Een van de belangrijkste modellen in de visie van Jan Hoet, directeur van het Gentse Museum van Hedendaagse Kunst (nu SMAK), was het "verbrede kunstbegrip" zoals Joseph Beuys dat als kunstenaar bedacht en in de praktijk toepaste: vertrekken vanuit het veld van vragen dat besloten ligt in het werk en de actie van een kunstenaar, niet vanuit gevestigde posities, stijlen of kunstrichtingen. Zo'n optie maakt verbindingen mogelijk tussen kunst, kunstenaar, museum, burgers en maatschappij.
...

Een van de belangrijkste modellen in de visie van Jan Hoet, directeur van het Gentse Museum van Hedendaagse Kunst (nu SMAK), was het "verbrede kunstbegrip" zoals Joseph Beuys dat als kunstenaar bedacht en in de praktijk toepaste: vertrekken vanuit het veld van vragen dat besloten ligt in het werk en de actie van een kunstenaar, niet vanuit gevestigde posities, stijlen of kunstrichtingen. Zo'n optie maakt verbindingen mogelijk tussen kunst, kunstenaar, museum, burgers en maatschappij. In oktober 1977 was Beuys voor het eerst te gast in Gent met een selectie tekeningen, aquarellen, gouaches en olieverven. Aansluitend ging hij tijdens een "Up to date"-avond in discussie met het publiek. Uit sympathie schonk hij na afloop 11 van de tentoongestelde werken aan het museum. Hij noemde het "het grootste van Europa". In aanzet en attitude was dat zeker zo. Wat ruimte en middelen betreft, was het toen een van de kleinste. In 1980, voor de internationale tentoonstelling "Kunst in Europa na '68" in Gent, maakte Joseph Beuys de driedelige installatie "Wirtschaftswerte". De aankoop door het museum (1,5 miljoen frank) zette de stad op stelten. Het opvallendste deel bestaat uit smalle ijzeren rekken, waarvan de verstelbare legborden keurig gevuld zijn met goedkoop verpakte basisvoedingsproducten uit de "volkseconomie" van de toenmalige DDR. Omheen de rekken hangen hoogst burgerlijke salonschilderijen uit de negentiende eeuw, meer in het bijzonder de tijd van Karl Marx. Het minst in het oog lopende maar belangrijkste deel is een grondig ingevet gipsblok dat voor de rekken opgesteld staat. Geheel volgens de principes van Beuys, bevatten deze perfect volgens de regels van de kunst geëtaleerde Wirtschaftswerte in de eerste plaats een geconcentreerde bundeling van vragen. Bijvoorbeeld: hoe verhoudt de economische waarde van min of meer duurzame schilderijen zich tot die van bederfelijke waren uit een socialistische maatschappij? Onder welke voorwaarden is kunst een luxe en voeding pure prioriteit? Hoe lang duurt het eer er voldoende warmte en energie (de werking van het vet in het gipsblok) ontwikkeld is om een stroeve economie en een verstarde kunst in beweging te krijgen? En, zovele jaren na datum ook wel: heeft het zin om de vergankelijke elementen uit dit letterlijk door de geschiedenis achterhaalde werk geregeld te vervangen, en wanneer wordt deze "restauratie" zelf een daad van verstarring? Wint de economische waarde het dan van de kunstwaarde, of is dat onderscheid niet te maken? Spannend. Jan Braet