DOOR FRANS VERLEYEN
...

DOOR FRANS VERLEYEN TEVEEL WILLEN OF MOETEN WETEN, leidt tot de afwezigheid of zelfs het tegendeel van kennis. Een emmer die overloopt, verliest zijn functie van vergaarbak : hij verzamelt en bewaart niet maar verliest. De verslaafde zapper heeft een uur later geen benul meer van wat hij gezien of gehoord heeft. Al die ?dampende porties nieuws en onthullingen,? de klok rond geserveerd, laten een overvoede bevolking met maagpijn achter. Zo luidt ongeveer het vernietigende vonnis van de waarnemers die proberen waar te nemen hoe het volk de werkelijkheid waarneemt. En dat is nog maar het aspect ?hoeveelheid? van het overvloedsprobleem in de informatiemaatschappij. Ook de inhoud, de kwaliteit van de rusteloos aangeboden nieuwsduiding heet teloor te gaan. Bezorgde stemmen klinken op : in hun ijver om elkaar de loef af te steken, om verbruikers aan zich te binden, gooien de media steeds slordiger met hun pet naar de ware feiten en toedrachten. Kwakkels worden beruchte berichten die sneller verdampen dan het publiek ze kan lezen. Vooral politici en andere leden van de overheid beweren onder dat soort verloedering van de journalistiek te lijden. In hun geval slaat de kleinste onwaarheid immers snel om tot onrechtvaardigheid. Zodat de regering en de meerderheidspartijen zich eendrachtig rond offerlam Elio Di Rupo moeten scharen. De vele waarschuwingen tegen die rumoerige, dronken makende mediakermis moeten ernstig genomen worden. Het leven en de wereld zijn meer waard dan een imaginaire rit op de paardenmolen of roetsjbaan van de actualiteit. De oppervlakkigheid, de haast, de snelle prikkel doen zich trouwens niet alleen in een bepaalde perswereld voor. Bijna geen enkel sociaal verschijnsel ontsnapt er nog aan. Zo is het op de planeet van het massatoerisme bijna niet meer mogelijk nog echt te reizen, in de zin van ontdekkend elders zijn en daarvan genieten. Op een Akropolis met zeven miljoen bezoekers per seizoen is dat nu eenmaal uitgesloten. Of neem het wetenschapsbedrijf waar nerveuze vorsers steeds vaker nepontdekkingen melden om nieuwe onderzoekskredieten los te krijgen. Diplomajacht per snelcursus, het gebruik van turbotaal, de gekte van de aandelenbeurs, betaalde draagmoeders, verkeersopstoppingen, de muzikale popindustrie of de katholieke biecht per telefoon zijn andere voorbeelden van te veel en niet goed genoeg. Die hele bestaansbeleving als dwaas verblijf in een immense geestelijke file, leidt bij velen tot het gevoel : ?ik weet niet meer waar mijn hoofd staat.? In de gewone samenleving leidt dat tot culturele verwarring, tot onverzadigdheid, vlucht uit het hier en nu, malaise, postmodernisme zonder project. Dat klimaat van ?het? niet meer weten treft echter ook de gezagsdragers, zij die de maatschappij moeten leiden. Daardoor ontstaat een politiek probleem, maar met een interessante keerzijde. Beschavingen waarin over alles grote duidelijkheid heerst en elke waarheid zo klaar als een klontje is, zijn gevaarlijk. Dictaturen of aanverwante regimes maken altijd gebruik van simpele doctrines en makkelijk te begrijpen toekomstbeelden. Hun koelbloedige leiders hebben immers op alles de juiste kijk. Zij hebben geen last van verwarring of twijfel maar vormen blok en nemen elke bokshandschoen op. Uit hun tegendeel kan men afleiden dat democratieën gekenmerkt worden door onder andere een onophoudelijk gebrek aan volledige informatie. Omgaan met dat tekort, zoekend en tastend, levert mooie politiek op. Onoverzichtelijkheid binnen heersende systemen, en voortdurende discussies over de juiste koers, maakt vrijheid mogelijk. Dat irriteert de burger vaak, maar zal hem ook gerust stellen. Laten we dat even illustreren. Een grootscheepse operatie zoals de Europese eenmaking en straks de monetaire unie, drijft al jaren voort op een halfautoritaire politieke en technocratische structuur waarin driehonderd miljoen onderdanen haast niets te vertellen hebben. Dat zogenaamde democratische deficit viel lange tijd vol te houden, en werd trouwens erg zwak bestreden, omdat de hoge euro-pieten de indruk gaven dat ze precies wisten hoe het moest om tot meer welvaart en algemene tevredenheid te komen. Ze publiceerden een paar dikke witboeken, riepen zowel de eenheidsmarkt als -munt uit en voorspelden een gouden eeuw die zou aanbreken. Toch loopt alles anders. Het aangekondigde feest slaat om in aangroeiende werkloosheid, zichtbaar sociaal verval en budgettaire druk op de vijftien verzorgingsstaten. Hierdoor beginnen openbare opinies zich te roeren. Er wordt om referendums of meer macht voor het europarlement gevraagd. Met andere woorden : hun tekort aan kennis en hun door die betweterij veroorzaakte vergissingen onderwerpen de machthebbers aan een contestatiegolf. Het hoeft geen betoog dat die vaststelling ook geldt voor de Belgische staat met zijn vele boven het volk verheven cenakels. Toch kan gezegd worden dat de ontreddering en de vuile oorlogen die ons openbaar leven de media inbegrepen momenteel teisteren, het land naar een betere kennis van zichzelf kan leiden. Daarvoor is wat geduld nodig en de kalme opbouw, met vallen en opstaan, van nieuwe kritische groepen. Mogelijk komen die tot het inzicht, daar kan niet genoeg op gehamerd worden, dat de mentale en justitiële vervuiling van de natie in de hand gewerkt en gewild werd door de bevolking zelf. Er bestaan nu al vele handboeken over de historische en andere oorzaken van die democratische onwetendheid. WETEN IS BETER DAN NIET WETEN, maar soms valt teveel kennis te zwaar. Daarom dromen nogal wat mensen en vooral jongeren van een stil eiland, buiten het gebleir en de onwaarachtigheid van de maatschappij. Schapen kweken in de Pyreneeën, in een abdij gaan mijmeren, Plutarchus vertalen, genetisch ongewijzigde sojabonen eten, de tiende Celestijnse belofte vanbuiten leren, het nutteloze huldigen. Nooit meer Dehaene II. Dat soort emoties is misschien riskant, want ze missen maatschappelijk optimisme. Maar omdat weten en kennis niet hetzelfde zijn, blijft democratie mogelijk in naam van de broederlijkheid die een vaag vermoeden is.