Toen ik vorige week uw noodkreet in mijn mailbox vond, vatte ik onmiddellijk het plan op om u langs deze weg eens grondig hulde te brengen. De Vlaamse journalistiek in het algemeen, en ik in het bijzonder, hebben veel aan u te danken. Ter attentie van de jonge lezers die onkundig zijn van uw bestaan moet ik misschien even aanstippen dat u tussen 1965 en 1995, in alle stilte en grotendeels achter de schermen, een van de invloedrijkste figuren bent geweest in onze schrijvende pers. U hebt eigenhandig Guy Mortier ontdekt en tot uw opvolger benoemd als hoofdredacteur bij Humo. U was in de jaren zeventig als redactiesecretaris mee verantwoordelijk voor het groeiende succes van Knack. U stond aan het roer toen uw broer Johan zijn legendarische tijdschrift De Zwijger maakte.
...

Toen ik vorige week uw noodkreet in mijn mailbox vond, vatte ik onmiddellijk het plan op om u langs deze weg eens grondig hulde te brengen. De Vlaamse journalistiek in het algemeen, en ik in het bijzonder, hebben veel aan u te danken. Ter attentie van de jonge lezers die onkundig zijn van uw bestaan moet ik misschien even aanstippen dat u tussen 1965 en 1995, in alle stilte en grotendeels achter de schermen, een van de invloedrijkste figuren bent geweest in onze schrijvende pers. U hebt eigenhandig Guy Mortier ontdekt en tot uw opvolger benoemd als hoofdredacteur bij Humo. U was in de jaren zeventig als redactiesecretaris mee verantwoordelijk voor het groeiende succes van Knack. U stond aan het roer toen uw broer Johan zijn legendarische tijdschrift De Zwijger maakte. Ik leerde u kennen bij Panorama/De Post, waar u eind jaren tachtig hoofdredacteur was geworden. Voor uw komst was dat blad gespecialiseerd in verhalen over zonderlingen die in een ton de oceaan wilden oversteken of boeren die een aardappel in de vorm van een stel borsten hadden geoogst. U maakte er een degelijk, journalistiek blad van, met dossiers over de Bende van Nijvel en de macht van het koningshuis. Ook met wat u niet publiceerde, onderscheidde u zich in positieve zin: zo weigerde u het lasterlijke dossier over Notaris X, omdat er volgens u onvoldoende bewijs was om 's mans vermoeden van onschuld te schenden. Tussen haakjes, vóór iemand om uw heiligverklaring verzoekt: u vergiste zich ook weleens, zoals toen u de vervalste dagboeken van Hitler overnam uit het Duitse Stern - al was diens vermoeden van onschuld natuurlijk al om zeep. Maar terzake: de noodkreet die u mij vorige week mailde, heeft betrekking op wat u 'de verregaande vervlakking en verloedering van het Nederlands' noemt. En of ik daar niet eens flink tegen tekeer wil gaan - u herstelt van een operatie en hebt momenteel de fut nog niet om zelf een opiniestuk te schrijven, maar u ergert zich constant aan de manier waarop onze taal geweld wordt aangedaan. Het is een ergernis die u altijd heeft gesierd. Behalve op journalistieke kwaliteit hamerde u steevast op correct en keurig taalgebruik. Ik herinner mij nog de eerste brief die ik van u kreeg: u had in een van mijn teksten een paar onduldbare taalfouten aangetroffen en verzocht mij vriendelijk maar kordaat om die zélf te verbeteren alvorens er de eindredactie mee lastig te vallen. Ik ben u daar nog altijd erkentelijk voor. In mijn achterhoofd leest u nog altijd mee. Om maar te zeggen: graag. Ik wil zeer graag nog eens tekeergaan tegen de slordigheid, de nonchalance en de minachting waarmee veel professionele taalgebruikers vandaag het Nederlands hanteren. Zelfs de ooit zo eerbiedwaardige Taalunie verzet zich allang niet meer tegen dat luie tussentaaltje waarvoor men zich vroeger hoorde te schamen - zo heten gallicismen straks allemaal gewoon 'Belgisch Nederlands': we hebben schrik, buigen ons over de plannen en verwachten ons aan het ergste. In krantenkoppen vechten de van alle betekenis ontdane gemeenplaatsen om voorrang: vroeger zorgde een dokter voor zijn patiënten, vandaag zorgen ongevallen voor files. Nee, hier spreekt men geen Nederlands meer, hier klapt men Vloms. En dan heb ik het nog niet over dat ongehoorde getutoyeer: zelfs op Radio 1 worden we aangesproken met 'jij' en 'jou'. Soms krijgt een mens goesting om in een ton de oceaan over te steken, zodat we het allemaal niet meer hoeven aan te horen. En zo blijft taalminnend Vlaanderen stilaan verweesd achter. Ik heb de kwestie hier eens aangekaart bij VRT-taalraadsman Ruud Hendrickx, maar hij nam niet eens de moeite om mijn brief te beantwoorden.'t Is treurigmakend. Ik ben dan ook zo vrij om langs deze weg, mede namens u, nog maar eens te pleiten voor een krachtig taalkundig reveil. Begrotingsexperts kennen de Moessennorm, taalexperts moeten zich de Anthierensnorm eigen maken. Om het hippe volkje dat tegenwoordig de media bestiert ertoe te bewegen hieraan de nodige aandacht te besteden, stel ik voor dat we u filmen terwijl u een emmer water over uw hoofd uitkapt en drie collega's aanduidt om hetzelfde te doen. Met de hashtags #anthierensnorm en #redhetnederlands. Alle goeds ondertussenJoël De CeulaerZelfs de ooit zo eerbiedwaardige Taalunie verzet zich allang niet meer tegen dat luie tussentaaltje.