'Niemands meester, niemands knecht û Leve mij', Johan Anthierens, bezorgd door Brigitte Raskin i.s.m. Karel Anthierens, uitgeverij Van Halewyck, 720 blz., euro 29. Verschijnt op 5 september 2003.
...

'Niemands meester, niemands knecht û Leve mij', Johan Anthierens, bezorgd door Brigitte Raskin i.s.m. Karel Anthierens, uitgeverij Van Halewyck, 720 blz., euro 29. Verschijnt op 5 september 2003.Ik ken de brokken in de melk, ik ken de mensen aan hun frak, ik ken de bloemen aan hun kelk, ik ken de appel aan zijn tak, ik ken Jan Vlijt en Jan Gemak, ik ken de zon en 't regenlied, ik ken de snelle en de slak, ik ken alleen mezelve niet.'Ballade van de kleinigheden', François Villon, vertaling Ernst van Altena Sommige Bekende Vlamingen hebben hun naam mee, zoals Ronde van Vlaanderenwinnaar Roger, de bekende Vlaeminck. Anderen zaaien met hun naam consternatie, ik denk aan de politieke tandem Patrik Vankrunkelsven, geduwd door Vincent Van Quickenborne. Achter een elitegroep - bij wie op dit moment onder uitbundig applaus twee renners van de VTM-ploeg, Koen Wauters en Jan Wauters, aansluiten - volgt een langgerekt peloton halvelings bekende Vlamingen. Lokale coryfeeën, helden van één dag, seizoenarbeiders van het succes, oud-leraren van Walter Capiau, profielen in tegenlicht, vrouwen en mannen met een bekende buste en een anoniem draagvlak. Een zootje genomineerde gerenommeerden. In die uitwaaierende groep, constant uitdunnend en aandikkend, houd ik mij haaks. Als ver gezicht van de televisie uit de periode dat Andrea Croonenberghs nog Paula Semer heette, probeer ik boekenschrijvend aan te klampen, maar het publiek heeft wat anders aan zijn hoofd. Mijn horizon krimpt, de visie is uit mijn vooruitzicht, niet iedereen kan een comeback kid blijven. Als ik in de Colruyt langs de rekken ga, pijnigen de andere consumenten hun memorie: 'Wie was jij ook alweer?' Thuis delen zij tussen het uitpakken van dozen voordeeldadels en afgeprezen prei mee dat Henk van Montfoort in de Colruyt roze pompelmoezen stond af te wegen. Het kan ook Aster Berkhof zijn geweest, hou die politici uit elkaar. Vorig jaar schoof ik met het uitbrengen van een Brelboek van de schemerzone terug in een schijnsel van belangstelling. De hoogste tijd voor een retour en force, want als publicist bakte ik er gaandeweg minder van. Met als dieptepunt het jaar 1995 toen ik voor uitgever Van Halewyck een boek bedacht waarin ik het verzet de mouw veegde en de collaboratie de mantel uit. Dat moet je laten in een heimat waar de oorlogsjaren in de herinnering worden gekoesterd als The golden Fourties. Veel vergrijsde Vlaamsgezinden herdenken het gemene zaak maken met de Duitse bezetter als hun bruine wittebroodsweken. En aangezien de pers dit democratisch vreemdgaan al vijftig jaar goedpraat, wordt een boek tegen collaborerend Vlaanderen geschuwd als een vorm van spookschrijven. In november 1996 meldde de uitgever dat Zonder vlagvertoon niet alleen niet verkocht, maar 'de boekhandel' het witboek over Vlaams verzet massaal retourneerde. Wat moest hij met die boomerang van 1443 exemplaren? Zijn pakhuis uitbreiden? In november 1998 - de stapel was geslonken tot 1439 eenheden - ondernam de geplaagde Van Halewyck een wanhoopsoffensief, waarbij hij Zonder vlagvertoon voor het prikje van 50 frank probeerde te dumpen. Zoals het een onbegrepen kunstenaar betaamt, reageerde ik gekrenkt en kreeg prompt op mijn brood dat zelfs De Slegte het witbevlekte boek afwees. De Slegte is een groothandel in bedrukte winkeldochters, titels die in de gewone boekhandel op de schappen schimmelen, worden naar die ramsjwinkel afgevoerd. Let wel, het is niet altijd een affront om daar te antichambreren, de Nederlandse kwaliteitskrant NRC presenteert al jaren een droge bloemlezing van wat daar in herkansing op de kus van een koper wacht. Hoe dan ook, zelfs voor deze literaire stortplaats werd mijn geesteskind te vermaledijd bevonden. Meneer De Slegte trok zijn tweedehandshanden van mij af. Vrouwe Vernedering monkelde. Kan een auteur dieper vallen? Maar een boek over Brel, hoe grillig ook ingenaaid, wordt in dank afgenomen, met die legendarische figuur was ik vorig jaar weer helemaal in de picture. Als door epo gestoken, sprintte ik vanuit de achtergrond naar de voorste rij van de sliert labiel bekende Vlamingen. Bij helder weer ontwaarde ik, in een kromming van het pad