Met een nieuwe wet, aangenomen op 2 januari, gaf het Turkse parlement de toestemming om Turkse troepen te ontplooien in Libië. Op 5 januari arriveerden de eerste manschappen in Tripoli. Voorlopig blijft de inzet beperkt tot een veertigtal officieren, die zich vooral met het trainen van Libische troepen zullen bezighouden. Daarnaast stuurt Turkije ook strijders van het Vrije Syrische Leger, de milities die Turkije ook in Noord-Syrië gebruikt. Vermoedelijk zullen ook huurlingen van privéveiligheidsfirma's ingezet worden.
...

Met een nieuwe wet, aangenomen op 2 januari, gaf het Turkse parlement de toestemming om Turkse troepen te ontplooien in Libië. Op 5 januari arriveerden de eerste manschappen in Tripoli. Voorlopig blijft de inzet beperkt tot een veertigtal officieren, die zich vooral met het trainen van Libische troepen zullen bezighouden. Daarnaast stuurt Turkije ook strijders van het Vrije Syrische Leger, de milities die Turkije ook in Noord-Syrië gebruikt. Vermoedelijk zullen ook huurlingen van privéveiligheidsfirma's ingezet worden. Toch signaleert Emre Kaya, geopolitiek analist bij de Turkse denktank Edam, dat Turkije met die beslissing een drempel overschrijdt. 'Dit is anders dan meevechten in Syrië en Irak, waar je dicht bij huis bent en kunt rekenen op luchtsteun', zegt Kaya. 'Turkije heeft nog nooit manschappen zo ver van huis ingezet, in een echt conflict, zonder hulptroepen of luchtsteun. Ze hebben niet eens een militaire basis in de buurt. Vanuit Turks oogpunt is dit een hachelijke onderneming.' Die opmerkelijke Turkse beslissing heeft alles te maken met de groeiende spanningen met Griekenland. Beide landen bekvechten al decennia over de grenzen in de Egeïsche en Middellandse Zee. 'Eigenlijk hebben Griekenland en Turkije hun territoriale twisten nooit opgelost', zegt Dries Lesage, professor internationale politiek aan de Universiteit Gent. 'Turkije is er als de dood voor om tegen zijn kust gedrukt te worden en geïsoleerd te worden. Voor de Turken is het van vitaal belang om invloed te hebben in de Middellandse Zee.' Steen des aanstoots is een discussie over een recent ontdekt aardgasveld ten zuiden van Cyprus. Volgens het VN-zeerechtverdrag UNCLOS hebben landen recht op een exclusieve economische zone van 200 zeemijl (ongeveer 370 kilometer) vanaf hun kust. In die zone mogen ze volledig soeverein beslissen over het exploiteren van natuurlijke grondstoffen. Griekenland vindt dat het op basis van zijn eilanden een exclusieve economische zone in de oostelijke Middellandse Zee heeft. Turkije vindt dat eilanden niet in die mate mogen meetellen. Op 2 januari ondertekenden Griekenland, Cyprus en Israël een akkoord om een gaspijpleiding te bouwen met de bedoeling een onderzees aardgasveld tussen Cyprus en Israël te exploiteren. Volgens Griekenland loopt de gasleiding doorheen zijn exclusieve economische zone en hoeft het Turkije dus niet te betrekken bij de exploitatie. Turkije heeft sinds december dan weer een maritiem akkoord met de door de VN erkende regering van Libië. Als dat akkoord aanvaard zou worden - zowel Turkije als Libië maakt geen deel uit van UNCLOS - ligt de geplande gasleiding gedeeltelijk in Turkse wateren. 