'The HeadNurse-files', concept Anne-Mie Van Kerckhoven, samengesteld door Patrick Van Rossem, objectif-exhibitions, NeuerAachenerKunstverein, Kunsthalle Bern, 174 blz., color, drietalig (NL/E/D), orders@exhibitionsinternational.be
...

'The HeadNurse-files', concept Anne-Mie Van Kerckhoven, samengesteld door Patrick Van Rossem, objectif-exhibitions, NeuerAachenerKunstverein, Kunsthalle Bern, 174 blz., color, drietalig (NL/E/D), orders@exhibitionsinternational.beHaar werk doet denken aan dat van Andy Warhol. Op haar grote idool is ze ooit heel boos geweest toen hij in Brussel haar vriendje wilde afpakken. Anne-Mie Van Kerckhoven is een pionier in de conceptuele computerkunst. Jarenlang vocht de geëngageerde kunstenares tegen de bierkaai, maar vandaag breekt ze door in binnen- en buitenland. Zopas bracht de nieuwe curator van de Kunsthalle van Bern haar werk als openingstentoonstelling. Binnenkort is het te zien in Vladivostok (in het oosten van Rusland, tegen de grens met China). Van mei tot augustus is Anne-Mie Van Kerckhoven aan de slag in het Brugse Belfort. Zopas werd het HeadNurse-project, waaraan ze tien jaar heeft gewerkt, in boekvorm gebundeld. ANNE-MIE VAN KERCKHOVEN: Ik kom uit een familie waar de vrouwen de broek dragen. Ik zag de capaciteiten van vrouwen en mannen. Op een bepaalde manier was dat in evenwicht. De problemen begonnen toen ik vrijers kreeg. Plots mocht ik bepaalde kleren niet dragen, bepaalde woorden niet zeggen. Ik probeerde me altijd aan te passen. Van het stelsel van de ouders stapte ik over naar het stelsel van de vrijers uit het linkse milieu. Van daaruit werden er regels opgelegd. VAN KERCKHOVEN: Ik werd enorm kwaad. Het loont namelijk niet om je aan te passen. Je verliest dan je zelfrespect. Ik ben toen erg ziek geworden, ik had hepatitis B. Toen ik beter was, heb ik een soort manifest geschreven, een gebruiksaanwijzing over hoe ik de rest van mijn leven wilde leven: in een staat van autonomie van de geest, zonder me te laten beïnvloeden door andere mensen. Kort daarna ben ik gaan werken. Maar veel van wat ik rond me zag, vond ik onwaarschijnlijk. VAN KERCKHOVEN: Ik moest folders ontwerpen voor een bedrijf dat onkruidverdelgers en geigertellers op de markt brengt. In de folders werden naast de onkruidverdelgers en geigertellers vrouwen geplaatst in bikini. Ik ontdekte toen dat het gebruik van vrouwenlichamen in de reclame een fantastisch glijmiddel is om dingen te verkopen. Het heeft me zwaar gechoqueerd. VAN KERCKHOVEN: Ze vertellen iets over de maatschappij waarin ze worden vrijgelaten. Anorexiemodellen, ingesnoerde vrouwenlijven... Het heeft met zelfhaat van de maatschappij te maken, met de destructie die er aan de gang is. Ik begreep dat de maatschappij doordrongen is van perversiteiten. Niet alleen op seksueel vlak. Het gaat om het opzettelijk vernietigen van waardevolle dingen: de natuur, schoonheid, mensen, waarden. De esthetisering van terreur is de kern van mijn werk. VAN KERCKHOVEN: Ja. Het schilderen van vrouwenlijven op atoombommen bijvoorbeeld, maar het gaat nog veel verder dan dat. Sinds de Renaissance scheiden we de rede en het gevoel. Wetenschappers spitsen zich toe op diepteonderzoek. Dat gaat ten koste van de holistische benadering van de dingen, ten koste van het 'eenheidsdenken'. Zoals kinderen speelgoed uit elkaar halen en niet terug in elkaar krijgen, zitten we met gigantisch veel informatie over kleine bits & pieces. Daardoor verliezen we niet alleen het zicht op het geheel, op de essentie van wat leven is. We creëren ook een onwaarschijnlijke berg afval, waar we niets mee aanvangen. Ook dat is pervers. Met die afvalberg hou ik me bezig. VAN KERCKHOVEN: Het begon toen ik ontdekte dat vrouwen een inferieure positie in de maatschappij hebben, terwijl ik zo niet opgevoed ben. Ik kon me daar niet bij neerleggen. VAN KERCKHOVEN: Absoluut. In de jaren '70 twijfelde men er nog sterk aan of vrouwen volwaardige kunstenaars konden zijn. Ik signeerde mijn werk een tijdlang met initialen opdat niemand zou zien dat ik een vrouw ben. Toen onze klas met alléén vier meisjes aan de Antwerpse kunstacademie afstudeerde, noemde men ons de 'geitenklas'. In die geitjes wilde onze titularis zijn verstand niet steken. Ze studeerden toch af om te trouwen en kinderen te krijgen. Aan de academie heb ik bijgevolg bitter weinig geleerd. VAN KERCKHOVEN: Als een man voor de kunst kiest, wordt er met ontzag naar gekeken. Iemand die zijn leven wijdt aan de kunst! Bij vrouwen komt er altijd de gedachte