Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL) maakte er zich snel van af. 'Propaganda', liet hij zich tegenover Knack ontvallen, nadat hij bij zijn bezoek aan de Verenigde Naties (VN) in New York eind vorige maand nogmaals klachten te horen kreeg over de rol van de Belgische diamantsector bij de smokkel in Afrikaanse diamanten. Vreemd genoeg maakt vooral Canada zich in deze zaak sterk terwijl dat land toch ook over een eigen, wellicht al evenmin lelieblanke diamantindustrie beschikt.
...

Minister van Buitenlandse Zaken Louis Michel (PRL) maakte er zich snel van af. 'Propaganda', liet hij zich tegenover Knack ontvallen, nadat hij bij zijn bezoek aan de Verenigde Naties (VN) in New York eind vorige maand nogmaals klachten te horen kreeg over de rol van de Belgische diamantsector bij de smokkel in Afrikaanse diamanten. Vreemd genoeg maakt vooral Canada zich in deze zaak sterk terwijl dat land toch ook over een eigen, wellicht al evenmin lelieblanke diamantindustrie beschikt. Eind februari publiceert de Canadese VN-ambassadeur Robert Fowler een onderzoeksrapport en het valt te voorspellen dat België daar niet al te best uit komt. Fowler ziet als voorzitter van het VN-sanctiecomité toe op de toepassing van het embargo waartoe de Veiligheidsraad in juni 1998 besloot tegen de Angolese guerrillabeweging Unita. De VN achten de door Jonas Savimbi geleide Unita verantwoordelijk voor het voortduren van de burgeroorlog in Angola. Die is al meer dan een kwarteeuw aan de gang, met honderdduizenden doden, enkele miljoenen vluchtelingen en een complete ruïnering van het land tot gevolg. Unita, aanvankelijk een door de Verenigde Staten en het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime gesteunde verzetsorganisatie die het opnam tegen de linkse regering in Luanda, werd geleidelijk aan een terroristische organisatie en Savimbi een krijgsheer. Verloor Unita al jaren geleden de steun van haar sponsors, ze kon zichzelf in stand houden door de bodemrijkdommen in het door haar bezette deel van Angola te gelde te maken. De opbrengst van de diamantwinning leverde Unita tussen 1992 en 1998 3,7 miljard dollar (ongeveer 150 miljard frank) op. Dat geld werd besteed aan de aanschaf van wapens, brandstof en uitrusting, tegenwoordig vaak uit landen als Oekraïne en Bulgarije. Gezien het gebrek aan voortgang in het door Unita gesaboteerde vredesproces in Angola, besloten de VN met resolutie 1173 van de Veiligheidsraad om alle 'directe en indirecte' handel in niet officieel gecertificeerde Angolese diamant te verbieden, in de hoop zodoende Unita's geldbronnen droog te leggen.FOCUS OP ANTWERPENMet het VN-embargo is de handel in Unita-diamant juridisch illegaal en dus strafbaar. Maar het is niet de enige soort diamanthandel die vragen oproept, al zijn die vooralsnog alleen van ethische orde. Afrika vertegenwoordigt driekwart van de diamantwinning en zeker de Angolese behoort tot de hoogste kwaliteit. Niet alleen de oorlog in Angola, maar ook die in onder meer Liberia, Sierra Leone en Congo, blijken te worden gefinancierd met de opbrengst van de diamantverkoop. Het valt zelfs te vermoeden dat sommige van die vaak erg wrede oorlogen, met name die in Sierra Leone, alleen voortduren omdat ze dienen als dekmantel voor de lucratieve diamanthandel. Verboden is die commercie niet. Toch staat ze onder een steeds grotere ethische druk van niet-gouvernementele organisaties (NGO's). Met hun campagne Fatal Transactions willen zij de publieke opinie ervan bewust maken dat er 'bloed kleeft' aan tedere Valentijnscadeaus en andere diamanten blijken van genegenheid. De Zuid-Afrikaanse diamantmonopolist De Beers is daar danig van geschrokken, want de hele sector dreigt erdoor in een kwaad daglicht te komen, zeker in de belangrijkste afzetmarkt van juweeldiamant, de VS. De Beers beweert - althans sinds de afkondiging van het VN-embargo - alleen maar 'schone' diamanten meer te verhandelen. Maar de steentjes volgen vreemde wegen. VN-resolutie 1173 over Angola heeft het niet zonder reden ook over 'indirecte' handel. Heel wat landen met een beperkte of helemaal géén diamantwinning blijken de jongste jaren belangrijke exporteurs van het spul te zijn geworden. Dat kan alleen betekenen dat ze dienen als doorvoerlanden voor diamanten die van elders zijn binnengesmokkeld. Zo wordt heel wat Sierra Leoonse diamant verhandeld via Liberia, Guinee of Ivoorkust. Congolese diamant uit streken die