'Door dat akkoord zou Turkije de pijplijn kunnen blokkeren of zelf een aandeel in de exploitatie kunnen opeisen', aldus Lesage. In ruil voor het flukse onderhandelen van dat maritieme akkoord zegt Turkije nu militaire steun toe aan Libië. Die steun komt niet uit de lucht vallen. Zo levert Turkije sinds december wapens aan de regering in Tripoli. Daarbij is het handig meegenomen dat Turkije officieel uitgenodigd wordt door de regering van Fayez al-Sarraj, die door de Verenigde Naties erkend wordt. Die steun is meer dan welkom voor de Libische regering. Vorige week hebben de milities onder leiding van Khalifa Haftar de belangrijke havenstad Sirte ingenomen. Hoewel de voormalige generaal onder Muammar Khaddafi afgelopen weekend een wapenstilstand afkondigde, lijkt het een kwestie van tijd voor hij aan de poorten van Tripoli staat. Dat de Turkse president Recep Tayyip Erdogan voor de regering van Al-Sarraj kiest, heeft zo zijn redenen. 'Er is een zekere ideologische verwantschap tussen Erdogan en Al-Sarraj', zegt Kaya. 'Al lijkt Erdogan hier vooral gemotiveerd vanuit geopolitieke motieven.' Haftar krijgt namelijk de expliciete steun van Saudi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Egypte, drie geopolitieke en ideologische rivalen. Ook Rusland, de Verenigde Staten en Frankrijk verkiezen Haftar boven de door de VN erkende regering in Tripoli. Dries Lesage spreekt van een 'geopolitieke beerput'. 'Haftar is een dictator van de oude stempel, het soort autoritaire leider dat het Westen voor de Arabische Lente steunde. Het is toch te gek voor woorden dat een land als Frankrijk zo iemand steunt, en dat de EU daar niet tegen optreedt? Op die manier geeft Europa eigenlijk de boodschap dat het niet meer gelooft dat de Arabische wereld tot democratie in staat is.' Ebubekir Isik, Turkijespecialist bij de Europese denktank The Vocal Europe, ziet in de Turkse actie ook een intern politiek gebruik. 'Erdogan probeert met deze actie het narratief te doorbreken', zegt hij. 'In 2012 beloofde hij nog dat hij de Syrische president Bashar al-Assad zou verjagen en weldra zou bidden in de Grote Moskee van Damascus, bij het graf van Saladin. Maar afgelopen week waren het net de Russische president Vladimir Poetin en Assad die samen de moskee bezochten. Die beelden waren een enorme klap voor Erdogan. Niet alleen is het duidelijk dat Turkije Assad niet heeft weggekregen, er zijn ook nog eens 300.000 extra vluchtelingen uit Idlib op weg naar Turkije. Dat ligt tegenwoordig uiterst gevoelig in Turkije. En dus moet Erdogan op zoek naar een nieuw winverhaal.' In tegenstelling tot de Turkse interventie in Noord-Syrië, waarvoor de steun nagenoeg unaniem was, is de steun voor een Libische interventie in de Turkse publieke opinie veel beperkter. Bij een poll van de Turkse denktank Edam sprak 56 procent van de Turken zich uit tegen de Libische manoeuvres. 'Veel Turken snappen niet wat het nut is van troepen sturen naar Libië', zegt Kaya. 'Daardoor staat Erdogan onder druk om de interventie vooral kort te houden. De ambities zijn beperkt. Ik denk dat Erdogan al blij zal zijn als de Turken Haftar kunnen verhinderen om Tripoli in te nemen. Het is zeker niet de bedoeling om hem terug te proberen duwen.' Voorlopig lijkt de Turkse intrede al relatief succesvol. Kort na de Turkse beslissing om troepen naar Libië te sturen stemde Haftar in met een voorlopig staakt-het-vuren. Toch waarschuwt Kaya voor de risico's van de Turkse aanwezigheid. 'De kans dat Turkse soldaten betrokken raken bij gevechten is behoorlijk groot. Als dat gebeurt, zal het heel moeilijk zijn voor Erdogan om zich terug te trekken. Als er een Turks doelwit getroffen wordt, dreigt Turkije in het Libische conflict meegesleurd te worden.'