In de Zaïrese hoofdstad Kinshasa heerst de absolute rust. Het Zaïrese binnenland werd ondertussen overgegeven aan plunderaars.
...

In de Zaïrese hoofdstad Kinshasa heerst de absolute rust. Het Zaïrese binnenland werd ondertussen overgegeven aan plunderaars.De oprisping van minister van Buitenlandse Zaken Erik Derycke (SP), dat het niet opgaat om met de regelmaat van een klok Belgische paracommando's uit te sturen om op kosten van de belastingbetaler de belangen van enkele duizenden Belgen in Zaïre veilig te stellen, is de Belgische gemeenschap van Zaïre in het verkeerde keelgat geschoten. ?De minister moet eens de rekeningen opvragen van de laatste trip die zijn collega voor Ontwikkelingssamenwerking Reginald Moreels (CVP) in Zaïre gemaakt heeft,? sneert een Belg. ?Om vier uur de held te gaan uithangen in Kisangani, charterde hij een vliegtuig voor een bedrag van exact 23.000 dollar (driekwart miljoen frank). En van de geneesmiddelen die hij daar voor het Zaïrese volk ging afzetten, wordt wel gezegd dat ze niet door plunderende militairen zijn meegenomen, maar ik heb daar andere informatie over gekregen. Terwijl Derycke toch goed geplaatst moet zijn om te beseffen dat er voor de evacuatie van de Belgen uit Kinshasa geen zeshonderd para's nodig zijn, naast meer dan duizend Amerikanen en Fransen. Dat is geen evacuatiemacht, maar een interventiemacht. Daar hebben wij als Belgen in Kinshasa niets mee te maken. Dat is pure politiek.? Op het politieke front heerste in Kinshasa dagenlang een doodse stilte. President Mobutu Sese Seko beloofde snel duidelijkheid over zijn positie te brengen, maar hulde zich weer in geheimzinnigheid. (Ondertussen kwamen er wel geregeld grote cargo-vliegtuigen vanuit zijn woonplaats Gbadolite naar Kinshasa gevlogen Gbadolite zou binnen bereik van de rebellen liggen.) Premier Kengo wa Dondo werd afgezet, maar niet onmiddellijk vervangen, hoewel aan de belangrijkste verkeerslichten in Kinshasa pamfletten aangeboden werden met ?de nieuwe regering van premier Etienne Tshisekedi?, de gedoodverfde opvolger van Kengo. In de kranten worden langdradige betogen gehouden over een federaal Zaïre naar Belgisch model, met een helft van het land voor het oude regime rond Mobutu en een helft voor de troepen van rebellenleider Laurent Kabila, die ondertussen het rijkste kwart van het land controleert, maar ineens minder snel blijkt op te rukken dan iedereen had verwacht tot ontgoocheling van vele mensen in Kinshasa. Een Zaïrees heeft niet veel nodig om zijn vertrouwen te verliezen. VERSMACHT IN EEN STATUS-QUO?Het ziet ernaar uit dat dit hier op zijn Afrikaans afgehandeld zal worden,? zucht een Belgische pater. ?Veel gepalaver dat lang zal aanslepen zonder dat onmiddellijk duidelijk zal worden in welke richting de gesprekken gaan. Delegaties van Mobutu en Kabila hebben elkaar voor de eerste keer ontmoet, maar dat zal nergens toe leiden. Dat spoor zal doodlopen en worden doodgezwegen. Zo gaat dat hier altijd. Kabila heeft niet de militaire macht om heel Zaïre te veroveren en wil dat waarschijnlijk ook niet. De clan rond Mobutu heeft er alle belang bij om te trachten op zijn minst een gedeelte van de macht te behouden. De situatie zal hier versmacht worden in een status-quo. Maar de mensen zullen nog lang in spanning blijven zitten.? De doorsnee Zaïrees lijkt ervan overtuigd dat de oorlog Kinshasa nooit zal bereiken. ?Niemand hier wil oorlog, dus zal er geen oorlog komen,? zegt een man die een bureautje voor internationale telefoonverbindingen uitbaat. ?De mensen hebben hun lessen geleerd uit de vorige plunderingen. Ze hebben begrepen dat die niet veel opleveren. Ze krijgen plotseling de beschikking over enkele goederen, maar daarna is er lange jaren de grote economische leegte.? Ook Belgische zakenlui beginnen te geloven dat Kinshasa deze keer van plunderingen gevrijwaard zou kunnen blijven, met ongeveer dezelfde argumenten, aangevuld met de stellige overtuiging dat de buitenlandse troepen in de Congolese hoofdstad Brazzaville daar precies gestationeerd zijn om het Zaïrese leger tot kalmte te bewegen en ervan te overtuigen niet te plunderen. Maar blanken die veel voeling hebben met de gewone Zaïrees, zijn minder optimistisch. Mensen die zelfs bij de twee vorige plunderingen Zaïre nooit hebben verlaten, maken nu plannen om te verdwijnen. ?Er zijn te veel factoren die samenkomen,? zegt een Amerikaanse vrouw die al zo lang in Zaïre woont dat ze meer Zaïrese is dan Amerikaanse. ?De rebellie van Kabila, de ziekte van Mobutu, de groeiende druk van het leger op de mensen, de stijgende armoede, de ziekten die weer overal de kop opsteken : het volk is klaar voor een drastische verandering. Het zal misschien niet voor vandaag zijn, maar voor we twee maanden verder zijn, zal Kinshasa weer een moeilijk moment hebben doorgemaakt.? Kinshasa doet alvast zijn best om de schijn op te houden. De robotachtige verkeerspolitiemannen onder hun hutjes met reclame voor Primus-bier hebben hun posities op de lange boulevards van de stad weer ingenomen. Er wordt weer overal gediscussieerd over de prijzen van producten, nog intenser dan tevoren, want niet alleen aardappelen, maar ook ananas en avocado's zijn een stuk duurder geworden, omdat de aanvoer uit de Evenaarsprovincie mank begint te lopen. De Griekse ambassade hield een officiële receptie ; sportieve mannen blijven hun dagelijkse kilometers langs de rivier afmalen. De avondlijke hemel boven Kinshasa licht op met onregelmatige flitsen. Bliksems zonder donder. Iemand trekt de analogie met de Iraakse hoofdstad Bagdad tijdens de nacht van de eerste aanval van de Amerikanen bij het begin van de operatie Desert Storm. De Amerikanen en de andere buitenlandse troepen zitten aan de overkant van de rivier. ?Ze kennen de dag waarop de president zal sterven,? weet een oude Zaïrees wel zeker. ?Die dag zullen ze ons aanvallen. Hopelijk zullen ze niet komen om alleen de buitenlanders weg te halen, want ook de Zaïrees voelt zich onveilig. De Zaïrees heeft ook recht op bescherming door een leger. En zijn eigen leger beschermt hem niet meer.? DE DIPLOMATIE PANIKEERTDe operatie van de Belgische para's is alvast niet onder een goed gesternte begonnen. In Brazzaville moesten onze jongens onmiddellijk in de clinch met de Fransen en de Amerikanen die de beste plaatsjes hadden ingepalmd. Tot duidelijk werd dat driekwart van de Belgen zou worden overgeplaatst naar het toeristenoord Pointe Noire, en het gemor plaats maakte voor euforie. Op de Belgische ambassade in Kinshasa blijft het woelig. De meningen over de te volgen strategie staan nog altijd haaks op elkaar. Ambassadeur Jan Van Dessel en zijn belangrijkste adviseurs krijgen in de Belgische kringen van Kinshasa steevast het predikaat ?paniqueurs? mee, omdat ze ervoor blijven pleiten dat de Belgen die niet in het land nodig zijn, voorlopig naar België zouden terugkeren. Anderzijds blijft een onlangs ingevlogen medewerker van het Algemeen Bestuur voor Ontwikkelingssamenwerking (Abos) hardnekkig volhouden dat er nog altijd coöperanten naar het binnenland moeten worden uitgestuurd tot ergernis van de ambassadeur. Onder het ambassadepersoneel zelf heerst onzekerheid over de situatie. De ambtenaren worden nu bijna verplicht om hun vakantie op te nemen, maar kregen van Buitenlandse Zaken te horen dat ze wel verondersteld worden hun werk daarna te hervatten. De spanning in de stad ebt weg, maar in de Belgische gemeenschap groeit de onzekerheid. Wat als er binnen drie weken nog niets gebeurd is, en de mensen moeten terugkeren ? De diplomatie worstelt in Kinshasa in een min of meer uitzichtloze no-win-situatie, tenzij de boel morgen ontploft. Als ze niet laat evacueren, en er zouden Belgische slachtoffers vallen, zal ze met verwijten over laksheid overladen worden. Nu dreigt ze geconfronteerd te worden met verwijten over een voorbarig optreden, en met afzwakkende alertheid als er niet onmiddellijk problemen komen. Voor mensen zonder belangen in de stad lijkt het logisch dat de diplomatie op veiligheid speelt. Maar de meeste Belgen in Kinshasa hebben belangen in de stad. Dirk Draulans Een vrouw wast groenten alvorens ze naar een markt in Kinshasa te brengen : de schijnwereld van Zaïre.Onze jongens in Brazaville : geen evacuatie- maar een interventiemacht ?