Paula is een vedette in de kleine wereld van kanoetstrandloperonderzoekers. Ze brengt een groot deel van haar leven in de Nederlandse Waddenzee door. De voorbije zomer publiceerde het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee een natuurbericht over haar wedervaren. Onderzoekers hadden de vogel in april op het wad gevangen en voorzien van een piepklein satellietzendertje waarmee ze zijn verplaatsingen konden volgen.
...

Paula is een vedette in de kleine wereld van kanoetstrandloperonderzoekers. Ze brengt een groot deel van haar leven in de Nederlandse Waddenzee door. De voorbije zomer publiceerde het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee een natuurbericht over haar wedervaren. Onderzoekers hadden de vogel in april op het wad gevangen en voorzien van een piepklein satellietzendertje waarmee ze zijn verplaatsingen konden volgen. Half mei vloog Paula in één dag van Nederland naar IJsland, waar ze wat krachten opdeed. Vervolgens vloog ze in één ruk door naar haar broedgebied op Ellesmere Island in Canada, het noordelijkste stuk land op aarde. Ze was waarschijnlijk niet succesvol in het broeden, want half juli was ze opnieuw op haar favoriete eiland in de Waddenzee. De terugtocht deed ze in een non-stopvlucht van liefst zestig uur over de Groenlandse ijskap en IJsland, 4000 kilometer aan één stuk. Een prestatie om u tegen te zeggen. De kans dat we Paula in Vlaanderen te zien krijgen, is klein: de ondersoort waartoe ze behoort, broedt in Canada en overwintert bijna uitsluitend op de Waddeneilanden. Toch kunnen we kanoetstrandlopers bij ons zien, vooral langs de kust. Ze behoren echter tot een andere ondersoort. Het zijn vogels die in Siberië broeden en hier op trek passeren, op weg naar hun overwinteringsgebied in West-Afrika. Vooral de Banc d'Arguin, met haar ruime zandbanken en slikplaten voor de kust van Mauritanië, is een gewilde winterplek voor 'onze' kanoetstrandlopers. Maar het gaat niet goed met de diertjes. Nederlandse onderzoekers melden in het wetenschappelijke topvakblad Science dat de kanoetstrandlopers in de problemen komen door de klimaatopwarming. Gegevens van de voorbije dertig jaar wijzen uit dat de jonge vogels die op trek gevangen en gemeten worden minder wegen in seizoenen waarin sneeuw en ijs in hun arctische leefgebied vroeg smelten. Ze blijken een kortere bek te hebben. Waarschijnlijk komt dat doordat de insecten waarmee hun ouders hen moeten voeden in warmere jaren vroeger dan anders actief worden: ze vliegen dan twee weken eerder rond dan wat kanoetstrandlopers gewoon zijn. De ouders, die van ver moeten komen, zijn in zo'n seizoen te laat om hun jongen in optimale omstandigheden groot te kunnen brengen. Het inzicht wordt gretig geëxtrapoleerd naar onverwachte gevolgen van de globale klimaatopwarming op het succes van soorten. Want als gevolg van hun kortere bekjes krijgen kanoetstrandlopers het moeilijk op hun West-Afrikaanse wintergronden. Elke millimeter is belangrijk, zo vatte een onderzoeker het samen: de bek is precies aangepast aan de diepte waarop de favoriete prooien van de kanoetstrandloper in de slikplaten zitten. Met een kortere bek kunnen ze er niet makkelijk bij. Dat impliceert dat de diertjes minder voedsel binnenkrijgen, tenzij ze zich zouden aanpassen door andere prooien te kiezen of door gebieden te zoeken waar ze met hun kortere bekjes wel aan hun trekken komen. Aanpassen of verdwijnen: dat zijn ruw samengevat de opties wanneer dieren geconfronteerd worden met veranderende omgevingsomstandigheden. Voorlopig lijkt de kanoetstrandloper geen oplossing te hebben voor de gevolgen van de opwarming: waarnemingen geven aan dat diertjes met een kortere bek minder makkelijk hun eerste winter overleven. Aanpassen of verdwijnen: dat zijn de opties als dieren geconfronteerd worden met veranderende omstandigheden.