Voorzitter Marc Verwilghen van de Commissie-Dutroux heeft zijn taak con brio vervuld. En toch zijn er nog vragen.
...

Voorzitter Marc Verwilghen van de Commissie-Dutroux heeft zijn taak con brio vervuld. En toch zijn er nog vragen.Op 10 maart, bij het begin van het driedaags conclaaf van de Commissie-Dutroux in de Priorij Corsendonck, zag het er naar uit dat er minder eensgezindheid zou zijn bij het concluderen dan tijdens de 105 hoorzittingen, goed voor 351 uren in totaal. Aan commissievoorzitter Marc Verwilghen (VLD) eerst de vraag waarom de vertegenwoordigers van de verschillende politieke partijen kort na het mislukte conclaaf uiteindelijk toch instemden met de herverkaveling van het politielandschap zoals hijzelf, professor Brice De Ruyver (Universiteit Gent) als expert van de commissie en uiteindelijk ook Kamerlid Tony Van Parys (CVP) dat tijdens het conclaaf schetsten. MARC VERWILGHEN : Ook ik probeer nog te begrijpen waarom iedereen ineens toch dezelfde richting koos. Het plan van professor De Ruyver, dat ik kende, was voor de andere commissieleden blijkbaar zo nieuw dat zij het niet meteen konden assimileren, laat staan goedkeuren. Temeer omdat de besprekingen in Corsendonck van meetaf aan nogal stroef verliepen. Bovendien had iedereen tijdens de voorbije jaren zijn eigen ideale politielandschap geschetst, al dan niet geïnspireerd door een of andere politiedienst of vakbondsorganisatie. Toch hebben enkele commissieleden enkele dagen later hun a priori's laten varen en zijn wij met zijn allen in De Ruyvers voorstel de gemene delers gaan zoeken. Tony Van Parys, die altijd een groot voorstander was van de gerechtelijke politie bij de parketten, heeft dan voor een doorbraak gezorgd. Hij maakte duidelijk dat het er hoe dan ook op aankomt finaal één enkele politiedienst over te houden, waarin alle thans bestaande korpsen opgaan. Vooral de Franstalige gemeentelijke autonomisten vreesden hierdoor hun greep op de lokale politie te verliezen. Ten onrechte, als wij denken aan de belangrijke rol van de burgemeester binnen de Interpolitiezones (IPZ). Ook bij de integratie van de korpsen zal uiteraard veel afhangen van hun wil tot samenwerking. Maar als de ministers van Binnenlandse Zaken en Justitie het echt willen, moet die fusie-operatie niet lang duren. De commissie wil de onderzoeksmagistraten een grotere verantwoordelijkheid geven over het politiespeurwerk, terwijl heel veel magistraten daar niet klaar voor zijn. VERWILGHEN : De wet voorziet nu al dat onderzoeksmagistraten of het nu leden zijn van het parket of onderzoeksrechters , de leiding van het onderzoek hebben. Wij stellen echter vast dat zij, vooral door de verzelfstandiging van de rijkswacht, die verantwoordelijkheid van zich afschoven. De commissie moest al te dikwijls vaststellen dat rijkswachters de onderzoeksmagistraten leidden en niet omgekeerd. Die magistraten moeten hun verantwoordelijkheid opnieuw opnemen. Al is dit voor sommigen niet vanzelfsprekend. Daar zal bij de selectie rekening mee gehouden worden. Hoe verzoent u dit voorstel met de Autonome Politiële Afhandeling (APA) van bepaalde onderzoeken, zoals dit experiment momenteel in Brugge en weldra in andere steden van het ressort van de Gentse procureur-generaal Frank Schins met succes gevoerd wordt ? VERWILGHEN : Dit is verzoenbaar omdat daardoor een overbelasting van de parketmagistraten vermeden wordt. Zodra in dit land een eenvormiger strafrechtelijk beleid tot stand komt, zullen vanzelfsprekend andere prioriteiten in het vervolgingsbeleid gelegd worden en kan er een nieuwe dynamiek groeien waarbij de onderzoeksmagistraten zich echt met geselecteerde dossiers bezighouden. Daarom ben ik sinds kort ook gewonnen voor de versterking van de figuur van de onderzoeksrechter. Niets belet echter dat de APA verder uitgebreid wordt. Integendeel. Voor een aantal zaken kan dit de afhandeling alleen maar bespoedigen en ook dan behoudt de onderzoeksmagistraat de eindverantwoordelijkheid. Deze denkoefening is al eerder gemaakt. Was daarvoor een Commissie-Dutroux nodig ? VERWILGHEN : Hadden regering en parlement werk gemaakt van wat begin 1990 al in de eerste Bendecommissie werd voorgesteld, dan ware de Commissie-Dutroux wellicht overbodig geweest. Er is niets nieuws onder de zon, behalve dat het slachtoffer nu veel meer aandacht kreeg, hoewel de zogeheten Bende van Nijvel minstens 28 dodelijke slachtoffers maakte. Anderzijds heeft de Commissie-Dutroux mij geleerd dat wij als parlementairen de problemen voortaan eerst grondiger moeten leren bespreken en pas daarna aan de redactie van wetteksten denken. Dat kan, samen met een verscherpte parlementaire controle, onder de vorm van weliswaar kleinere onderzoekscommissies, het parlement herwaarderen. Al zit ik tegenover de meeste getuigen die wij hoorden nog altijd met een gewetensprobleem. Ze waren niet allemaal tegen dit soort publieke verantwoording opgewassen. Wie vormelijk goed overkwam, had ongetwijfeld iets voor op een ander, die zijn misschien oprechter verhaal minder goed kon brengen. Intussen heeft de burger wel begrepen dat zelfs de rechterlijke macht tot verantwoording kan geroepen worden en dat kan onze rechtsstaat alleen maar ten goede komen. Anderzijds zullen parlement en regering die derde macht nu eindelijk de budgettaire middelen moeten geven om ons aller ambities te realiseren. De zorg om de justitie is een van de overheidstaken, die dringend voorrang moet krijgen op andere die best geprivatiseerd kunnen worden.