naar de roem, de ranke ruggen van Wauters & Wauters. Thuis schonk ik aan een stuk door koffie in en thee uit voor Vlaamse en Nederlandse perscollega's die zegden dat ze het boek beter vonden dan Brel en wilden weten hoe ik nog eenvoudig zou kunnen blijven. Ik kwam scharen en vazen te kort om recensies uit te knippen en tuilen te schikken, ik vocht zwakjes tegen de aanvechting om te gaan zweven. Hoe hoger de vlucht, hoe dichter de Standaard Boekhandel van Gent. Daar mocht ik op zondagmiddag 20 december 1998, in het kader van een open dag, mijn Brel signeren. De Gentse boekhandel is groot en zag die koude zondag zwart van blauwbekkende mensen. In de vitrines werden ik en mijn boek met grote papieren pijlen onder de aandacht van de kerstpassanten gebracht, binnen ging de warme sangria rond. Als ware hofdames troonden verkoopsters mij mee naar helemaal achterin de zaak, waar ik aan een imposant bureau mocht plaatsnemen. Met voor mij uitgestald stapeltjes boeken, die als warme broodjes zouden wegvliegen. Dat vliegen viel tegen. De verwachte stormloop had veel weg van het doorlopen van een druppelteller. Na tien minuten onwennigheid vond ik de nonchalante houding van de auteur die er geen erg in heeft dat hij daar voor joker zit, door de brutalen begaapt, door de schuchteren bespied. Enkele dagen later zag ik de gênante situatie uitgebeeld op de cover van De Standaard der Letteren. De Nederlandse cartoonist Stefan Verwey tekent een auteur die in een boekhandel op geïnteresseerden wacht, gezeten aan een massief bureau en omringd door de vruchten van zijn inspiratie. Familiair leunend op een stapel niet gewilde exemplaren zegt een verkoopster fijnzinnig: 'Bij Lulu Wang stonden de mensen zelfs buiten!' Dat ik misplaatst zetelde aan wat in het normale verkoopverkeer de informatiedesk heet, werd duidelijk toen een jongedame mij uit balans bracht met haar vraag naar de roman Getekend door liefde. Voor ik van de verbouwereerdheid bekomen kon, wilde een gehaaste tante weten waar Het complete petanqueboek zich ophield? Nu en dan mocht ik de pet van Brelauteur opzetten, maar die pose bleef concurrentie ondervinden van de vraagbaak waarvoor klanten mij bleven aanzien. Een wat onvast op zijn voeten staande man meende mij op de temperatuur van de sangria te mogen aanspreken. Eens te meer tot doorsneeburger gereduceerd, keerde ik van Gent terug naar het Brusselse appartementsgebouw waar enkele jaren geleden een Franstalige medebewoner mij deelachtig maakte van een verschijning. De avond ervoor, stoeiend met de afstandsbediening, had hij mij uit een Hollands kanaal opgevist! Zoals Mao's hoofd ineens voor het oog van de wereld in de Yangzi dobberde! Ik, zijn nietszeggende buurman van vier hoog, als ster aan een tv-firmament! Waar houdt de toekomst op ons te verbazen? Tout passe, tout casse, tout lasse. Eeuwige roem is voor een handvol genialen weggelegd, bekendheid is een momentopname. Als ik aan de telefoon verzocht wordt mijn naam te spellen, denk ik aan een vergelijkbare getuigenis van Jef Rademakers. In zijn Nederland was Rademakers jarenlang een volwassen televisiecoryfee. Jef vergaarde zoveel gezichtswinst op de buis dat hij, nog in een dynamisch stadium, in een schreeuwlelijke Brasschaatse villa op zijn lauweren kon gaan rusten. Op een dag belde hij vanuit zijn kapitale kast met het door hem opgerichte productiehuis en strandde op een receptioniste die hem û 'Kunt u de naam herhalen?' û van geen kanten thuisbrengen kon. De van zijn voetstuk gevallen Jef troostte zich met het verhaal dat Frank Sinatra een jaar of vijf geleden op die manier bot ving bij een telefoniste van het platenbedrijf dat hij schatrijk had gemaakt. Niets zo broos als een aureool. Een voorgoed uit de platenrekken verdwenen maar voormalige beroemdheid van het Franse chanson, Guy Béart, bedacht in zijn glorietijd de ballade van de obscure anonymus die het tot FC (Français Connu) wou schoppen. De nobody doet de raarste dingen om de krant te halen, maar tevergeefs, hij wordt te onbenullig bevonden om voor welke aandacht ook in aanmerking te komen. Tot de dag komt dat de nitwit door een verstrooide rechter voor een niet begane misdaad naar de guillotine wordt gestuurd. Onderweg naar de triomf van het schavot leest hij tot zijn diepe wanhoop dat de pers zijn naam krom spelt. Hij is eraan, ook voor zijn moeite. Johan Anthierens