niet onder controle staan van de regering in Kinshasa, vindt zijn weg via Rwanda en Oeganda. Unita-diamant komt via Congo, Congo-Brazzaville of Zambia op de markt. Zelfs op papier kloppen de cijfers niet. Ivoorkust voert officieel geen enkele diamant naar België uit, maar Antwerpen noteert niettemin een invoer van 1,5 miljoen karaat. Uit Liberia, met een jaarlijkse productiecapaciteit van 100 à 150.000 karaat, komt een invoer van 6 miljoen karaat. Sierra Leone exporteerde 8500 karaat aan diamant naar België, maar de invoer bedroeg officieel wel 770.000 karaat. Deze cijfers komen uit het rapport The heart of the matter dat vorige maand werd gepubliceerd door de Canadese NGO Partnership Africa Canada (PAC). Het rapport beschrijft de rol van de diamanthandel in de oorlog in Sierra Leone en loopt in zijn bevindingen parallel met het eind 1998 uitgebrachte rapport A rough trade van de Britse NGO Global Witness, dat de focus op Angola richtte. Beide studies tonen zich bijzonder kritisch over de lakse controle op de diamanthandel, waarbij telkens weer met de vinger naar België wordt gewezen. Antwerpen is immers het centrum van de handel in ruwe diamant. Meer dan de helft van de wereldhandel passeert er. CONTROLE IS NODIGDe diamanthandel wordt voor 80 procent gemonopoliseerd door het Zuid-Afrikaanse (deels ook in Zwitserland gevestigde) De Beers, dat met zijn mijnen zowat de helft van de diamantproductie vertegenwoordigt en de rest op de open markt aankoopt. Doordat het feitelijk als een kartel opereert, mag De Beers niet als dusdanig actief zijn in de VS: zijn structuur gaat in tegen de Amerikaanse antitrustwetten. Via zijn in Londen gevestigde Central Selling Office (CSO) bepaalt De Beers vraag en aanbod (en dus vooral de prijs) van diamant. Het CSO controleert de markt door alleen met zogeheten zichthouders te werken. Daarvan zijn er 160 in de hele wereld, waarvan ruim de helft in Antwerpen. Antwerpen fungeert ook als outside market, waar het CSO en andere direct uit Afrika en elders aangevoerde ruwe diamant aankopen. Volgens de Hoge Raad voor Diamant (HRD), die de sector overkoepelt en reguleert, komt een kwart tot een derde van zijn handel uit Afrikaanse conflictgebieden en is dus mogelijk 'besmet'. Als het ernst is met het voornemen om de dubieuze handel uit te schakelen, is het van groot belang om diamanten bij de invoer te controleren, gezien de vaak betwistbare officiële herkomst. In Antwerpen is van zo'n controle nauwelijks sprake. Dat de Angolese certificaten niet erg betrouwbaar uitvallen, kunnen de Antwerpse diamantairs niet helpen. Maar de steentjes worden ook amper op hun origine gecontroleerd. Volgens HRD-directeur Peter Meeus is dat ook zo goed als onmogelijk. Anderen spreken dat tegen. Van de hoogwaardige Angolese diamant is zelfs na te gaan uit welke mijn die afkomstig is. De Canadese politie werkt dan weer aan een systeem van fingerprinting, waarmee ruwe diamant kan worden gemerkt en dus getraceerd. Maar Antwerpen toont daar weinig animo voor en ook de overheid dringt niet erg aan. Dat laatste weerspiegelt wat ook geldt voor bijvoorbeeld het fiscale regime van de sector: dat hij, vooral sinds de Tweede Wereldoorlog, een zekere largesse geniet. De bedrijvigheid is tenslotte van groot economisch belang en altijd schijnen er kapers op de kust om de handel over te nemen. Zo kijken buitenlanders met verbazing aan tegen het Diamond Office, een afdeling van de HRD, die samen met de douane instaat voor het inklaren van de diamantinvoer. Daar wordt de knowhow, onder meer voor het bepalen van de herkomst, uitsluitend door de diamantairs geleverd. Zo'n systeem, ontstaan toen de handel veel kleinschaliger uitviel dan nu, bestaat nergens elders ter wereld. Het PAC-rapport noemt die structuur 'onverantwoordelijk, gesloten (secretive) en ernstig ondergereguleerd. Ze oefent een aantoonbare aantrekkingskracht uit op nieuwe vormen van georganiseerde misdaad en is medeplichtig aan het voeden van oorlogen in Afrika'. Zowel de rapporten van PAC en Global Witness als, vermoedelijk, het Fowler-rapport, dringen dan ook aan op een sterkere overheids- en vooral douanecontrole op de Antwerpse diamantsector. PAC wil daarvoor zelfs een internationale onderzoekscommissie uitsturen. Niet alleen België is de pineut; ook Zuid-Afrika of Israël krijgen kritiek te verduren, maar, zo heet het, als België orde op zaken stelt, zullen de andere wel moeten volgen.Marc Reynebeau