Na vijftien jaar ervaring in het hoger onderwijs ben ik allerminst gelukkig met de Bolognahervorming. De sociale aspecten daarvan worden te weinig ter harte genomen. In uitwisselingen worden minder welgestelde studenten benadeeld. De grotere keuze- en combinatievrijheid in het hoger onderwijs maakt dat studietrajecten almaar individueler worden, en vele studenten zien door de bomen het bos niet meer. Onze consumentistische samenleving wordt individualistischer en het hoger onderwijs lijkt deze tendens klakkeloos over te nemen. Voor opleidingen die samenwerk...

Na vijftien jaar ervaring in het hoger onderwijs ben ik allerminst gelukkig met de Bolognahervorming. De sociale aspecten daarvan worden te weinig ter harte genomen. In uitwisselingen worden minder welgestelde studenten benadeeld. De grotere keuze- en combinatievrijheid in het hoger onderwijs maakt dat studietrajecten almaar individueler worden, en vele studenten zien door de bomen het bos niet meer. Onze consumentistische samenleving wordt individualistischer en het hoger onderwijs lijkt deze tendens klakkeloos over te nemen. Voor opleidingen die samenwerkingsdynamiek en sociale vaardigheden beogen, is de evolutie naar individuele studietrajecten en allerhande persoonlijke creditcontracten niet gunstig. Integendeel. De grote keuzemogelijkheden zijn vooral interessant voor jongeren die duidelijk weten wat ze willen. Dat is echter een minderheid. Mijn bescheiden ervaring leert me dat vele achttien- tot twintigjarigen behoefte hebben aan een sterk geleid en volgtijdelijk opleidingskader. Naast die opvallende individualiseringstrend heb ik ook kritiek op de bureaucratisering en het management- en marketingdenken in het hoger onderwijs. Om als opleiding officieel geaccrediteerd te worden, moet je aan de lopende band vergaderen, enquêteringen organiseren, rapporten schrijven, visitatiecommissies voorbereiden en ontvangen, et cetera. De eindeloze reeks van verslagen moet daarenboven het liefst ook bulken van ergerlijk jargon: van 'assessment' tot 'quality management'. Er gaat veel geld en tijd verloren aan dat geformaliseer. Het departement waar ik doceer, houdt die bureaucratische rompslomp gelukkig binnen de perken. Maar ik hoor van collega's dat ze deeltijds functioneren als hoogopgeleid administrateur. Tegen hun zin moeten ze zich bezighouden met dossiers in plaats van met studenten. Het hart van het hoger onderwijs moet het verzorgen van degelijk, interactief onderwijs en het verrichten van kwalitatief onderzoek zijn én blijven. De consequenties van Bologna brengen dat kloppend hart in het gedrang. In plaats van ontmoetingsplaatsen te zijn waar kritisch wordt gereflecteerd over ons vermarkt samenleven, plooit het hoger onderwijs zich gehoorzaam naar formatterend management. Hogescholen en universiteiten worden klonen van winkels en banken waar men lustig kan shoppen en gunstige contracten kan afsluiten. Studenten worden niet als mens en burger benaderd, maar gelokt als klanten en consumenten. Ik weiger klantbeheerder te zijn, maar verlang ernaar mezelf en vele jonge mensen te blijven vormen tot kritische en gevoelige persoonlijkheden levend in een steeds complexer wordende, geglobaliseerde en gemediatiseerde wereld. WOUTER HESSELS DOCEERT AAN DE ERASMUSHOGESCHOOL BRUSSEL, DEPARTEMENT RITS EN IS VISITING LECTURER AAN TALLINN UNIVERSITY IN ESTLAND. door Wouter Hessels