De cijfers van de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening (RVA) over het aantal tijdelijk werklozen liegen er niet om.In november 2008 waren 176.223 Belgen tijdelijk werkloos. Dat is niet alleen ruim drie keer zoveel als een maand eerder, het is ook bijna drie keer het cijfer van november 2007. De formule van de tijdelijke werkloosheid wordt op grote schaal gebruikt door autoconstructeurs, staalbedrijven en in de textiel, maar ook door technologiebedrijven zoals Barco en Agfa-Gevaert.
...

De cijfers van de Rijksdienst Voor Arbeidsvoorziening (RVA) over het aantal tijdelijk werklozen liegen er niet om.In november 2008 waren 176.223 Belgen tijdelijk werkloos. Dat is niet alleen ruim drie keer zoveel als een maand eerder, het is ook bijna drie keer het cijfer van november 2007. De formule van de tijdelijke werkloosheid wordt op grote schaal gebruikt door autoconstructeurs, staalbedrijven en in de textiel, maar ook door technologiebedrijven zoals Barco en Agfa-Gevaert. Het Belgische stelsel van de tijdelijke werkloosheid is een uniek gegeven, zelfs in Europa. Het houdt in dat bedrijven die onvoldoende werk hebben om iedereen aan de slag te houden, die mensen een aantal dagen per week of per maand in de werkloosheid kunnen onderbrengen zonder ze te hoeven ontslaan. De overheid betaalt voor die dagen een werkloosheidsuitkering; onlangs is met de sociale partners trouwens overeengekomen dat die uitkering wordt opgetrokken tot 70 of 75 procent van het loon. Het stelsel bestaat alleen voor arbeiders. Ann Van Laer, nationaal secretaris van het ACV, bekijkt de waarde van het stelsel vooral door de bril van de werknemers. Als het stelsel niet bestond, redeneert ze, zouden veel van die arbeiders ontslagen worden en zouden ze een aanzienlijke terugval van hun inkomen kennen. Voor de bedrijven is het stelsel een belangrijk flexibel instrument: ze kunnen inspelen op de veranderende vraag, zonder dat ze personeel hoeven te ontslaan en nadien weer energie moeten stoppen in nieuwe sollicitatieprocedures en introductieprogramma's. 'Je kunt er zeker van zijn dat dit stelsel een belangrijk element is bij buitenlandse bedrijven die onderzoeken in welk land ze zich willen vestigen', aldus Van Laer. De Leuvense onderzoeker Stijn Gryp, die op deze thema's doctoreert, is het in grote lijnen met Van Laer eens. Hij ziet weinig grenzen aan wat het stelsel kan dragen: 'Er zijn natuurlijk wel de budgettaire kosten. Nu de bedragen van het vervangingsinkomen worden opgetrokken, liggen de kosten hoger dan die van de gewone werkloosheid. Daartegenover staat dat diezelfde arbeiders zonder dit stelsel sneller in de gewone werkloosheid zouden belanden en daar wellicht langer zouden blijven, want het stelsel is vooral populair in sectoren die niet bepaald groeien.' Voor Gryp is het belangrijkste nadeel aan het stelsel dat veel arbeiders in de passiviteit worden gedrukt. 'In plaats van ze naar huis te sturen, zou men de 'vrije' tijd kunnen gebruiken voor scholing, eventueel omscholing, zodat de inzetbaarheid van die mensen verhoogt en ze op termijn meer uitzicht krijgen op een job in een meer toekomstgerichte sector.' Het voorbeeld van BASF, waar een eigen interimkantoor zowel arbeiders als bedienden doorschuift van minder naar meer gevraagde activiteiten binnen het bedrijf, toont bovendien aan dat er meer interne flexibiliteit mogelijk is voordat men naar het stelsel van de tijdelijke werkloosheid grijpt. Luc Baltussen