Uit het vorige week geopenbaarde roomse standpunt inzake homoseksualiteit en priesterschap spreekt, om het zacht uit te drukken, niet meteen een grote aanvaarding van de homoseksuele medemens. Het standpunt berust op een denkfout die wel vaker voorkomt in conservatieve kringen: dat homoseksualiteit iets 'tegennatuurlijks' of 'onnatuurlijks' is, en dus een 'afwijking' of 'aberratie', dan wel een 'probleem' dat mettertijd kan verdwijnen.
...

Uit het vorige week geopenbaarde roomse standpunt inzake homoseksualiteit en priesterschap spreekt, om het zacht uit te drukken, niet meteen een grote aanvaarding van de homoseksuele medemens. Het standpunt berust op een denkfout die wel vaker voorkomt in conservatieve kringen: dat homoseksualiteit iets 'tegennatuurlijks' of 'onnatuurlijks' is, en dus een 'afwijking' of 'aberratie', dan wel een 'probleem' dat mettertijd kan verdwijnen. Quod non. Het is zoiets als van mening zijn dat de aarde plat is. Dat mag, maar het slaat nergens op. Het verdient aanbeveling een oordeel te baseren op correcte informatie. Maar doen we dat wel, onze meningen en morele oordelen baseren op correcte informatie? Vellen we een oordeel met de buik of met het hoofd? New Scientist bracht vorige week verslag uit van de wetenschappelijke zoektocht naar een antwoord op die vraag. De bevindingen zijn misschien niet erg verrassend, maar wel bijzonder leerzaam. Ons vermogen om morele oordelen te vellen is, zo blijkt, in hoge mate het resultaat van onze evolutionaire voorgeschiedenis. Heel wat morele reflexen zijn geëvolueerd. We beschikken met andere woorden over zoiets als 'morele intuïtie', een soort ethisch buikgevoel. Heel wat van onze meningen komen in hoge mate onbewust en haast automatisch tot stand. Wie bijvoorbeeld een kind ziet verdrinken, hoeft geen uitvoerige redenering te ontwikkelen alvorens te besluiten om in het water te springen. Maar altijd blindelings de buik volgen, is vanzelfsprekend geen goed idee. Als mens zijn we gespecialiseerd geraakt in het gebruiken van ons hoofd, van onze ratio, en dat heeft ons uiteindelijk geen windeieren gelegd. Aan progressieve zijde gelooft men dan ook in de mogelijkheid van morele vooruitgang, zie bijvoorbeeld: de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Conservatieve ethici blijven evenwel het belang van de buik benadrukken. Zo heeft Leon Kass, adviseur van de Amerikaanse president, het over 'de wijsheid van de walging' als hij verwijst naar het gevoel dat de meeste mensen hebben bij het idee dat een mens zou worden gekloond. Daarop reageert psycholoog Paul Bloom in New Scientist als volgt: 'Je kunt walging niet serieus nemen als een morele wegwijzer. Omdat ze in de loop van de geschiedenis is opgewekt door zaken als homoseksualiteit en interraciale huwelijken, die we vandaag niet meer als immoreel beschouwen.' Er is, kortom, niets mis met een buik, zolang er maar een hoofd op staat. De cognitieve wetenschapper en filosoof Joshua Green, die met hersenscantechnieken probeert te achterhalen wáár in ons brein morele oordelen worden gevormd, pleit voor een consequente inschakeling van onze ratio: 'Ik hoop dat mensen ernstiger gaan nadenken over hun morele intuïties en waar die vandaan komen, in plaats van ze als vanzelfsprekend te beschouwen. Als we kunnen leren om onze persoonlijke morele veronderstellingen ter discussie te stellen - om te zien of we ze objectief kunnen verdedigen dan wel of ze een cultureel, sociaal of tijdgebonden vooroordeel reflecteren - dan zou dat morele vooruitgang zijn.'Joël De CeulaerConservatieve ethici blijven het belang van de buik benadrukken.