Het spijt me dat ik het u op een zo volkse en weinig verheven manier moet mededelen, maar dat aanhoudende gezeur over een boekenprogramma op Canvas begint gewéldig op mijn zenuwen te werken. De argumenten die worden gebruikt door de voorstanders van zo'n programma zouden niet misstaan in een cursus Denkfouten voor beginners. Dat hebben Oscar van den Boogaard en uzelf vorige woensdag in TerZake nog maar eens bewezen.
...

Het spijt me dat ik het u op een zo volkse en weinig verheven manier moet mededelen, maar dat aanhoudende gezeur over een boekenprogramma op Canvas begint gewéldig op mijn zenuwen te werken. De argumenten die worden gebruikt door de voorstanders van zo'n programma zouden niet misstaan in een cursus Denkfouten voor beginners. Dat hebben Oscar van den Boogaard en uzelf vorige woensdag in TerZake nog maar eens bewezen. Eerst kwam u aan het woord, als lid van de raad van bestuur van de openbare omroep. Om te zeggen dat uw geduld op is. Dat programma móét er komen. 'Niet onverwijld, want dan zitten we bij Brussel-Halle-Vilvoorde', schertste u . 'Maar dringend. Zo mogelijk onmiddellijk. Afstel kan voor mij niet.' U legde ook uit aan welke voorwaarden zo'n programma dient te voldoen. Het moet ergens over gaan, en de kijkcijfers zijn van ondergeschikt belang. Over de uiteindelijke bedoeling liet u geen twijfel bestaan: u mikt regelrecht op - jawel! - volksverheffing. 'Dertig jaar lang hebben we het woord niet mogen uitspreken', zei u met enige verbetenheid. 'Maar nu vindt men weer dat de openbare omroep een taak heeft.'Sta mij toe, mijnheer Deleu, dat ik u wijs op het denkfoutje in uw betoog. Om aan volksverheffing te doen heeft men, dat zult u met mij eens zijn, volk nodig. Volk bestaat uit mensen. Mensen die naar de televisie kijken, noemt men kijkers. En de hoeveelheid kijkers drukt men uit in kijkcijfers. Aan volksverheffing willen doen zonder een minimale hoeveelheid kijkers, is zoiets als rijk willen worden zonder een minimale hoeveelheid geld. Let wel, ik zeg niet dat Canvas een voorbeeld moet nemen aan de geestdrift waarmee Siegfried Bracke zich heeft onderworpen aan het marketingdenken, want daaruit is tot dusver uitsluitend onheil voortgevloeid. Néé, de kijker is geen kleuter. Maar op een kransje schrijvers dat per se een eigen programma wil, zodat niet alleen de productie maar ook de promotie van hun boekjes voortaan met belastinggeld kan worden bekostigd, zit ik al helemaal niet te wachten. Toch niet als het gepresenteerd wordt door een figuur zoals Oscar van den Boogaard, die na u aan het woord kwam en mij de indruk gaf vooral zichzelf te willen verheffen. Van den Boogaard, die als presentator van een boekenprogramma werd gewogen en te licht bevonden, tekende voor de tweede denkfout van de avond. Op de vraag waarom dat boekenprogramma er volgens hem moet komen, antwoordde hij onder meer het volgende: 'Praten over literatuur is belangrijk. Schrijvers zijn gevoelige mensen. Die denken na over de binnenkant van zichzelf, over de wereld. Het is goed om het publiek te laten zien dat er intelligente mensen bestaan die kunnen praten over dingen waar ze mee bezig zijn. Daar kun je wat van leren.'Nu is dat weliswaar een beetje krakkemikkig geformuleerd (gelukkig schrijft hij beter dan hij praat), maar het is duidelijk wat hij bedoelt. Aan zijn grote boekenprogrammaverlangen ligt een overtuiging ten grondslag die u volgens mij ook koestert: u gaat er allebei van uit dat schrijvers over een soort zesde zintuig beschikken. Dat zij, door heel diep na te denken over de binnenkant van zichzelf en de buitenkant van de wereld, beter dan andere stervelingen in staat zijn om de werkelijkheid te doorgronden en de tekenen des tijds te ontcijferen. En dat is onzin. Met dat beeld van de schrijver als intellectuele waarzegger kon je misschien in de negentiende eeuw nog onder de mensen komen, maar vandaag slaat het nergens meer op. Wil men de mens, de werkelijkheid en de tijdgeest doorgronden? Men wende zich tot wetenschappers, filosofen, historici, economen enzovoort - maar niet, of toch niet uitsluitend, tot schrijvers. En zeker niet tot Vlaamse schrijvers, op een handvol uitzonderingen na. Als ik denk aan de binnenkant van de meeste Vlaamse schrijvers, dan komt mij een uitgestrekte zandvlakte voor de geest waar, behoudens de occasionele windvlaag, niets van betekenis gebeurt. Begrijp mij niet verkeerd, mijnheer Deleu. Ik zal de eerste zijn om te pleiten voor inhoud op tv. Programma's die ergens over gaan? Graag. Met intellectuelen die ergens over praten? Laat maar komen. Maar hou alstublieft op met dat deerniswekkende pleidooi voor een boekenprogramma. Geloof me, dat wordt niks. Er zal vooral kostbare leestijd aan verloren gaan. door Joël De Ceulaer