Het was zoals gebruikelijk onze chef-Wetstraat die het hoge woord voerde op de vorige redactievergadering: 'Er zijn toch mensen die hun bloot gat zouden tonen om in de belangstelling te kunnen staan. Maar bezie nu een keer wat een lelijke mee.'
...

Het was zoals gebruikelijk onze chef-Wetstraat die het hoge woord voerde op de vorige redactievergadering: 'Er zijn toch mensen die hun bloot gat zouden tonen om in de belangstelling te kunnen staan. Maar bezie nu een keer wat een lelijke mee.'Op de vergadertafel lag het Nieuw Wereld Tijdschrift, met daarin de beruchte naaktfoto die Kristien Hemmerechts niet alleen van zichzelf liet maken en publiceren, maar waarmee ze nadien ook op tournee trok langs alle praat- en kwaakprogramma's in radio- en teeveeland. Plus langs alle kranten en tijdschriften. Die mevrouw Hemmerechts gaat van de merkwaardige veronderstelling uit dat het hele land deelgenoot moet zijn van haar intiemste vreugdes, verlangens en verdriet. Onze chef-Wetstraat, die in opgewonden toestand zelden de rem weet staan, raasde verder, meer tegen de foto dan tegen ons: 'Noemt ge dat borsten? Maar gij sukkelkes. Hier zie, dit noem ik een borst.' En tot onze ontzetting scheurde hij zijn overhemd, een peperdure Ann Demeulemeester-chemisier, aan repen. De gustibus et coloribus non disputandum, maar in dit geval was er weinig speling voor interpretatie: de torso van onze chef-Wetstraat was inderdaad heel wat indrukwekkender, en - waarom het niet toegeven - ook veel erotischer van uitstraling, dan de schrale bovenverdieping van de beroemde schrijfster. 'Ik heb nooit veel opgehad met de lappen textiel waarin dit mens zich wikkelt,' betrad onze chef-Wetstraat het door hem geliefde domein van de mode, 'maar ik geef toe: ze zijn hoe dan ook beter dan wat ze moeten verhullen.' Eens te meer was het onze chef-economie, die de rede deed primeren op de emotie. 'Gij bekijkt de zaken altijd te veel vanuit moreel oogpunt, Rik. Stel u op de positie van de econoom, die ik ben, en ge zult begrijpen dat ge er als een onnozele Hans zijt in getuimd.' Onze chef-Wetstraat begon zonder dralen met het ritueel dat al zovele vergaderingen heeft doen ontsporen: het oprollen zijner mouwen. Of wat daarvan overbleef, want die chemisiers van Ann Demeulemeester zijn niet op veel ruwheid berekend. Maar onze chef-economie liet zich niet uit zijn lood slaan: 'Laat me u dit vraagske stellen: koopt gij normaal gezien het Nieuw Wereld Tijdschrift?' Daar moest onze chef-Wetstraat niet lang over nadenken: 'Om de dooie dood niet. Ik wens niet geconfronteerd te worden met dat stelletje aanstellers. Als ze vader of moeder niet kunnen beschimpen, zitten ze al zonder inspiratie. Ik verkies een goed boek boven literatuur. Of beter gezegd: boven wat volgens Benno Barnard en zijn kornuiten literatuur is. Palmen, Van Dis, Van Istendael, De Kuyper... daar geraakt een graafmachine niet eens door. Inspecteur Brown haalde een kalfslederen tabakszak uit de binnenzak van zijn colbertjasje, en begon behoedzaam zijn lievelingspijp te stoppen, terwijl de trein Victoria Station binnengleed. Hij had nog drie kwartier de tijd voor hij op zijn afspraak moest zijn. Het telefoontje van Mary Prescot had hem nieuwsgierig gemaakt. Inspecteur Brown kende Mary Prescot van vroeger. Ze was toen een bevallig meisje, dat menig hart sneller had doen kloppen. Ook het zijne. Voilà, en dan mag ik daar graag aan toegevoegd zien dat de komende uurtjes het leven van inspecteur Brown ingrijpend zouden wijzigen. Daarvoor wil ik gaan zitten. Maar niet voor: Vandaag heeft de psychiater me gevraagd of ik me kon herinneren mijn moeder ooit naakt te hebben gezien. Neem me niet kwalijk hé, Guido.' Onze chef-economie had de tirade onbewogen zitten aanhoren, had vuur door een nieuwe sigaar gejaagd, en had zich niet van zijn uitgangspunt laten afleiden: 'Goed, ge zijt dus geen fan van het NWT. Dat siert u. Maar deze maand hebt ge het wel gekocht. Zijt ge er dan ingetrapt of niet? Ik heb de verkoopcijfers van dit nummer: plus vijfenzeventig procent. Nu gij.' Onze chef-Wetstraat zakte uitgeput achterover. Een verkoopsstunt! En hij die, in zijn naïviteit, had gedacht dat het hier om een bij mevrouw Hemmerechts stilaan ziekelijke vorm van exhibitionisme ging. In het beste geval om een ontaarde uiting van kunst. Maar al snel werkten zijn indrukwekkende hersenen weer op volle toeren, en wat wij vreesden, gebeurde: een idee. Met plots hervonden enthousiasme sprong hij recht, sloeg op tafel en riep uit: 'We doen hetzelfde! Als we op deze eenvoudige manier onze oplage kunnen verdubbelen, waarom zouden we het dan laten? Heren, uit de kleren. Dat zal wat meer opleveren dan twintig bladzijden over euthanasie. Liever blote Knack dan dode Knack.' Een klein uurtje later stond Cathérine Lambermont, de inderhaast opgevorderde topfotografe, hooglijk gegeneerd door haar objectieven te staren. Een fijnzinnig en fijngevoelig meisje, allerminst voorbereid op wat daar plotseling voor haar lens stond: een naakte Guido Despiegelaere. 'Vermits het uw idee is, Guido,' had onze chef-Wetstraat wraakzuchtig gegrijnsd, 'moogt gij als eerste. Ik bekijk het nu voor één keer niet vanuit moreel oogpunt.' Waarna hij de zo al diepgeschokte fotografe toeblafte: 'En zie dat zijn sigaar er scherp op staat.' Wij zullen niet in detail treden over het vervolg van de fotosessie. Onze chef-cultuur en onze chef-wetenschappen passeerden nog net, maar toen het de beurt was aan onze chef-boeken scharrelde la Lambermont in zeven haasten haar toestellen en achtergrondgordijn bijeen, en vluchtte onthutst het BMC uit. Reynebeau achterlatend met een geschonden zelfvertrouwen en het begin van een blaasontsteking.Van Cauwelaert, die in zijn euforie alvast extra papier en drukkerijpersoneel had gevorderd om de verhoogde oplage de baas te kunnen, was ontroostbaar. In plaats van een gouden zaak, dreigde een flop zonder voorgaande. Toen kwam Piet Piryns met een alternatief: 'We kunnen misschien Luc Van den Bossche interviewen?' Onze chef-Wetstraat nam zijn geweer, trok zich terug in zijn kantoor, en sloot de deur. Die Piet houdt te weinig rekening met de gevolgen van wat hij vertelt. Koen Meulenaere