bij: als ze niet werkt, kan ze nog altijd kindjes nemen. VAN KERCKHOVEN: Ik wilde altijd kunstenaar worden. Het probleem is dat je in die wereld bijna geen vrouwen tegenkomt. Je hebt geen rolmodellen. De enkele vrouwen die er toch stonden, hadden het financieel niet echt nodig. De Franse kunstenares Niki de Saint Phalle was bijvoorbeeld van adel. In het Living Theater van de jaren '70 was er wel een school Duitse vrouwen die hoofdzakelijk met het eigen lichaam bezig was. De Oostenrijkse Valie Export deed bijvoorbeeld straatacties met haar lichaam. Ik wilde voornamelijk verstandelijk werk afleveren. VAN KERCKHOVEN: In de jaren '70 dacht men dat vrouwen niet abstract kunnen denken. Tegen dat vooroordeel heb ik me afgezet - als een duivel in een wijwatervat. Kunnen vrouwen niet abstract denken? Ik blonk erin uit. Het kostte me geen moeite om het onderzoek naar artificiële intelligentie te begrijpen waar de Vlaamse wetenschapper Luc Steels mee bezig was. Ik heb voor hem een animatiefilm gemaakt die diende om zijn doctoraatsthesis te ondersteunen. Zowel op plastisch gebied als verstandelijk ben ik heel ver gegaan in de ontwikkeling van theorieën. Het was pionierswerk. Ik voelde aan wat ik moest doen en ben er altijd verder en verder in gegaan. VAN KERCKHOVEN: Ik speel met vrouwen en abstracte begrippen op de computer. Ik scan vrouwenlichamen uit softe pornoblaadjes in en kies er een abstract begrip bij dat bij het beeld past. Op de zwart-witversie zet ik nieuwe kleuren. Afhankelijk van het begrip vervorm ik ook het beeld. De vrouw die zichzelf toont en aanbiedt, wordt een beeld dat wijsheid in zich draagt. Met die techniek ben ik beginnen spelen. Steeds meer abstractheden zoals 'de tijd', 'de logica', 'de toekomst', 'de jeugd', 'de waarheid' ben ik beginnen linken aan naakte vrouwenlichamen. Met de vrouwenlichamen die abstracte begrippen weergeven, maakte ik zelfs rebussen, zoals: 'Stress = (Proviand+Politiek)(Jeugd+Vergif)'. De techniek weerspiegelt wat ik onderhuids voel: dat er een verband is tussen de wijze waarop woorden worden gebruikt, en de houding tegenover vrouwen. VAN KERCKHOVEN: Door problemen in de maatschappij en in mezelf te digitaliseren, kon ik ze objectiveren. Het gedigitaliseerde beeld dat wijsheid in zich draagt, herstelt de verwijdering van moeder aarde. Het herstelt de oerverbondenheid met de schepping. Grote kunst ontstaat precies vanuit het gevoel van verscheurdheid dat ontstaat omdat we niet meer één zijn met de wereld. De techniek is de basis van het HeadNurse-project waar ik van 1995 tot 2005 aan heb gewerkt. VAN KERCKHOVEN: Ik heb 96 woorden uit de artificiële intelligentie en de thermodynamica in verband gebracht met 96 naakte vrouwen uit de blote-vrouwenpers. Volgens een heel rigide systeem heb ik die vrouwen gekoppeld aan verschillende begrippenclusters. Het gedrag van materialen in een toestand van stress, bijvoorbeeld, of specifieke stappen in de ontwikkeling van een alchemistisch proces... Al wat ik in die tien jaar in mijn leven als vrouw, als docent, als mens in de maatschappij heb beleefd, heb ik naar dat project toe getrokken. Door de digitalisering kon ik de twee grote obsessies in mijn leven sublimeren: het gebruik van blote vrouwen in de media en de hersenspoeling, de studie hoe een brein zich over een brein buigt. VAN KERCKHOVEN: HeadNurse verwijst naar het medialab dat ik als privé-persoon thuis had en dat een tegenwicht vormt voor het idee van big brother. Het thema verwijst ook naar Nietzsche die van zichzelf zei dat hij een dokter was in de maatschappij. Ik voel me dan als een assistente van Nietzsche, een hoofdverpleegster in mijn eigen hoofd en in de wereld. VAN KERCKHOVEN: Het was tegen de bierkaai vechten tot Chantal Desmet, toenmalig directeur van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent me vroeg om er docent te worden. In 2004 kreeg ik de prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Beeldende Kunst, onder andere voor mijn pioniersfunctie met de nieuwe media. Typisch voor mijn evolutie als kunstenaar was dat er geen referentiepunten waren omdat de oefening totaal nieuw was. Sinds het begin van de 19e eeuw leefde de consensus dat kunst simpel moet zijn. Mijn werk is complex. Uiteraard is een theorie over schoonheid niet per definitie juist. In mijn werk heb ik complexiteit meegetrokken in het terrein van de schoonheid. Marleen Teugels'Toen onze klas met alléén vier meisjes aan de Antwerpse kunstacademie afstudeerde, noemde men ons de 'geitenklas'.'