De Europese instanties houden graag de voorbereiding van hun officiële beslissingen geheim. Zeker de documenten uit de werkgroepen die de beslissingen voorbereiden van de Raad van Ministers van de Europese Unie (EU) betreffende justitiële en politiële samenwerking.
...

De Europese instanties houden graag de voorbereiding van hun officiële beslissingen geheim. Zeker de documenten uit de werkgroepen die de beslissingen voorbereiden van de Raad van Ministers van de Europese Unie (EU) betreffende justitiële en politiële samenwerking.Gert Vermeulen had bij het schrijven van zijn doctoraalscriptie als eerste wetenschapper toegang tot die documenten. Een aantal officiële teksten en beslissingen van de voorbije vijf jaar krijgen daardoor een heel ander perspectief. Gert Vermeulen: Het is niet altijd een fraai verhaal. Het voorzitterschap van de Raad, dat om de zes maanden wisselt, stelt telkens weer nieuwe prioriteiten, waarmee telkens weer een andere staat of een ander departement wil scoren. Het valt ook op hoe het Verenigd Koninkrijk, dat nochtans de reputatie heeft de grote rechtsprincipes te verdedigen, bij de onderhandelingen over de EU-Overeenkomst over rechtshulp probeerde zijn handen vrij te houden voor de interceptie van gsm- en satelliettelefoons. Het Verenigd Koninkrijk wou zelfs niet het land inlichten waar de af te luisteren persoon zich bevindt. De voorbereidende documenten tonen ook hoe het Verenigd Koninkrijk de afluisterverslagen van zijn inlichtingendienst MI-5, die nochtans in strafzaken gebruikt worden, absoluut buiten het toepassingsveld van deze nieuwe rechtshulpovereenkomst houdt. In dit domein speelde het Verenigd Koningrijk zelfs cavalier seul. Hoe gedraagt België zich in de coulissen?Vermeulen: Opvallend is bijvoorbeeld hoe bij de aanvang van de onderhandelingen over wederzijdse rechtshulp, midden 1995 een vragenlijst werd rondgestuurd. Alle vijftien lidstaten hebben die beantwoord, behalve België. Een van de pijnpunten is de autonomie van de ambtenaren in de werkgroepen. Niemand kijkt hen op de vingers, laat staan dat daarover een parlementair debat wordt gevoerd. Sommigen zitten daar namens hun land hun persoonlijke visie te verdedigen of hebben helemaal geen visie. Anderen worden zonder enige ervaring in toch zeer gespecialiseerde werkgroepen gedropt. Ik heb kunnen vaststellen hoe lidstaten in één jaar en in dezelfde werkgroep bochten van 180 graden maken. En hoe voorstellen zomaar verdwijnen en weer opduiken.Zit daar dan politieke invloed achter? Of is deze kakofonie een teken van onwil van de staten om internationale regelingen uit te werken?Vermeulen: Ik vrees dat de chaos zelfs niet bewust wordt georganiseerd maar te wijten is aan een gebrek aan visie en coördinatie. Frank De Moor