACOBS