'Wat er in de toekomst zal moeten veranderen, is geen geheim', zei econoom Paul De Grauwe (K.U.Leuven) vijf jaar geleden al. 'In eerste instantie zal de olieprijs moeten stijgen. Dat is onvermijdelijk omdat het aanbod de stijgende vraag vanuit China en de rest van Azië niet zal kunnen volgen.' Profetische woorden. De olieprijs verdrievoudigde tussen 2003 en 2008. En na een knik tijdens de economische crisis was hij ook al aan een opwaartse beweging bezig vóór het uitbreken van de Arabische crisis eind vorig jaar.
...

'Wat er in de toekomst zal moeten veranderen, is geen geheim', zei econoom Paul De Grauwe (K.U.Leuven) vijf jaar geleden al. 'In eerste instantie zal de olieprijs moeten stijgen. Dat is onvermijdelijk omdat het aanbod de stijgende vraag vanuit China en de rest van Azië niet zal kunnen volgen.' Profetische woorden. De olieprijs verdrievoudigde tussen 2003 en 2008. En na een knik tijdens de economische crisis was hij ook al aan een opwaartse beweging bezig vóór het uitbreken van de Arabische crisis eind vorig jaar. 'De vraag naar olie in het rijke Westen stagneert en nam vorig jaar, door de economische crisis, zelfs wat af', zegt de Gentse onderzoeker Thijs Van de Graaf. 'Maar de economische groeilanden en in de eerste plaats China hebben een groeiende energiehonger.' Het afgelopen jaar nam de vraag naar olie toe met gemiddeld bijna 2,5 miljoen vaten per dag. Dat leidde tot een totaal verbruik in de wereld van 88 miljoen vaten per dag. En voor dit en volgend jaar wordt verwacht dat de vraag zal blijven stijgen, met respectievelijk 1,4 miljoen en 1,6 miljoen vaten per dag. Dat is veel, want Libië bijvoorbeeld produceerde vóór het uitbreken van de onlusten 1,5 miljoen vaten ruwe olie per dag. De olieproducerende landen spinnen natuurlijk garen bij de sterk oplopende prijs. Landen als Saudi-Arabië, Iran en Algerije zien hun inkomsten enorm toenemen. Met die oliedollars proberen ze nu de onrust onder hun bevolking te bezweren, door bijvoorbeeld de salarissen van de ambtenaren te verhogen, door benzine en voedsel te subsidiëren, of door het gewoon uit te delen, zoals Khaddafi deed. Ze zullen zeker ook heel wat van die petrodollars investeren. En zoals in het verleden ook in Europese bedrijven. Zo werd Libië de jongste jaren aandeelhouder van Pearson, de uitgever van Financial Times, van de Italiaanse bank Unicredito en de voetbalploeg Juventus. Ook bij ons kwamen de Libiërs langs. In juni 2008 maakte de Libyan Investment Authority bekend dat ze een belang had genomen in de toen nog grootste bank van België, Fortis. Die investering is nu goed voor 0,8 procent van Ageas (een van de erfgenamen van het gekapseisde Fortis), al is niet te achterhalen of Libië die participatie nog steeds aanhoudt. Ook Rusland, tweede olie-exporteur ter wereld, wrijft zich in de handen. De olieprijs steeg de afgelopen maand met zo'n 15 dollar en dat levert de Russische staatsenergiebedrijven 2,6 miljard euro extra op. Dat komt de Russische overheid zeer goed uit, want de economie sputtert en het begrotingstekort kan er nu versneld worden afgebouwd. Het vermogen van iemand als Roman Abramovitsj, de oliemiljardair die bekend is van zijn exorbitante levensstijl en als eigenaar van de Engelse voetbalclub Chelsea, zal ook opnieuw aangroeien, nadat het de voorbije jaren, met de economische crisis, klappen kreeg. Toch houdt een stijgende olieprijs een ernstig risico in, ook voor de olieproducerende landen. De conjunctuur is immers zeer gevoelig voor olieprijzen die de pan uit swingen. De vuistregel luidt: als de prijs langdurig 20 dollar per vat stijgt, betekent dat wereldwijd één procent minder economische groei per jaar gedurende twee jaren. Het leven wordt dan ook onvermijdelijk duurder. Dat alles knaagt dan aan het consumentenvertrouwen. En zo sukkelt de wereldeconomie al snel in een nieuwe crisis. Een recente studie toonde overigens aan dat de Belgische economie van alle eurolanden het meest kwetsbaar is voor stijgende olieprijzen, vooral omdat via onze automatische loonindexering de loonkosten stijgen, wat onze concurrentiepositie ondermijnt. Volgens analisten van de Deutsche Bank kan een olieprijs van meer dan 120 dollar per vat al een economische crisis uitlokken. Daar zijn we dus niet meer zo ver van af. Als er een economische crisis volgt, zal wel de vraag naar olie afnemen en kan de prijs opnieuw zakken. Daarop moeten we niet hopen, want we kunnen zo'n economische crisis missen als kiespijn nu we nog aan het herstellen zijn van de financiële crisis en we onze overheidstekorten aan het wegwerken zijn. Waar zal het met de olieprijs dus naartoe gaan? Op korte termijn kan de olieprijs alle kanten uit, afhankelijk van de ontwikkelingen in de Arabische wereld. Op lange termijn zal de olieprijs toch vooral stijgen, want het aanbod zal verzwakken en het ziet er niet naar uit dat de vraag snel voor lange tijd zal stilvallen. En ooit, als aardolie onze wereldeconomie en ons leven niet meer domineert, zal hij spotgoedkoop zijn.