De centrumpartijen in Nederland zitten in het nauw. Door de opkomst van welbespraakte populisten op de linker- en de rechterflank, zien ze hun aanhang verschrompelen. De sociaaldemocratische PvdA van de voormalige wonderboy Wouter Bos staat het meest onder druk.
...

De centrumpartijen in Nederland zitten in het nauw. Door de opkomst van welbespraakte populisten op de linker- en de rechterflank, zien ze hun aanhang verschrompelen. De sociaaldemocratische PvdA van de voormalige wonderboy Wouter Bos staat het meest onder druk. Bos haalde de PvdA vijf jaar geleden nog uit het electorale dal waarin ze door toedoen van de rechts-populistische politicus Pim Fortuyn was beland, maar hij verloor de parlementsverkiezingen in 2006. In de peilingen zijn de sociaaldemocraten, sinds ze in een coalitie met de christendemocraten stapten, gedegradeerd tot een middelgrotepartij. Door deze malaise ontstond de jongste weken een 'richtingenstrijd' in de PvdA. De parlementsfractie is voor een ruk naar links, en wil de verzorgingsstaat veel feller gaan verdedigen. Daarbij zoekt ze nadrukkelijk de samenwerking met de links-populistische Socialistische Partij (SP). Het antwoord van de sociaalliberale vleugel in de partij bleef niet uit. Onder leiding van Frans Timmermans, staatssecretaris voor Europese Zaken, deden de sociaalliberalen de socialisten juist in de ban. Timmermans pleit voor een alliantie van de PvdA en de links-liberale stromingen in het Nederlandse parlement. Die zien, in tegenstelling tot de SP, wel heil in de globalisering van de economie en de Europese eenwording. Afgelopen weekend waren alle ogen gericht op partijleider Wouter Bos, die tijdens een partijcongres in Breda een nieuw marsorder voor de sociaaldemocraten zou uitvaardigen. De partijleider en vicepremier durfde echter geen duidelijke keuze te maken tussen de traditionele sociaaldemocratische vleugel en de sociaalliberalen. In zijn speech noemde Bos het integratie- en minderhedenprobleem, waarover beide vleugels zich niet bijzonder druk maken, dé kwestie waarmee de PvdA zich moet profileren. Vande islamitische migranten ruimdenkende, geëmancipeerde Nederlandse modelburgers maken, is Bos' grote ideaal. Daarmee lijkt hij zijn succesnummer uit de verkiezingsstrijd van 2003 te willen herhalen: toen kaapte Bos behendig de ideologische erfenis van Pim Fortuyn, en won zo de verloren aanhang terug. De commentaar op de speech van Wouter Bos loog er niet om. Het heeft er alle schijn van dat Bos probeert de vorige oorlog opnieuw te winnen. Terwijl ook in Nederland de gevolgen van de nieuwe energiecrisis groot zijn, en de koopkracht van de burger in het gedrang is gekomen, wil Wouter Bos de cultuurstrijd nieuw leven inblazen. De zorgen over de toekomst van de sociaaldemocratie in Nederland duren onverminderd voort. Maarten Bakker