'We mogen niet naïef zijn', zegt Kamerlid Wouter De Vriendt van Groen. 'Corruptie is een wezenlijk probleem voor ontwikkelingssamenwerking. Als we daar niet open over zijn, wordt het draagvlak bij de belastingbetaler voor de ondersteuning van het Zuiden alleen maar kleiner.'
...

'We mogen niet naïef zijn', zegt Kamerlid Wouter De Vriendt van Groen. 'Corruptie is een wezenlijk probleem voor ontwikkelingssamenwerking. Als we daar niet open over zijn, wordt het draagvlak bij de belastingbetaler voor de ondersteuning van het Zuiden alleen maar kleiner.' De Vriendt werd eind vorig jaar gealarmeerd door het jaarverslag van de Europese Rekenkamer. Die is bijzonder kritisch over het geld dat de Europese Commissie rechtstreeks overschrijft naar een groot aantal landen in het Zuiden om hun begrotingen aan te vullen. Hoe zit dat met de Belgische begrotingshulp aan het Zuiden, vroeg De Vriendt aan minister van Ontwikkelingssamenwerking Jean-Pascal Labille (PS). Uit diens antwoord blijkt dat ons land zich concentreert op achttien partnerlanden. Van die achttien ontvangen er tien begrotingshulp. Dat zijn Burundi, Congo, Rwanda, Uganda, Tanzania, Niger, Mozambique, Mali, Vietnam en Bolivia. Naar die landen gaat één tot drie procent van het budget voor ontwikkelingssamenwerking onder de vorm van budgethulp. In 2012 ging het in totaal om 24 miljoen euro, het jaar voordien om 22 miljoen. In 2010 was er een piek met 45 miljoen. Negen van die tien landen bekleden een weinig benijdenswaardige plaats op een rangschikking die de ngo Transparency International jaarlijks maakt van de perceptie over corruptie in 174 landen (zie grafiek). Rwanda is de uitzondering. Devriendt en Groen vragen daarom dat de Belgische regering veel strenger controleert en duidelijke grenzen trekt. Als een land bijvoorbeeld slecht scoort op de corruptie-indexen van Transparency International, moet opschorting of zelfs een schrapping van de budgethulp volgens Groen een automatisme worden. Om te vermijden dat de plaatselijke bevolking daarvan het slachtoffer wordt, kunnen de middelen ingezet worden voor concrete projecten in sectoren waarin ons land sterk is, zoals gezondheidszorg. De Vriendt en Groen keren zich daarom ook tegen de budgettaire kaalpluk door de regering-Di Rupo. In 2012 had ze voor ontwikkelings-samenwerking nog 1,8 miljard euro over, tegenover 2,27 miljard in 2010. Dit en volgend jaar gaat er opnieuw telkens 125 miljoen af. Daarmee staat ons land nauwelijks 0,45 procent van zijn welvaart af aan het Zuiden, terwijl de officiële doelstelling al jaren 0,7 procent bedraagt. Patrick Martens Patrick Martens