Het is een raadsel waar zelfs de grote Charles Darwin zich het hoofd over brak: waarom zijn bij de huismus de verenkleden van mannetjes en vrouwtjes verschillend, terwijl bij de ringmus beide geslachten er hetzelfde uitzien? Het vraagstuk is nog altijd niet opgelost. Wetenschappers komen niet verder dan de (plausibele) veronderstelling dat het een gevolg is van een toevallige ontwikkeling.
...

Het is een raadsel waar zelfs de grote Charles Darwin zich het hoofd over brak: waarom zijn bij de huismus de verenkleden van mannetjes en vrouwtjes verschillend, terwijl bij de ringmus beide geslachten er hetzelfde uitzien? Het vraagstuk is nog altijd niet opgelost. Wetenschappers komen niet verder dan de (plausibele) veronderstelling dat het een gevolg is van een toevallige ontwikkeling. Om het raadsel op te lossen zou het helpen mochten we meer weten over de voorgeschiedenis van de mussen. Het is aannemelijk dat een voorloper van onze mussen lang geleden met de moderne mens zijn oorspronkelijke Afrikaanse leefgebied verliet. In Europa zou hij de huismus geworden zijn, in Azië de ringmus. De twee mussensoorten verschillen lichtjes van elkaar. Ringmussen hebben een volledig kastanjebruin kopje, bij de mannetjes van de huismus is de kruin grijs (hun vrouwtjes zijn gecamoufleerd gekleurd). Grootschalige migratie van zowel mensen als mussen zou daarna tot een geografische vermenging van beide soorten hebben geleid. Intrigerend is de vaststelling dat als er hybriden tussen de twee soorten komen, de mannetjes meer op een ringmus lijken en de vrouwtjes meer op een huismus. Hoe dat kan worden verklaard, is evenmin duidelijk. Wel duidelijk is dat de ringmus in onze contreien nog veel zwaardere klappen krijgt dan de huismus. Veel meer dan de huismus is ze een vogel van het platteland gebleven. Ze houdt van een open cultuurlandschap met hier en daar een woonst, her en der een bosje of een heg en vooral genoeg bomen met holtes waarin ze kan broeden. De 'betonstop' die in Vlaanderen op termijn moet leiden tot een concentratie van de bebouwing in dorpen en steden is geen goed nieuws voor de ringmus. En ze heeft het al zo moeilijk. Tussen 1970 en 2000 ging de Vlaamse populatie met meer dan 90 procent achteruit. Sindsdien is het er niet beter op geworden. Een recente publicatie over het Vlaamse broedvogelbestand in Natuur.oriolus wees uit dat de ringmussenpopulatie de laatste tien jaar met nog eens 94 procent zou zijn afgenomen. De conclusie is duidelijk: de soort is in sneltreintempo uit Vlaanderen aan het verdwijnen. Tegen de tijd dat de 'betonstop' zijn werk moet doen, is de ringmus bij ons uitgestorven. De voornaamste oorzaak is de teloorgang van het platteland, met een vermindering van het aantal broedholtes en een drastische afname van de beschikbaarheid van voedsel voor de soort tot gevolg. Onder meer het verdwijnen van oude boomgaarden en het op grote schaal vervangen van graan als cultuurgewas door maïs waren drama's voor de ringmus. Ze zal het zoveelste slachtoffer worden van de uitermate natuuronvriendelijke manier waarop er in onze streken aan landbouw wordt gedaan. Op hulp uit de buurlanden hoeven we niet te rekenen, want ook daar krijgt de soort het kwaad. Ze is niet bestand tegen de hyperefficiënte wijze waarop sommigen menen ons landschap naar hun hand te moeten zetten. Maar over de globale overleving van de ringmus hoeven we ons vooralsnog geen zorgen te maken. In Azië neemt ze de plek in van de huismus bij ons, en is ze een uitgesproken dorps- en stadsvogel. Ze wordt er zelfs als een pest beschouwd. Maar dat was met onze huismus nog niet zo lang geleden ook het geval, terwijl ze nu op weg is om een curiosum te worden. Door Dirk DraulansTegen de tijd dat de 'betonstop' zijn werk moet doen, is de ringmus bij ons uitgestorven.