Terwijl grote groepen politici markten en pleinen afschuimden op zoek naar willige kiezers, bleef het Vlaamse parlement noest aan het werk. Tot heil van alle Vlamingen en met extra aandacht voor de jongeren. In het Verslag van de Commissie van Onderwijs, Vor- ming en Wetenschapsbeleid (Stuk 1717) lezen we immers dat op 8 mei 2003 de voltallige commissie zich boog over een Verzoekschrift over toiletbezoek tijdens examens.
...

Terwijl grote groepen politici markten en pleinen afschuimden op zoek naar willige kiezers, bleef het Vlaamse parlement noest aan het werk. Tot heil van alle Vlamingen en met extra aandacht voor de jongeren. In het Verslag van de Commissie van Onderwijs, Vor- ming en Wetenschapsbeleid (Stuk 1717) lezen we immers dat op 8 mei 2003 de voltallige commissie zich boog over een Verzoekschrift over toiletbezoek tijdens examens. Wat was het geval? In januari 2003 verbood een UFSIA-prof een van zijn studenten (m/v) om van de sanitaire faciliteiten gebruik te maken. Hoe het afliep weten we niet, maar een wakkere burger voelde zich zozeer gegrepen dat hij einde maart een officiële brief schreef aan Norbert De Batselier (SP.A), voorzitter van het Vlaamse parlement. Hij vroeg daarin of de examenregeling niet kon stipuleren dat studenten en leerlingen in het vervolg de 'mogelijkheid krijgen het toilet te gebruiken tijdens het afleggen van de examens'. De Batselier begreep dat verzoek zoals het was bedoeld: studenten in hoge nood mogen zich naar de toiletten begeven. Het verzoekschrift maakte de hele rondgang. Naar de speciale commissie die nakeek of het stuk aan alle wettelijke voorwaarden voldeed en de ontvankelijkheidsverklaring afleverde. Waarna het verzoek plechtig werd doorgestuurd naar de bevoegde commissie, waar de Vlaamse onderwijsexperts zich dus aandachtig bogen over het toiletbezoek van studenten in hoge nood. Al wie ooit examens aflegde, weet dat de drang voor, tijdens en na de examens zeer groot kan zijn. Een mens kan dus veronderstellen dat de experts dit bij hoogdringendheid in de plenaire vergadering zouden brengen. Zeker omdat - zo stelde de indiener van het verzoekschrift - 'het weigeren van toiletbezoek de waardigheid van de mens schendt'. Maar zover wilde de onderwijscommissie niet gaan. Of kon ze niet gaan. Want ook hier stonden wetten in de weg. Of beter decreten over de autonomie van de onderwijsinstellingen die zelf bepalen hoe ze examens organiseren. Plassen valt dus onder het principe van de autonomie. Het Vlaamse parlement kan daarin niet optreden, verklaarde de voorzitter en de voltallige commissie sloot zich daarbij aan. En ging opgelucht over tot de orde van de dag. In casu het opmaken van het verslag zodat het gedrukt kan worden en verspreid. Wie durft hierna nog te spreken van kloof tussen burger en politiek? Een zestien leden tellende commissie houdt zich bezig met het prangende probleem van de plasbeurt. Dat mag iets kosten. Misjoe Verleyen